Herhaling gouden eeuw

De gouden eeuw quiz
Hoe goed is jouw kennis van de gouden eeuw?
1 / 17
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

De gouden eeuw quiz
Hoe goed is jouw kennis van de gouden eeuw?

Slide 1 - Slide


➤Waarom was het voor handelaren gevaarlijk om specerijen naar Europa te halen? Noem twee redenen.

Slide 2 - Open question

➤Kies de juiste woorden en sleep ze naar de juiste plek.



In de zeventiende eeuw hadden mensen nog geen [...1...] of vrieskist. Het was [...2...] om voedsel te bewaren. Door vlees in te [...3...] bedierf het minder snel. Maar dat zoute vlees smaakte niet [...4...]. Met [...5...] kon het toch smaakvol worden klaargemaakt. 
vers
blikken
kruiden
moeilijk
kopen
makkelijk
koelkast
vies
lekker
zouten
vlees
groente
fruit
kratten
open
brood

Slide 3 - Drag question

➤Nederland was vóór 1600 al een echt handelsland. Nederlanders handelden in de zestiende eeuw met landen in Noord-, Oost én Zuid-Europa. Waar kwamen de producten vandaan?
Nederland
Noord- en Oost-Europa
Zuid-Europa
kaas
wijn
hout
melk
leer
graan
olijfolie

Slide 4 - Drag question


➤Waar of niet waar?

Omdat alle kleine compagnieën de goedkoopste wilden zijn, daalden de prijzen van specerijen. Daarvan werd niemand rijk.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz


➤Waar of niet waar?

Oorlog en vervolging zorgden ervoor dat grote groepen mensen uit de Republiek wegvluchtten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quiz


➤Waar of niet waar?

De bestuurders van de Republiek besloten dat alle kleine compagnieën moesten samenwerken in één grote compagnie. 
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quiz


➤Waar of niet waar?

De VOC ging handel voeren met Zuid-Amerika. 
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quiz


➤Waar of niet waar?

De VOC kreeg het recht om oorlogen te voeren in Oost-Indie. 
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quiz


➤Waar of niet waar?

De godsdienstaanpak in de Republiek zorgde voor een emigratie uit de Republiek.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quiz


➤De Gouden Eeuw was in de 
A
15e eeuw
B
16e eeuw
C
17e eeuw
D
18e eeuw

Slide 11 - Quiz


➤Waarom was de Nederlandse Republiek in de Gouden Eeuw bijzonder? 
A
Het ging met de handel goed
B
We waren een Republiek
C
Er was godsdienstvrijheid
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 12 - Quiz


➤De Nederlandse Republiek was bijzonder in de Gouden Eeuw omdat 
A
Zij geen koning had
B
Vrouwen ook mochten stemmen
C
Zij heel veel handel dreven
D
Er tolerantie was

Slide 13 - Quiz


➤Een schip dat vanuit Amsterdam naar de landen rond de Oostzee vaart, is geladen met: 
A
kaas, textiel en vis
B
wijn en olie
C
specerijen
D
graan en hout

Slide 14 - Quiz


Een handelaar denkt: Binnenkort komt er weer een schip vol kaas, boter, textiel en vis aan, uit Holland. Die producten kan ik hier voor een goede prijs verkopen! De Hollander zal ook tevreden zijn, want ik heb een mooie partij graan voor hem.’

➤Waar woont deze handelaar? 
A
het Oostzeegebied
B
Zuid-Europa
C
Amerika
D
Indië

Slide 15 - Quiz

De paardensprong
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal. 

Er ontstaat bij een paardensprong altijd een L-vorm.
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters. Sleep daarna de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Tot slot leg je uit wat het woord betekent.
E
E
R
T
G
E
N
E

Slide 16 - Drag question

De paardensprong
Maak met de paardensprong uit het schaakspel een woord van acht letters. Sleep daarna de letters naar de vakjes zodat het woord zichtbaar wordt. Tot slot leg je uit wat het woord betekent.
Het paard in het schaakspel beweegt 2 velden horizontaal met 1 veld verticaal of een beweging van 2 velden verticaal met 1 veld horizontaal. 

Er ontstaat bij een paardensprong altijd een L-vorm.
A
R
M
R
J
A
A
P

Slide 17 - Drag question