Vraagwoorden oefenen: wie, wat, waar, wanneer, hoeveel

Vraagwoorden oefenen: wie, wat, waar, wanneer, hoeveel

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAlfabetisering NT2ISK

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

Vraagwoorden oefenen: wie, wat, waar, wanneer, hoeveel

Wat weet je al over vraagwoorden?

Leerdoel

Aan het einde van de les kun je de vraagwoorden wie, wat, waar, wanneer en hoeveel begrijpen, gebruiken en vertalen in het Arabisch, Koerdisch of Oekraiens.

Wat zijn vraagwoorden?

Vraagwoorden helpen je om informatie te vragen. Bijvoorbeeld: Wie is dat? Waar woon jij? Wanneer ga je naar school?

Vraagwoorden en vertalingen

Voorbeeldvragen

Wie is jouw beste vriend? Wat doe je in het park? Waar woon je? Wanneer ga je op vakantie? Hoeveel vrienden heb je?

Tekst: Mijn vrienden

Lees de tekst over Frank en zijn vrienden. Let op de namen, leeftijden en plaatsen.

1

Mijn naam is Frank.

Ik woon in Drachten.

Ik heb veel vrienden.

Mijn beste vriend heet Robert.

Hij is 16 jaar.

Robert woont ook in Drachten.

We zitten samen op school.

Vragen

  • Wie is de beste vriend van Frank? *

  • Hoeveel goede vriendinnen heeft Frank?

  • Waar woont Frank?

2

Ik heb ook 2 goede vriendinnen.

Zij heten Moniek en Vera.

Moniek is 15 jaar.

Vera is 12 jaar.

We wonen naast elkaar.

We gaan samen naar het park.

Vragen

-Wat is de naam van de vriendinnen? -Wanneer gaan ze naar het park?

-Waar wonen Moniek en Vera?

Reflectie: welk woord gebruik je?

Welk vraagwoord?

wanneer


hoeveel


wat


wie


waar

Je vraagt naar een persoon.


Je vraagt naar een plaats.


Je vraagt naar een leeftijd.

Situatie