Mens en zorg

Mens en zorg
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slide.

Report this lesson

Items in this lesson

Mens en zorg

Slide 1 - Slide

Je voelt dat je waardevol bent en ertoe doet.
A
zelfredzaam
B
Autonomie
C
Mobiliteit
D
Eigenwaarde

Slide 2 - Quiz

Wat is een mantelzorger?
A
Een verpleegkundige
B
Helpt onbetaald een naaste die zorg nodig heeft.
C
Verzorgt iemand die ziek is en wordt hiervoor betaald.
D
Een dokter in het ziekenhuis

Slide 3 - Quiz

Wat kan moeilijker worden als iemand minder mobiel is?
A
Naar de keuken lopen.
B
Een liedje horen.
C
Een kleur herkennen.

Slide 4 - Quiz

Je gaat aan een te lage tafel werken. Wat kun je het beste doen?
A
De werkhoogte aanpassen.
B
De hele tijd vooroverbuigen.
C
Je rug draaien.

Slide 5 - Quiz

Welk hulpmiddel heeft wielen en handvatten en ondersteunt iemand bij het lopen?
A
Een papegaai
B
Een hoog-laagbed.
C
Een rollator.
D
Een stok

Slide 6 - Quiz

Welk hulpmiddel kan iemand helpen om zich in bed op te trekken?
A
Een loopstok.
B
Een buggy.
C
Een papegaai.
D
Een rolstoel

Slide 7 - Quiz

Je merkt dat je te laat gaat komen op je stage. Wat doe je?
A
Je zegt niets.
B
Je laat je begeleider weten dat je later komt.
C
Je besluit thuis te blijven.
D
Je verzint een smoes

Slide 8 - Quiz

Welke vraag kun je met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden?
A
open vraag
B
gesloten vraag

Slide 9 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van intramurale zorg?
A
Een cliënt woont thuis en krijgt hulp van de thuiszorg.
B
Een cliënt woont in een verpleeghuis en krijgt daar zorg.
C
Een cliënt woont thuis en krijgt begeleiding aan huis.

Slide 10 - Quiz

Welke situatie is een voorbeeld van extramurale zorg?
A
Een cliënt woont in een verpleeghuis en krijgt daar verzorging.
B
Een cliënt is opgenomen in een ziekenhuis en krijgt daar behandeling.
C
Een cliënt woont in zijn eigen huis en krijgt hulp van de thuiszorg.

Slide 11 - Quiz

Wat is een zorgdossier?
A
Een overzicht van informatie en afspraken over de zorg voor een cliënt.
B
Een rooster met de werktijden van zorgverleners.
C
Een lijst met activiteiten voor alle bewoners.

Slide 12 - Quiz

Wat is ruis in communicatie?
A
de informatie die iemand wil vertellen.
B
Iets wat het overbrengen of begrijpen van een boodschap verstoort.
C
De persoon die de boodschap ontvangt.

Slide 13 - Quiz

Wat betekend autonomie?
A
Alle dagelijkse taken zelf kunnen uitvoeren.
B
Zonder hulp kunnen lopen.
C
Zelf keuzes kunnen maken over je eigen leven.

Slide 14 - Quiz

Wat is robotica?
A
Het gebruik van robots
B
Lichten aan en uit doen op afstand
C
Medicatie

Slide 15 - Quiz