3hv-6.3.1

1 / 30
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Planning
Herhaling van de vorige les
Uitleg basisstof 3

Slide 2 - Slide

Herhaling: leerdoelen
  • Je kunt de kringlopen van water, koolstof en stikstof beschrijven. 

Slide 3 - Slide

Welk organisme in de afbeelding is een consument van de tweede orde?
A
Konijn
B
Paardebloem
C
De wezel

Slide 4 - Quiz

Reducenten zijn ...
A
Bacteriën en schimmels
B
Planten
C
Insecten
D
Afvaleters

Slide 5 - Quiz

Merels en mussen die leven in het zelfde bos behoren tot dezelfde populatie
A
juist
B
onjuist

Slide 6 - Quiz

Wat is de juiste volgorde van de waterkringloop?
A
zon-condensatie-neerslag-verdamping
B
Verdamping-zon-neerslag-condensatie
C
Zon-Verdamping-condensatie-neerslag
D
Condensatie-verdamping-zon-neerslag

Slide 7 - Quiz

Sleep de woorden naar de juiste plekken in de koolstof kringloop
Fotosynthese
verbranding
glucose
plantaardige energierijke stoffen
energierijke stoffen in bacterie en schimmels
energierijke stoffen in dieren
verbranding
verbranding

Slide 8 - Drag question

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat een biologisch evenwicht is.
  • Je kunt uitleggen hoe soorten afhankelijk zijn van elkaar voor voedsel, schuilplaats en voortplanting. 

Slide 9 - Slide

Populatiegrootte
Beïnvloed door: 
abiotische en biotische factoren

Alle factoren gunstig?
De populatie groeit!


Slide 10 - Slide

Biologisch evenwicht
Omstandigheden gunstig?
De populatiegrootte neemt toe!

Omstandigheden minder gunstig?
De populatiegrootte neemt af

Slide 11 - Slide

Optimumkromme
Voor elke abiotische factor kun je meten hoe de overlevingskans is van een bepaald organisme. 
Iedere soort heeft een optimum voor 
bijvoorbeeld temperatuur. Op dit
optimum kan de soort het beste 
overleven.

Slide 12 - Slide

Samenleven
Relaties in en tussen populaties: 
Concurrentie
   competitie partner, plek voedsel 
- Samenwerken/ afspraken maken:
  jagen (leeuwen), verdedigen (vissen) 
  mieren (taakverdeling kolonie).
                                                                           
Stokstaartje houdt de wacht

Slide 13 - Slide

Relaties binnen populatie
- Rangorde
- Territorium
- Paarvorming
Bij sommige soorten vindt elk jaar opnieuw paarvorming plaats maar bij zwanen blijven man en vrouw hun hele leven bij elkaar.

Slide 14 - Slide

Rangorde

Rangorde: Eén dier is dan de baas.

Slide 15 - Slide

Territorium

Territorium: gebied dat verdedigd wordt tegen soortgenoten


Slide 16 - Slide

Paarvorming
Paarvorming: Mannetje en een vrouwtje werken samen om zich voort te planten.

Bij sommige soorten vindt elk jaar opnieuw paarvorming plaats maar bij zwanen blijven man en vrouw hun hele leven bij elkaar.

Slide 17 - Slide

Symbiose 
= langdurig samenleven van organismen van verschillende soorten
  • Mutualisme: + / + (beiden voordeel)
  • Commensalisme: + / 0 (de een voordeel, de ander niks)
  • Parasitisme: + / - (de een voordeel, de ander nadeel)

    Geen symbiose:
  • Competitie - / -
  • Predatie - / +

Slide 18 - Slide

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 19 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 20 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 21 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 22 - Quiz

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 23 - Quiz

Deze vorm van symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme
D
Realisme

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video

Welke soort(en) organismen hebben baat bij de terugkeer van de wolven?

Slide 27 - Open question

Wat gebeurde er met de kloven en valleien?

Slide 28 - Open question

Maak een voedselketen van minimaal 3 schakels met de organismen die net zijn genoemd.

Slide 29 - Open question

Was er een biologisch evenwicht in Yellowstone park, voordat de wolven er waren? Waarom ja/nee?

Slide 30 - Open question