Taal - werkwoordvormen, infinitief, persoonsvorm, voltooid deelwoord

Taal - werkwoordvormen
infinitief: Het hele werkwoord
Persoonsvorm: het belangrijkste werkwoord in de zin
Voltooid Deelwoord: zit vaak ge- be- of ver- in, staat altijd in de verleden tijd
1 / 13
next
Slide 1: Slide
TaalBasisschoolGroep 7

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Taal - werkwoordvormen
infinitief: Het hele werkwoord
Persoonsvorm: het belangrijkste werkwoord in de zin
Voltooid Deelwoord: zit vaak ge- be- of ver- in, staat altijd in de verleden tijd

Slide 1 - Slide

Dit hebben we geleerd

Slide 2 - Slide

Even oefenen, welk soort is dit?
Ik WERK in de weekenden.
A
Infinitief
B
Persoonsvorm
C
Voltooid Deelwoord

Slide 3 - Quiz

En hier?
Iedereen moest van Pieter LIEGEN.
A
Infinitief
B
Persoonsvorm
C
Voltooid Deelwoord

Slide 4 - Quiz

En hier?
Ze heeft mij de hele middag GEBELD.
A
Infinitief
B
Persoonsvorm
C
Voltooid Deelwoord

Slide 5 - Quiz

Welke vorm zie je hier?
Ik heb gisteren GEZWOMMEN.

Slide 6 - Open question

Welke vorm?
Vroeger hebben mijn ooms veel GEVOETBALD.

Slide 7 - Open question

Welke vorm?
Morgenvroeg LOOP ik naar de boerderij.

Slide 8 - Open question

Welke vorm?
Morgen gaat de hele school SPORTEN.

Slide 9 - Open question

Welke 2 vormen herken je?
Kirsten is van haar fiets gevallen.

Slide 10 - Open question

Welke 2 vormen herken je?
We gaan binnenkort samen oefenen.

Slide 11 - Open question

Welke twee vormen herken je?
We hebben gisteren nieuwe mensen ontmoet.

Slide 12 - Open question

Bedenk nu zelf een zin, met een werkwoord. De rest gaat jullie opdracht oplossen!

Slide 13 - Open question