Formuleren v4

Formuleren lesdoel
-Formuleringsfouten herkennen
-Formuleringsfouten verbeteren
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4,6

This lesson contains 17 slides, with text slides and 6 videos.

Items in this lesson

Formuleren lesdoel
-Formuleringsfouten herkennen
-Formuleringsfouten verbeteren

Slide 1 - Slide

Onderdelen formuleren (*Deze termen worden hier behandeld)

  • Storende woordherhaling, foutieve tautologie, foutief pleonasme, dubbele ontkenning*
  • niet bedoelde dubbelzinnigheid en ambiguïteit
  • storend figuurlijk taalgebruik
  • overdrijving
  • telegramstijl: woord(en) te weinig
  • congruentiefout*
  • gebruik van de lijdende vorm*
  • tangconstructie*
  • verkeerd aansluitende beknopte bijzin*
  • foutieve inversie*
  • onjuist verwijzen*

Slide 2 - Slide

Congruentiefout (150)
Congruentie = 
enkelvoudig onderwerp -> enkelvoudige persoonsvorm
meervoudig onderwerp -> meervoudige persoonsvorm
Fouten hierbij = incongruentie

Bekijk het filmpje met uitleg.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Stijlfouten
  1. storende woordherhaling (144)
  2. foutieve tautologie (144)
  3. foutief pleonasme (144)
  4. dubbele ontkenning (144) 

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Dat/ als-constructie (153)

Vermijd dat/als-constructies (dat als, omdat als, dat wanneer, omdat wanneer, omdat indien enz.). De als-zin moet je achter aan de zin plaatsen.

Bekijk het filmpje.

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Verkeerd aansluitende beknopte bijzin (154)

Een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm. Het 'denkbeeldige' onderwerp van de beknopte bijzin moet wel hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin. 

Bekijk het filmpje met uitleg.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Verwijsfouten (159)
In de theorie van paragraaf 159  worden fouten met verwijswoorden behandeld.
Het is belangrijk dat je het juiste verwijswoord kiest en dat het duidelijk is waarnaar het verwijswoord verwijst.

Bekijk nu eerst het filmpje.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Foutieve inversie (157)
Bekijk het filmpje over onjuiste inversie op de volgende pagina. De theorie staat op p. 435

Slide 13 - Slide

Zinsbouwfout (138)
foutieve inversie (157)

Een inversie is de omgekeerde volgorde van het onderwerp en de persoonsvorm in de zin. 
Je mag alleen inversie gebruiken als:
-
de zin met een zinsdeel begint dat geen onderwerp is. -> Gisteren hebben we een ijsje gegeten.
-
de zin een vraagzin is ->Beginnen we volgende week met ons project?
-
de zin met een bijzin begint. (samengestelde zin) ->Als iedereen op zijn stoel zit, beginnen we met de presentatie.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Formuleren op de toets

Op de toets:
- Noteer de fout en om welke fout het gaat
- Verbeter de zin.

Slide 17 - Slide