(1) Vraagwoorden + luistervaardigheid + Leesvaardigheid Klinkerwisseling i > ie

1 / 17
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

La meta de la clase
Checken of je
- de vraagwoorden van PA2.2 beheerst (Hoofdstuk 2- Paso adelante 2A). 
- het basisregels van de klinkerwisseling en de vraagwoorden beheerst.

Slide 2 - Slide

¿......................... vestidos tienes?

A
Cuántos
B
Cuánta
C
Cuánto
D
Cuántas

Slide 3 - Quiz

¿Cuál / Qué es el tomate más rojo?

Slide 4 - Open question

¿Qué / Cuál has comido está mañana?

Slide 5 - Open question

¿Cuáles / Qué son más baratos?

Slide 6 - Open question

¿.Cuál / Qué es pizzas has comido?

Slide 7 - Open question

Sleep de juiste vertaling van de vraagwoorden
 waar
hoeveel
hoe
wie
wanneer
waarom
Wat / Welk
wat
¿Cuánto?
¿Cuándo?  
¿Cómo?
¿Dónde?  
¿Cuánta?
¿Por qué?

¿Quién?
¿Cuál? 
¿Qué?  

Slide 8 - Drag question

Leesvaardigheid
TB. bron F blz.21 + WB. blz. 62-63 opdr. 20 + 21.

Slide 9 - Slide

Klinkerwisseling:
Anouk……………………..(empezar) a las ocho de noche.

A
empiezas
B
empiezo
C
empieza
D
empeza

Slide 10 - Quiz

Bas……………………….(tener) 14 años.
A
tengo
B
tienes
C
tene
D
tiene

Slide 11 - Quiz

Yo…………………….. (prefiero) dar clases en el colegio.
A
prefero
B
prefiero
C
prefiere

Slide 12 - Quiz

Carlos y tú………………………(querer) ser doctor.
A
quieres
B
queren
C
quieren
D
queremos

Slide 13 - Quiz

Marta y yo……………………………..(empezar) a bailar salga hoy.
A
empiezamos
B
empezamos
C
empezais
D
empiezáis

Slide 14 - Quiz

Wanneer gebruik je het vraagwoord “¿Cuánto?” 
verdadero
falso
Als “cuánto” wordt gevolgd door een werkwoord blijft het vraagwoord onveranderd.
Het vraagwoord “Cuánto” wordt gebruikt als het gevolgd wordt door een vervoeging van het werkwoord “Ser” 
Als “cuánto” wordt gevolgd door een zelfstandig naamwoord dan wordt de vorm van het vraagwoord bepaald door het zelfstandig naamwoord.

Slide 15 - Drag question

Luister dit fragment en sleep de zinnen naar de juiste plek.
Juist

Onjuist

1. Het lievelingslied van José is het lied van de kleuren.
2. De favoriete stad van José is Madrid.
3. José woont in Toledo.
4. Het huis van José heeft 4 slaapkamers.
6. Het huis van José heeft 3 badkamers en 1 woonkamer.
5. Het huis van José heeft 1 keuken.
7. Zijn favoriete plaats in huis in zijn slaapkamer.

Slide 16 - Drag question

Evaluación
Wat was de opdracht waar jullie het meest van hebben geleerd en waarom?

Slide 17 - Open question