Quiztime les 5a

Quiztime les 5
deel 2
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurwetenschappenSecundair onderwijsA-stroomLeerjaar 1,2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Quiztime les 5
deel 2

Slide 1 - Slide

Wat beschermt je lichaam tegen ziektes?
A
bacteriën
B
virussen
C
je immuunsysteem

Slide 2 - Quiz

Wat gebeurt er als een onbekende ziekte je lichaam aanvalt?
A
je immuunsysteem valt die ziekte aan
B
je immuunsysteem weet niet wat hij moet doen en je wordt ziek

Slide 3 - Quiz

Wat wordt bij vaccineren in je lichaam gespoten?
A
namaakversie van de ziektemaker
B
namaakversie van je immuunsysteem
C
extra cellen die je immuunsysteem ondersteunen

Slide 4 - Quiz

Wat doet je lichaam als je gevaccineerd bent?
A
je wordt ziek
B
je lichaam bedenkt een sloopplan tegen de ziekte
C
je lichaam wordt vriendjes met de ziektemaker

Slide 5 - Quiz

Maakt de namaakversie van de ziektemaker je ziek?
A
ja
B
nee

Slide 6 - Quiz

Je lichaam vergeet na een paar jaar het sloopplan voor de ziektes waartegen je bent gevaccineerd.
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz

Wat gebeurt er als de ziektemaker je lichaam binnenkomt nadat je gevaccineerd bent?
A
je lichaam herkent de ziekte niet en je wordt ziek
B
je lichaam herkent de ziekte wel en valt de ziekte aan

Slide 8 - Quiz

Word je ziek als de ziektemaker je lichaam aanvalt als je gevaccineerd bent?
A
ja
B
nee

Slide 9 - Quiz

Beschermt een vaccinatie je tegen alle ziektes?
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quiz

Je lichaam kan door vaccinaties oefenen in het aanvallen van verschillende ziektes.
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quiz

Antibiotica helpen tegen...
A
bacteriële infecties
B
virale infecties
C
bacteriële en virale infecties
D
niets

Slide 12 - Quiz

Als je genezen bent, mag je de antibioticakuur stopzetten
A
ja! genezen is genezen!
B
nee: je moet de kuur steeds helemaal uitnemen

Slide 13 - Quiz

De dokter zal steeds eerst enkele dagen afwachten alvorens je antibiotica voor te schrijven.
A
ja
B
nee

Slide 14 - Quiz

Waarom wacht de dokter best met antibiotica geven?
A
Je lichaam moet eerst de kans krijgen om de ziekte zelf te overwinnen.
B
Omdat niemand echt graag pillen slikt of vieze siroopjes drinkt.
C
Als je ziek bent door een virus, helpen die toch niet en dan werk je antibioticarfesistentie in de hand
D
Omdat je dan lekker langer thuis kan uitzieken. Geen school!!!

Slide 15 - Quiz

Waarom helpen antibiotica niet tegen virussen?
A
Antibiotica vallen enkel lichaamsvreemde cellen aan en het virus kruipt IN je eigen lichaamscellen, dus wordt niet herkend
B
Antibiotica werken enkel op levende cellen en virussen 'leven' eigenlijk niet.
C
Beide redenen zijn correct
D
geen enkele van deze redenen is correct

Slide 16 - Quiz