Werkwoorden NT2

Werkwoorden 
1 / 26
next
Slide 1: Slide
WerkwoordenISK

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 20 min

Items in this lesson

Werkwoorden 

Slide 1 - Slide

welk werkwoord is dit?
A
slapen
B
drinken
C
bellen
D
eten

Slide 2 - Quiz

Welk werkwoord is dit?
A
drinken
B
slapen
C
eten
D
zitten

Slide 3 - Quiz

Welk werkwoord is dit?
A
drinken
B
slapen
C
eten
D
schrijven

Slide 4 - Quiz

Welk werkwoord is dit?
A
drinken
B
lezen
C
eten
D
schrijven

Slide 5 - Quiz

Welk werkwoord is dit?
A
drinken
B
koken
C
eten
D
schrijven

Slide 6 - Quiz

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

Ik ... naar huis.
A
wil
B
wilt
C
willen
D
willt

Slide 9 - Quiz

Jij ... naar huis.
A
wil
B
wilt
C
willen
D
willt

Slide 10 - Quiz

Wij ... naar huis.
A
wil
B
wilt
C
willen
D
willt

Slide 11 - Quiz

Huda en Naghm ... naar huis.
A
wil
B
wilt
C
willen
D
willt

Slide 12 - Quiz

Ajaiba ... naar huis.
A
wil
B
wilt
C
willen
D
willt

Slide 13 - Quiz

Ik ... naar huis.
A
mag
B
magt
C
mogen
D
maggen

Slide 14 - Quiz

Jij ... niet naar huis.
A
mag
B
magt
C
mogen
D
maggen

Slide 15 - Quiz

Danylo en Jan Pool ... niet naar huis.
A
mag
B
magt
C
mogen
D
maggen

Slide 16 - Quiz

Aya ... niet naar huis.
A
mag
B
magt
C
mogen
D
maggen

Slide 17 - Quiz

Ik ___ brood. (bakken)

Slide 18 - Open question

Wij ___ in Groningen. (wonen)

Slide 19 - Open question

Jullie ___ vroeg op. (staan)

Slide 20 - Open question

Ik ___ in een winkel. (werken)

Slide 21 - Open question

Zij ___ naar school. (gaan)

Slide 22 - Open question

Hij ... niet naar huis. (willen)

Slide 23 - Open question

Wij ___ samen koffie. (drinken)

Slide 24 - Open question

U ... hier niet roken. (mogen)

Slide 25 - Open question

Hij ___ Nederlands. (leren)

Slide 26 - Open question