3AH -bron G - c.2 6e ed 9/3

BONJOUR
tout le monde!!
                   Attention!
  • Ga zitten volgens plattegrond
  • Leg je boek en iPad op tafel
  • iPad is uit en ligt met het scherm naar beneden
1 / 11
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1,4

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

BONJOUR
tout le monde!!
                   Attention!
  • Ga zitten volgens plattegrond
  • Leg je boek en iPad op tafel
  • iPad is uit en ligt met het scherm naar beneden

Slide 1 - Slide

BONJOUR
Pak je iPad
Exercice (opdracht):
Ga naar www.verbuga.eu

Werkwoorden: aller, avoir, chercher, déscendre, être, faire, partir, prendre regarder, remplir, rendre, tomber

Tijd: passé composé

timer
7:00

Slide 2 - Slide

Evaluation
But: 
Ik kan zowel het hulpwerkwoord avoir als être toepassen in een passé composé.

Slide 3 - Slide

Exercice
Pak je schrift.
Zet de werkwoorden tussen haakjes in de goede vorm van de passé composé.
1. (adorer)          Tu ....  ...... ton chien?
2. (rester)            Paula ... ... à la maison!
3. (être)               Ils ... .... au cinéma.
4. (partir)            Nous ...  ... hier soir.
5. (vendre)          Elle ... ... son vélo.
timer
2:00
But:  Ik kan zowel het hulpwerkwoord avoir als être toepassen in een passé composé.

Slide 4 - Slide

Planning

Uitleg werkwoordspelling 

Zelfstandig met de oefeningen aan de slag
Aujourd'hui
Lundi 9 mars
1.  But                                
2. Toets   
3. Parler et écrire                      
4. Evaluation                   
But:  Ik kan een Franse tekst in het Nederlands vertalen en een aantal zinnen over reizen in het Frans schrijven. 

Slide 5 - Slide

Toets chapitre 3
Wanneer:            Maandag 23 maart
Wat leer je:         woordjes A, B, E + F (fn + nf)
                                zinnen C + G (fn + nf)
                                grammatica D en H + aantekeningen/lessonUps

Slide 6 - Slide

Bron G - p.118
Prononciation
1. Lees het blauwe blok op 
blz. 118. Zet een streepje onder de letter(s) die je niet uitspreekt.

2. Vergelijk je streepjes met die van je buur.

3. Luister naar de uitspraak van de zinnen. Staan je streepjes goed?


Slide 7 - Slide

Traduire et écrire

Traduis la lettre en néerlandais et écris une petite lettre en français.

Slide 8 - Slide

Evaluation
But: 
Ik kan een Franse tekst in het Nederlands vertalen en een aantal zinnen over reizen in het Frans schrijven. 

Slide 9 - Slide

Les devoirs

Exercice phrases clés
+
Lire (lees) bron H

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide