B1 Inzicht thema 4

Thema 4 25-10-2021 
1.  Welkom!  Kennismaken?
2. Hoe was de vakantie?  
3. Thematoets thema 3 
4. Thema 4: 1, 2, 3, 4. 
5. Indirecte rede: uitleg en oefenen met denken/vinden 
6. 27 oktober 2021

1 / 26
next
Slide 1: Slide
NT2Beroepsopleiding

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Thema 4 25-10-2021 
1.  Welkom!  Kennismaken?
2. Hoe was de vakantie?  
3. Thematoets thema 3 
4. Thema 4: 1, 2, 3, 4. 
5. Indirecte rede: uitleg en oefenen met denken/vinden 
6. 27 oktober 2021

Slide 1 - Slide

Huiswerk 
- Denk om de workshops op 27 oktober. De indeling hangt in de school. 
- Huiswerk: oefening 5 en 6 (thema 4) 

Slide 2 - Slide

Welke zin is goed?
A
Ik denk dat het bijna half drie is.
B
Ik vind dat het bijna half drie is.

Slide 3 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Nadia denkt deze koffie lekker.
B
Nadia vindt deze koffie lekker.

Slide 4 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Ik denk dat het examen moeilijk zal zijn.
B
Ik vind dat het examen moeilijk zal zijn.

Slide 5 - Quiz

Vinden of denken?

Welke zin is goed?
A

Slide 6 - Quiz

Wat is goed?
A
Bah, ik denk dat deze soep niet te eten is.
B
Bah, ik vind dat deze soep niet te eten is.

Slide 7 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Dirk denkt dat het vandaag niet gaat sneeuwen.
B
Dirk vindt dat het vandaag niet gaat sneeuwen.

Slide 8 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Anne denkt dit geen goed idee.
B
Anne vindt dit geen goed idee.

Slide 9 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Ik denk dat 10 euro voor een pizza best duur is.
B
Ik vind dat 10 euro voor een pizza best duur is.

Slide 10 - Quiz

Welke zin is goed?
A
Ik denk dat ik deze vraag goed zal beantwoorden.
B
Ik vind dat ik deze vraag goed zal beantwoorden.

Slide 11 - Quiz

Directe en indirecte rede 

Slide 12 - Slide

Directe rede: 
Anne zegt: 
" Ik houd van lezen". 
Indirecte rede: 
Anne zegt dat ze van lezen houdt. 

Slide 13 - Slide

Staat de zin in de directe of indirecte rede?
Elvis zegt dat hij naar huis gaat.
A
directe rede
B
indirecte rede

Slide 14 - Quiz

De buurman vraagt of we stil willen zijn.
A
directe rede
B
indirecte rede

Slide 15 - Quiz

Daan zegt: " Ik voer de vissen wel".
A
directe rede
B
indirecte rede

Slide 16 - Quiz

Ik zeg dat ik dat niet leuk vind.
A
directe rede
B
indirecte rede

Slide 17 - Quiz

Willem vraagt: "Mag ik wat eten?"
A
directe rede
B
indirecte rede

Slide 18 - Quiz

Waaraan herken je een zin in de directe rede?
A
Aan de hoofdletter aan het begin van de zin
B
Aan het vraagteken achteraan in de zin.
C
Aan de aanhalingstekens.

Slide 19 - Quiz

Een zin in de directe rede zegt precies wat iemand heeft gezegd.
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quiz

Huiswerk 

Slide 21 - Slide

Welkom op de les op 1 november 2021 
In het bijzonder welkom voor: 
Maryam 
Jameelah (Sara) 
Samen: 
Nieuwe woorden?
oefenen onregelmatige werkwoorden lachten t/m meten
betekenis
zinnen maken  (in groepjes van 2 of 3 mensen) 


Slide 22 - Slide

Maak zinnen in de verleden tijd  met: 

lachen
laden
laten
lezen
liegen 
Maak zinnen in de verleden tijd met: 

liggen
lijden
lijken
lopen 
meten 

Slide 23 - Slide

Groep 1 (thema 1) 
1 .  Boek  (account/inloggen) 
2. Lezen en oefeningen 2 en 3 maken. 
Pauze 
3. Uitleg en bespreken met docent 
Huiswerk: oefening 4, 5 en 6 maken 
woorden leren thema 1 

Groep 2 (thema 4)
1. Bespreken oefening 6 
(evt. tekst startkrant) 
2. Oefening 10 (huiswerk of later in de les)
3. Oefening 11 en 12 
Pauze
Oefening 10 
Oefening 13 en 14 
bespreken 


Slide 24 - Slide

Huiswerk groep 1 

voor vrijdag: 
maak de oefeningen: 
Thema 1 
4, 5 en 6 
voor maandag: 
leer de woorden oefening 2 
onregelmatige werkwoorden:
lachen t/m meten  

Huiswerk groep 2 

voor vrijdag: 
maak de oefeningen: 
t/m 14 (thema A) 
voor maandag: 
leer de woorden oefening 2 
onregelmatige werkwoorden lachten t/m meten 

Slide 25 - Slide

Les 8 november 2021 
Woordenschat oefening woorden thema 1A en 4A 
www.beterspellen.nl 
Oefeningen thema 4: 11, 12, 13 en 14  bespreken 
Oefeningen thema 1: 4, 5 en 5  bespreken 
thematoets 3 voor Fatima, Awet en ?? 
Uitleg B1 examen?

Slide 26 - Slide