Goede voornemens

Goede voornemens
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1,2

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Goede voornemens

Slide 1 - Slide

De les van vandaag
Goede voornemens
Splitsbare werkwoorden



Slide 2 - Slide

GELUKKIG NIEUWJAAR!

Slide 3 - Slide

Goede voornemens en wensen
In deze les leer je:
De betekenis van goede voornemens en wensen .
Voorbeelden van goede voornemens/wensen noemen.
Zelf goede voornemens/wensen bedenken voor dit nieuwe jaar.

Slide 4 - Slide

Welke dag en datum is het vandaag?

Slide 5 - Open question

Welke maand is voor januari?
A
februari
B
maart
C
november
D
december

Slide 6 - Quiz

Op welke datum is het Nieuwjaarsdag?
A
1-1
B
1-2
C
2-1
D
11-11

Slide 7 - Quiz

Welk seizoen is het nu?
A
zomer
B
herfst
C
winter
D
lente

Slide 8 - Quiz

Wat zijn 'goede voornemens'?

Slide 9 - Open question

Wat is een voornemen?
Iets dat je wilt gaan doen. 
Je hebt het al bedacht, maar je hebt het nog niet gedaan.

Slide 10 - Slide

Goede voornemens
Bijvoorbeeld: meer geld sparen

  • Наприклад: заощадити більше грошей
  • Örneğin: daha fazla para tasarrufu
  • على سبيل المثال: توفير المزيد من المال
  • For example: saving extra money

Slide 11 - Slide

Wat zijn goede voornemens?
Filmpje kijken:







https://www.youtube.com/watch?v=kAK1O1oNxHc

Slide 12 - Slide

Voornemen
Ik neem me voor om meer / minder te ...........................................

Slide 13 - Slide

Wat zijn jullie goede voornemens
voor 2026?

Slide 14 - Open question

Praat samen
leerling 1: Wat zijn jouw goede voornemens?
leerling 2: Ik neem me voor om meer / minder te ..................... 
leerling 1: En wat nog meer?
leerling 2: Ik neem me voor om ook meer / minder te ..................... 


Slide 15 - Slide

Wat zijn splitsbare werkwoorden?
opeten
Ik eet de taart vandaag op.
nakijken
Mijn docent kijkt de toetsen na.
uitnodigen
Wij nodigen jou uit.

Slide 16 - Slide

Splitsbare werkwoorden
Is dit een splitsbaar werkwoord?

AFSTEKEN
Ik ga vuurwerk afsteken.
Ik steek vuurwerk af.

Ja!

Slide 17 - Slide

Wat zijn splitsbare werkwoorden?
A
Werkwoorden die twee betekenissen hebben.
B
Werkwoorden die je in twee stukken kunt delen
C
Woorden die twee keer opgeschreven worden.
D
Werkwoorden die niet goed opgeschreven zijn.

Slide 18 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een splitsbaar werkwoord?
A
fietsen
B
opbellen
C
vertellen
D
koken

Slide 19 - Quiz

Is dit woord een splitsbaar werkwoord?

veranderen (to change)
A
ja
B
nee

Slide 20 - Quiz

Splitsbaar werkwoord?
A
betalen
B
bekijken
C
nakijken
D
verhuizen

Slide 21 - Quiz

Wat is het splitsbare werkwoord in de zin: Ik kan niet meer, ik geef het op.
A
kan meer
B
geef op

Slide 22 - Quiz

Zoek het splitsbare werkwoord:
Deze tijd van het jaar gaat het veel over illegaal vuurwerk. Hoor jij bij jou in de buurt ook weleens harde knallen? Adham en Mia zoeken uit om wat voor vuurwerk het gaat en waarvoor het gebruikt wordt.

Slide 23 - Slide

ANTWOORD:
Deze tijd van het jaar gaat het veel over illegaal vuurwerk. Hoor jij bij jou in de buurt ook weleens harde knallen? Adham en Mia zoeken uit (uitzoeken) om wat voor vuurwerk het gaat en waarvoor het gebruikt wordt.


Slide 24 - Slide

Wat heb je deze les geleerd?

Slide 25 - Open question