Romeinse geschiedenis met CICERO en Seneca

Geschiedenis
H 5.1 & 3.1
Romeinse geschiedenis rondom Cicero en Seneca
1 / 25
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Geschiedenis
H 5.1 & 3.1
Romeinse geschiedenis rondom Cicero en Seneca

Slide 1 - Slide

Idem (ook van collega): Werkwijze
  • Wekelijks aantal regels pensum (deels in de les, deels thuis (m.b.v. YT-filmpjes Didas Kala/Superlatijn/werkvertaling).
  • Bespreken pensum in de les.  Thuis tekstbegripvragen maken. Bij tijdnood thuis bespreken m.b.v. YT-filmpjes/Superlatijn/werkvertaling
  • Achtergronden (uitleg in de les, thuis lezen en samenvatten)
  • Periode 1: Herhaling grammatica (thuis leren, quizjes in de les)
  • Periode 2: Stijlfiguren, narratologische middelen en argumentatieve middelen (uitleg in de les voor zover nog niet bekend, thuis herhalen). 
  • Woorden: thuis leren (Vooraf aan het vertalen!).

Slide 2 - Slide

Van een collega, maar goed advies...
  • De planning is leidend. Ook als je ziek bent of een les uitvalt. 
  • Planning vind je op ONENOTE
  • Blijf bij! Wanneer mogelijk, werk vooruit!
  • Neem voldoende tijd, ook thuis. 
  • Woorden en grammatica leren heeft zin!
  • 3× de tekst: tekst vertalen, nabereiden en leren voor de toets.

Slide 3 - Slide

Het Leven van Cicero (H5.1) en Seneca (H3.1) 
Wat weet je van het leven van Cicero en ook de eraan voorafgaande geschiedenis ? En daarna natuurlijk dezelfde vraag voor Seneca!

Slide 4 - Slide

1
2
3
Republiek
Keizertijd
Koningstijd
Romeinse revolutie

Slide 5 - Drag question

Wie was de eerste koning van Rome?

Slide 6 - Open question

Wie was de laatste koning van het Romeinse Rijk?
A
Romulus
B
Numa Pompilius
C
Tarquinius Priscus
D
Tarquinius Superbus

Slide 7 - Quiz

de enorme uitbreiding van het Romeinse Rijk (RR) was vooral voordelig voor
A
arme boeren (proletariërs)
B
equites
C
senatoren met latifundia
D
slaven

Slide 8 - Quiz

Leden van deze groep
A
hoorden tot de senatorenstand
B
hoorden tot het stadsproletariaat
C
streefden naar sociale hervormingen
D
wilden de macht niet meer

Slide 9 - Quiz

De Gracchi waren:
Hoeveel volkstribunen?
10, fout op blz 118!
A
arme boeren
B
volkstribunen
C
optimates
D
lid van senatoriale knokploegen

Slide 10 - Quiz

Hoe heette de tegenstander van Sulla in de burgeroorlog?
A
Marius
B
Cicero
C
Marcus Antonius
D
Gaius Gracchus

Slide 11 - Quiz

Het beroepsleger hebben we te danken aan
A
Caesar
B
Cinna
C
Marius
D
Sulla

Slide 12 - Quiz

1
2
3
4
5
De opstand van Catilina
De burgeroorlog tussen Caesar en Pompeius
Cicero wordt verkozen tot consul suo anno 
Cicero wordt verbannen door toedoen van Clodius
Cicero wordt vermoord door soldaten van Antonius

Slide 13 - Drag question

Hoe heette iemand die carrière in de Romeinse politiek maakte, maar geen voorouders had met een vergelijkbare politieke carrière?

Slide 14 - Open question

Welk genre heeft Cicero niet geschreven?
A
Redevoeringen
B
Gedichten
C
Filosofische werken
D
Brieven

Slide 15 - Quiz

Wie was de tegenstander van Julius Caesar (in de burgeroorlog)?

Slide 16 - Open question

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?

Slide 17 - Open question

Octavianus werd Augustus (foutje in boek!! blz 123)
A
44 v. Chr.
B
43 v. Chr.
C
31 v. Chr.
D
27 v. Chr.

Slide 18 - Quiz

Waaraan heeft Seneca zijn roem te danken?
A
Fysica
B
Politieke filosofie
C
Ethiek
D
Kenleer

Slide 19 - Quiz

Wanneer werd Nero keizer?
A
54 n.Chr.
B
63 n.Chr.
C
64 n.Chr.
D
68 n.Chr.

Slide 20 - Quiz

Waarom moest Seneca gedwongen zelfmoord plegen?

Slide 21 - Open question

Hoe houdt Seneca zijn lezers bij de les?
A
Vragen aan de lezer
B
Schockerende voorbeelden
C
Spreektaal gebruiken
D
Afbeeldingen

Slide 22 - Quiz

verantwoordelijk voor de verbanning van Seneca was
A
Messalina
B
keizer Claudius
C
Julia Livilla
D
Agrippina

Slide 23 - Quiz

perfrasering van  H5.3.1a+b in vertaling en begin daarna aan tekst H5.3.1 r 36 (blz 130)

Slide 24 - Slide

Cicero: Laelius de Amicitia (H3)
  • Filosofische dialoog tussen Gaius Laelius en zijn schoonzoons Gaius Fannius en Quintus Mucius.
  • Eind 44 v.Chr. (Cicero stierf eind 43 v.Chr.).
  • Net na de dood van Caesar (15 maart 44 v.Chr.).
  • Griekse ideeën over vriendschap (Stoa en Ari) komen terug in een Romeinse context.

Slide 25 - Slide