Week 41 les 1 en 2

Wat gaan we doen?


  • Grammatica (herhalen en opdrachten maken);
1 / 30
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1-4

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wat gaan we doen?


  • Grammatica (herhalen en opdrachten maken);

Slide 1 - Slide

Wat weten jullie nog van grammatica?

Slide 2 - Mind map

Lesdoelen
  • Ik kan de persoonsvorm aanwijzen in een zin;
  • Ik kan een zin in zinsdelen verdelen;
  • Ik kan het werkwoordelijk gezegde benoemen in een zin;
  • Ik kan het onderwerp benoemen in een zin;
  • Ik kan het lijdend voorwerp benoemen in een zin;

Slide 3 - Slide

Persoonsvorm
Maak de zin vragend.
Het werkwoord dat vooraan komt te staan, is de persoonsvorm.
Of verander de zin in de tijd.
Het werkwoord dat verandert is de persoonsvorm.
De persoonsvorm is altijd een werkwoord.

Het werkwoord is = altijd persoonsvorm ;-)

Slide 4 - Slide

Wat is de persoonsvorm?
De wandelaars hebben voldoende rust genomen.
A
De wandelaars
B
hebben
C
voldoende rust
D
genomen

Slide 5 - Quiz

Wat is de persoonsvorm?
Jip en Janneke spelen verstoppertje op straat.
A
Jip en Janneke
B
verstoppertje
C
op straat
D
spelen

Slide 6 - Quiz

GRAMMATICA ZINSDELEN
Zinsdelen

Een zin kun je in verschillende stukjes verdelen. Deze stukjes noemen we zinsdelen. Een persoonsvorm is zo'n zinsdeel.


Slide 7 - Slide

Wat zijn zinsdelen?
A
Stukjes van een zin
B
stukjes van een woord
C
één woord
D
Alinea's

Slide 8 - Quiz

Werkwoordelijk gezegde (wg)
Het werkwoordelijk gezegde (wg) zijn alle werkwoorden van de zin.

Slide 9 - Slide

Het onderwerp
Het onderwerp vind je door te vragen:
Wie/wat + WG  (+ er)?

Voorbeeld 
Hebben/ zij /de honden/ alleen in huis /gelaten?
 PV (wg)                                                                       wg
Wie hebben (er) gelaten?

Slide 10 - Slide

Korte en lange onderwerpen

Zin met een kort onderwerp:

Peter | koopt | een nieuwe laptop voor zijn vader.


Zin met een lang onderwerp:

De dikke grizzlybeer die uit de prullenbak staat te eten | kijkt | naar mij.


Slide 11 - Slide

Wat is het onderwerp?

Marina legt het onderwerp uit.
A
Marina
B
legt
C
het onderwerp
D
uit

Slide 12 - Quiz

Wat is het onderwerp?

Ik leer het onderwerp te vinden.


A
Ik
B
leer
C
het onderwerp
D
vinden

Slide 13 - Quiz

Wat is het onderwerp?
Als onderwerp kozen ze pooldieren.
A
Onderwerp
B
Pooldieren
C
Kozen
D
Ze

Slide 14 - Quiz

Lijdend voorwerp
Het lijdend voorwerp vind je door te vragen: 
WIE (OF WAT) + WERKWOORDELIJK GEZEGDE + ONDERWERP

Let op: 
  • niet elke zin heeft een lijdend voorwerp: geen goed antwoord op de vraag? Geen lijdend voorwerp!
  • Lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel!

Slide 15 - Slide

Lijdend voorwerp?
Mijn broertje heeft het glas omgestoten.

Slide 16 - Open question

Lijdend voorwerp?
Mijn broertje heeft het glas omgestoten.

Slide 17 - Open question

Een lijdend voorwerp ...
A
... kan met een voorzetsel beginnen.
B
... begint nooit met een voorzetsel.

Slide 18 - Quiz

Wat is het lijdend voorwerp?

Deze klas kan het lijdend voorwerp vinden.
A
Deze klas
B
kan
C
het lijdend voorwerp
D
vinden

Slide 19 - Quiz

Aan de slag!
Maak paragraaf 1.7 helemaal af en wanneer je klaar bent, test je jezelf goed. Als je veel fouten maakt, worden de opdrachten gereset en kun je ze opnieuw maken.

Slide 20 - Slide

Hoe herken je nepnieuws?
https://www.youtube.com/watch?v=xl0s1-QeiHU

Maak Talent paragraaf 1.9, alleen of met z'n tweetjes en kijk hoe ver je komt.

Slide 21 - Slide

Nog even dit.....
Weten we het nog?
  • lidwoord
  • werkwoord
  • zelfstandig naamwoord 
  • bijvoeglijk naamwoord

Slide 22 - Slide

Lidwoorden

Slide 23 - Mind map

Werkwoorden

Slide 24 - Mind map

Zelfstandig
naamwoorden

Slide 25 - Mind map

Bijvoeglijk
naamwoorden

Slide 26 - Mind map

Ik wens jullie een fijne dag!
(pv)

Slide 27 - Open question

Ik wens jullie een fijne dag!
(onderwerp)

Slide 28 - Open question

Ik wens jullie een fijne dag!
(wg)

Slide 29 - Open question

Ik wens jullie een fijne dag!
(lv)

Slide 30 - Open question