Toneelles Status

Dramales
Status
1 / 28
next
Slide 1: Slide
DramaMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Dramales
Status

Slide 1 - Slide

Vandaag hebben wij het over:
Status  - dat wil zeggen, Hoge status en lage status

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Aan het eind van de les kun je:
1. Het verschil benoemen tussen hoge status en lage status
2. Voorbeelden geven van status in beroepen


Slide 3 - Slide

Uitleg Hoge Status
In het dagelijks leven heb je te maken met status verschillen. Misschien dat je ze wel zult herkennen. 
Er is een verschil met hoeveel macht, aanzien, geld, geleerdheid, slimheid etc. heeft ten opzichte van iemand anders.
Denk bijvoorbeeld aan:

Slide 4 - Slide

voorbeeld 1
De Koning en de Koningin
tegenover
De mensen in de hofhouding
(dat zijn de mensen op de achtergrond van de foto)

Slide 5 - Slide

voorbeeld 2
Een rechter
tegenover 
Een verdachte

Slide 6 - Slide

Hoge status
De vorige twee slide's waren voorbeelden van een hoge status.
De rechter (hoge status) die beslist namelijk of iemand naar de gevangenis moet of niet. 
De Koning (hoge status) is het staatshoofd, hoger kun je in Nederland niet worden.

Slide 7 - Slide

Mini Opdracht
Bedenk nog 3 voorbeelden van een beroep met een hoge status 
hiervoor krijgen jullie 1 minuut de tijd.
Daan vraagt een paar mensen uit de klas.
timer
1:00

Slide 8 - Slide

Uitleg lage status
Iemand met een lage status heeft minder dan iemand met een hoge status. Dit kan zijn: doordat hij/zij minder geld heeft, bang is, minder slim is etc.
Hier volgen nog een paar voorbeelden:

Slide 9 - Slide

Voorbeeld 3
Een bordenwasser
tegenover
Een Chef kok

Slide 10 - Slide

Voorbeeld 4
Een Lakei
tegenover 
De Koning

Slide 11 - Slide

Mini opdracht 2
Bedenk 3 beroepen met een lage status.
We bespreken de beroepen klassikaal.
Hiervoor heb je 1 minuut
timer
1:00

Slide 12 - Slide

Wie heeft de lage status
A
politie agent
B
rechter
C
Koning
D
schoonmaker

Slide 13 - Quiz

Wie heeft de hoge status
A
Boef
B
Putjesschepper
C
vuilnisman
D
Advocaat

Slide 14 - Quiz

En dan nu
Tijd voor een Filmpje!
Bekijk het volgende filmpje.
Wie heeft er volgens jou de hoge status en waarom?

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

wie had er in het filmpje de hoge status en waarom?

Slide 17 - Open question

Een aantal kenmerken van Lage Status
LAGE STATUS
-voeten naar binnen
-weinig ruimte innemen
-springerig bewegen: naar/aan lichaam en hoofd
-wegkijken
-hoofd bewegen
*positieve lage status
-nieuwsgierig en open
-willen anderen plezieren
-snel verbaasd over de wereld om hun heen



Slide 18 - Slide

Een aantal kenmerken van Hoge status

HOGE STATUS
-voeten naar buiten
-veel ruimte innemen
-bewegen: niet te veel, groot, vloeiend
-ander in de ogen kijken
-hoofd stil houden
*positieve hoge status
-hebben alles onder controle
-hoeven niets te zeggen
-niet bang of onzeker
 

Slide 19 - Slide

Aan de slag!
  • Zoek op internet naar 2 plaatjes:
- 1 waarop iemand met een hoge status staat
- 1 waarop iemand met een lage status staat.
(Het mag ook 1 plaatje met duidelijk 2 verschillende statussen zijn).
  • Leg uit waaraan je kunt zien dan iemand de hoge/lage status heeft.
  • Zet het in een Word-bestand
  • Lever het in via Opdrachten in de drama Teams.

(Je mag ook een link van een filmpje in plaats van een plaatje sturen).

Slide 20 - Slide

Aan de slag!
jullie krijgen een opdracht die jullie in tweetallen kunnen uitvoeren.
In de volgende slide krijgen jullie een tekst.
Oefen deze in tweetallen waarbij de ene leerling de hoge status heeft en de ander de lage status.

Slide 21 - Slide

Opdracht
Maak een Scene met een hoge status en een lage status:
De tekst is:
A: Hey jij daar!
B: Wie, ik?
A: Ja, jij! Kom eens hier.
B: Maar ik...
A: Raap dat eens op.
B: Doe het lekker zelf!

Hiervoor hebben jullie 10 minuten

Slide 22 - Slide

Verdiepingsopdracht
Nu jullie de scene gespeeld hebben met een hoge en een lage status. Verwachten we van jullie het volgende:
Wissel in de scene van status.
Dus de speler die een hoge status heeft aan het begin van de scene, heeft aan het eind een lage status en andersom.

Slide 23 - Slide

We hebben nu gewerkt met hoge status en lage status. Kun je een aantal kenmerken benoemen van Hoge status?

Slide 24 - Open question

Kun je een aantal kenmerken benoemen van lage status?

Slide 25 - Open question

Geef een voorbeeld van een beroep met een hoge status

Slide 26 - Open question

Waar hebben we aan gewerkt?
Het verschil herkennen tussen hoge en lage status
Status herkennen aan de hand van beroepen
We hebben een scene gespeeld aan de hand van een tekst waarbij we hoge en lage status tegenover elkaar zette en uiteindelijk ook wisselden 

Slide 27 - Slide

Wat zijn jullie vragen?
We gaan de les afronden, dit is het moment waarop jullie vragen kunnen stellen over hoge en lage status.

Vraag het je docent of ondervraag elkaar

Slide 28 - Slide