M&O Week 2. (les 2) Was behandeling uitvoeren, strijken en vouwen

1 / 31
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 4

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 138 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Was behandeling uitvoeren, strijken en vouwen. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
Aan het einde van de les kan je: 
  • opsommen welke materialen je nodig hebt om te wassen en te strijken (zoals wasmiddel, strijkijzer, strijkplank).(R)
  • het strijkijzer instellen op de juiste temperatuur bij verschillende soorten stof (T1)
  • bepalen welke wasinstelling of strijktemperatuur nodig is voor een onbekend kledingstuk op basis van het etiket. (T2)
  • uitleggen waarom ergonomisch werken belangrijk is voor de gezondheid (I)

Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Was behandeling

Slide 7 - Mind map

This item has no instructions

Etiketten 

Slide 8 - Slide

samenstellingsetiket
Je kunt lezen uit welke vezels of gronstoffen het textielproduct gemaakt is.
Behandelingsetiket
Geeft aan hoe een textielproduct tijdens wassen, strijken, drogen en reinigen moet worden behandeld.

Slide 9 - Video

This item has no instructions

Het wasproces 
Sorteren op:
  • kleur( bonte was )
  • grondstof
  • vuilheid 
  • nieuw wasgoed 

Let op!
  • Maak alle zakken leeg.  
  • Rol opgestroopte mouwen af. 
  • Vlekken voorbehandelen als nodig.  
  • Keer kleding binnenstebuiten; Vooral broeken, truien en shirts met opdruk. 
  • Doe ritsen en drukknopen dicht en knoop touwtjes samen.
  • Kleding met haakjes, klittenband of een beugel bh was je in een speciaal waszakje.


Slide 10 - Slide

Nieuwe wasgoed geven soms af. 
Laat een groep een was draaien in de keuken. 

Slide 11 - Video

This item has no instructions

Enzymen
 Enzymen zijn eiwitten die een chemische reactie in het was proces mogelijk maken.
Enzymen ‘knippen’ als het ware vet en vuil kapot waardoor de reiniging beter wordt.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Symbolen 
Symbolen

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Wasprogramma's 

Voorwas : De voorwas wordt vooral gebruik bij ernstig vervuilde was.  

Hoofdwas : Dit is het belangrijkste wasprogramma. De watertemperatuur voor de hoofdwas hangt af van de mate van vervuiling van de te wassen artikelen.  

Spoelen: Een wasprogramma heeft meestal een aantal spoelgangen. Op deze manier worden alle zeepresten en het vuil weggespoeld.   

Centrifugeren:De was wordt droog gemaakt. Hierbij wordt zoveel mogelijk vocht uit het wasgoed verwijderd. 
 
Andere bijzonderheden binnen de wasprogramma’s:  
  • Wolwasprogramma speciaal voor wol en fijn textiel.  
  • Kreukherstellend voor textiel dat niet te veel mag kreuken.  
  • Speciale programma’s op moderne wasmachines zoals sportkleding







Slide 14 - Slide

Let op!
Wasgoed dat te lang in de machine blijft liggen, gaat stinken en kan zelfs gaan schimmelen.

Slide 15 - Slide

Deze hebben wij momenteel op school!
Linke vak: Voorwas. Denk aan Vanish of Biotex 
Middelste: Wasverzachter
Rechter vak: Wasmiddel Vloeibaar 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Was drogen
  • Aan de waslijn
  • Condensdrogers: het water uit het wasgoed wordt opgevangen in een waterreservoir.
  • Blowers of luchtafvoerdrogers: de waterdamp via een slang naar buiten laten gaan. 

voordeel: snel/ als je weinig ruimte hebt
nadeel: duur, wasgoed slijt meer, gebruikt veel energie

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Strijken 
  • Strijken maakt kleding glad en verwijdert kreukels.
  • De hitte doodt bacteriën.
  • Stoom helpt om kreukels sneller weg te krijgen.
  • De stippen op het etiket tonen hoe heet je mag strijken.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Slide 19 - Video

Hebben de leerlingen nog nooit een stappenplan hebben geschreven over strijken. Laat hun dit doen. 
Ergonomisch werken
  • Tijdens het wassen en strijken is het belangrijk om ergonomisch te werken. Je probeert zo gezond, efficiënt en comfortabel mogelijk te werken
  • Zet de wasmand op een fijne werkhoogte.
  • Zet de wasmand vlakbij de machine en ga op de knieën zitten.
  • Stel de strijkplank op de juiste hoogte in.
  • Berg het textiel niet te hoog op.


Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Praktijk opdracht
Wie?
Twee-tal
Wat ga je doen?
Foutloos strijken 
Hoe?

Ieder krijg 7 minuten om een overhemd te strijken en opruimen. De andere leerling  geeft feedback en let op de tijd. 
Je bent klaar als:
Je hebt de opdracht uitgevoerd en je hebt een groenlicht van je docent om op te ruimen. Je hebt je werkplek gecontroleerd. Je hebt feedback gegeven aan je klasgenoot. 
Ben je klaar?  
Facet onderdeel A en B / Eindexamensite M&O
Rekenboek

Slide 21 - Slide

Da deze les zal het fijn zijn dat jij als docent een hele facet met de leerling klassikaal gaat behandelen. Zo weet je precies welke fouten ze meestal maken en hun hierop specifiek begeleiden. Of het kan zijn dat je je uitleg opnieuw zal moeten geven. 
WAS BINGO! 
Spelregels.                                                                   Tijd: 20-25 min
  • Je krijgt een bingokaart met wassymbolen.
  • Luister goed naar de betekenis die de docent voorleest.
  • Denk goed na: welk symbool hoort bij die betekenis?
  • Zie je het symbool op jouw kaart? Streep het af!
  • Heb je een volle rij? Roep dan hardop: “WAS BINGO!
  • De docent controleert je kaart. Klopt alles? Dan win je! 🎉

Slide 22 - Slide

Geef iets kleins aan de leerling. Mag je zelf invullen. Kan ook bv schoolpennen. 
Wat betekent het als een wasetiket een bakje met het getal 40 heeft?
A
De was moet met koud water gewassen worden
B
De was mag op maximaal 40 graden gewassen worden
C
De was moet op 40 minuten gewassen worden
D
De was moet met de hand gewassen worden

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Welk symbool geeft aan dat een kledingstuk níet in de droger mag?
A
Een vierkant met een cirkel erin
B
Een driehoek
C
Een vierkant met een cirkel en een kruis erdoor
D
Een strijkijzer met twee stippen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een ergonomische houding tijdens het strijken?
A
Staand met één been iets gebogen en de strijkplank op ellebooghoogte
B
Voorovergebogen zodat je beter kunt zien
C
Zittend op een lage stoel
D
Met gestrekte armen om het hele bord te bereiken

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Wat moet je doen vóórdat je begint met strijken?
A
De was opvouwen
B
De kledingstukken besproeien met parfum
C
Het strijkijzer vullen met water en op de juiste stand zetten
D
De kledingstukken in de droger doen

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Waarom moet je was sorteren vóór het wassen?
A
Om ruimte te besparen in de wasmachine
B
Om te voorkomen dat kleuren doorlopen
C
Om de machine beter te laten draaien
D
Om sneller te kunnen strijken

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
Ergonomisch werken 
Enzymen 
Behandelingsettiket 
Wassymbolen 

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

       Terugkijken op            de leerdoelen
Je kan: 
  • opsommen welke materialen je nodig hebt om te wassen en te strijken (zoals wasmiddel, strijkijzer, strijkplank).(R)
  • het strijkijzer instellen op de juiste temperatuur bij verschillende soorten stof (T1)
  • bepalen welke wasinstelling of strijktemperatuur nodig is voor een onbekend kledingstuk op basis van het etiket. (T2)
  • uitleggen waarom ergonomisch werken belangrijk is voor de gezondheid (I)

Slide 29 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Exit ticket
Wat kan je de volgende keer beter doen ? 

Slide 30 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Slot

Slide 31 - Slide

This item has no instructions