Taalcompleet - B1 - deel 1 - Thema 4

Woensdag 21 januari
Hoe gaat het? Hoe was de toets?
Dictogloss:
Start thema 4
Stoppen om 11.45 uur
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Woensdag 21 januari
Hoe gaat het? Hoe was de toets?
Dictogloss:
Start thema 4
Stoppen om 11.45 uur

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Dictogloss
Je gaat oefenen met luisteren, schrijven, grammatica en samenwerken.
Leerdoelen:
Hoofdgedachte en belangrijke details begrijpen
Zinnen structureren (tegenwoordige tijd, verleden tijd, verbindingswoorden)
Samenwerken en taal bespreken

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Vooraf
Wat vind je belangrijk op je werk?
Leer je nieuwe dingen op je werk?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Werkwijze
1. Docent leest 2x het verhaal voor.
2. Je mag alleen kernwoorden opschrijven
3. Samen reconstrueren> de tekst herschrijven in tweetallen. De tekst hoeft niet hetzelfde te zijn, maar de betekenis moet wel kloppen.
4. Vergelijk de teksten, let op: 
- zinsvolgorde
- werkwoordstijden
- verbindingswoorden 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De originele tekst

Veel mensen vinden het belangrijk om zich te blijven ontwikkelen op hun werk.
Daarom volgen zij trainingen of cursussen en proberen zij nieuwe vaardigheden te leren.
Door regelmatig feedback te vragen aan collega’s, krijgen zij meer vertrouwen in zichzelf.
Hierdoor kunnen zij hun taken beter uitvoeren en voelen zij zich verantwoordelijker.
Hoewel leren soms moeilijk is, omdat het tijd kost naast werk en gezin, geven deze inspanningen vaak meer kansen voor de toekomst.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Taalcompleet - B1 - deel 1 - Thema 4

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Donderdag 22 januari
Afkortingen oefenen: 't, m'n, z'n, etc.
Huiswerk bespreken
Verder met 4.1
Stoppen om 15.45 uur 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Weet je nog?

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Kies uit: ’t – ’m – ’r – m’n – zo’n – ’k

1. ___ ga vanavond naar ___ ouders.
2. Heb je ___ jas al gevonden?
3. Wat een mooi huis! ___ wil ik later ook.
4. ___ heb ___ gisteren nog gebeld.
5. Dat was ___ leuke film!
6. Geef je ___ even een pen?
7. ___ ga morgen met ___ vriendin naar de stad.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

Schrijf de zin opnieuw, maar gebruik afkortingen.

1. Ik heb mijn sleutel niet gevonden.
2. Dat is een moeilijke vraag.
3. Kun je hem helpen?
4. Het is vandaag erg koud.
5. Ik heb er geen tijd voor.

Slide 10 - Open question

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions


Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Spreken

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Spreken

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Spreken

Slide 15 - Slide

This item has no instructions


Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions


Slide 18 - Open question

This item has no instructions


Slide 19 - Open question

blz 153