Pictogrammen en symbolen begrijpen

1 / 39
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAlfabetisering NT2ISK

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

This item has no instructions

Pictogrammen en symbolen

Open met herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven: telefoon, station, school, straat. Benadruk dat je ook zonder veel tekst al veel informatie kunt begrijpen.

Lesdoel

Ik kan informatie halen uit pictogrammen en symbolen in het dagelijks leven.

This item has no instructions

Welke symbolen zie jij vaak om je heen?

Gebruik de antwoorden als start: straat, school, station, telefoon, computer, wc, nooduitgang. Laat leerlingen kort aanwijzen waar ze die symbolen zien.

Wat is een pictogram?

Een pictogram is een eenvoudig beeld.


Het beeld geeft snel informatie, vaak zonder woorden.


Je ziet pictogrammen op straat, in gebouwen, op je telefoon en op de computer.

Gebruik eenvoudige taal. Leg uit dat een pictogram helpt als je de taal nog niet goed kent.

Waar zie je ze?

  • verkeersborden

  • nooduitgang-borden

  • wc-symbolen

  • iconen op telefoon en computer

  • symbolen in stations, winkels en scholen

Laat zien dat dezelfde vaardigheid in veel situaties terugkomt: onderweg, op school en online.

Waarom zijn ze handig?

  • je begrijpt snel wat bedoeld wordt

  • je hoeft niet veel tekst te lezen

  • mensen met verschillende talen kunnen het vaak toch begrijpen

  • ze helpen bij veiligheid en regels

Koppel aan ISK-context: pictogrammen zijn steun bij lezen en oriëntatie in een nieuwe omgeving.

Kijken naar vorm en kleur

Je begrijpt een symbool niet alleen door het plaatje.


Ook kleur en vorm helpen:

  • rood = vaak verbod of gevaar

  • groen = vaak veilig of uitgang

  • blauw = vaak informatie of regel

Noem dat betekenis kan verschillen per context, maar deze kleuren vaak terugkomen.

Waarom is een pictogram handig?

A

Veel tekst lezen

B

Snel begrijpen

C

Moeilijker kiezen

D

Lang uitleggen

Sluit aan op slides 2-4: pictogrammen geven snel informatie zonder veel woorden.

Maak de tekst af

Een pictogram is een eenvoudig beeld. Het geeft snel informatie, vaak zonder woorden. Kleur en vorm helpen ook om het symbool te begrijpen.

beeld
informatie
vorm
regel
geluid
plek
tekst

Woorden komen terug uit slides 2 en 5.

Verkeersborden: snel begrijpen

Verkeersborden geven korte, duidelijke informatie.


Ze vertellen bijvoorbeeld:

  • wat mag

  • wat niet mag

  • waar je op moet letten

Houd het algemeen en functioneel; focus op betekenis lezen, niet op complete verkeersles.

Drie soorten verkeersborden

  • verbod: iets mag niet

  • gebod: iets moet

  • waarschuwing: let op, er kan gevaar zijn

Gebruik eventueel voorbeelden als niet parkeren, fietspad verplicht, gladde weg. Die hoeven niet allemaal op de slide te staan.

Voorbeeld: verbod

Een rood rond bord betekent vaak: dit mag niet.


Voorbeelden:

  • niet inrijden

  • niet roken

  • telefoon uit of verboden

Leg uit dat de rode rand of schuine streep vaak een verbod laat zien.

Voorbeeld: waarschuwing

Een waarschuwingsbord laat zien:

  • hier moet je extra opletten

  • er komt misschien gevaar

  • je past je gedrag aan

Maak het concreet: langzamer lopen, beter kijken, voorzichtig zijn.

Zo lees je een verkeersbord

  1. Kijk naar de vorm.

  2. Kijk naar de kleur.

  3. Kijk naar het plaatje.

  4. Bedenk: wat moet ik doen of niet doen?

Deze vier stappen zijn ook bruikbaar bij andere symbolen later in de les.

Wat betekent een rood rond bord vaak?

A

Veilige uitgang

B

Dit mag niet

C

Hier zoeken

D

Je bent thuis

Toetst slide 8. Distractors komen uit andere symbolen later in de les.

Vul de woorden in

Bij een verkeersbord kijk je eerst naar de vorm. Daarna kijk je naar de kleur. Dan kijk je naar het plaatje en bedenk je wat je moet doen of niet doen.

vorm
kleur
doen
plek
tekst
rennen
geluid

Gebaseerd op de 4 stappen van slide 10.

Nooduitgang en veiligheid

Veiligheidssymbolen zijn heel belangrijk.


Ze helpen je snel bij brand, rook of paniek.


Je moet ze direct kunnen herkennen.

Benadruk urgentie: bij nood is er geen tijd om lange tekst te lezen.

Veel voorkomende veiligheidssymbolen

  • nooduitgang

  • brandblusser

  • EHBO

  • alarm

  • verzamelplaats

Licht kort toe wat EHBO betekent: eerste hulp bij ongelukken.

Groen en rood bij veiligheid

Bij veiligheid zie je vaak:


  • groen → veilige richting of hulp

  • rood → brand, stop of verbod


De kleur helpt je sneller kiezen.

Laat zien dat kleur niet los staat van het symbool maar samen betekenis geeft.

Pijl + poppetje = uitgang

Bij een nooduitgang zie je vaak twee delen samen:

  • een rennend poppetje

  • een pijl


Samen betekent dit: ga snel deze kant op.

Goed moment om samen betekenis op te bouwen uit losse onderdelen van een symbool.

Waarom zijn deze symbolen duidelijk?

  • weinig details

  • duidelijke kleur

  • herkenbare vorm

  • overal vaak hetzelfde

  • bedoeld voor snelle actie

Koppel terug aan het algemene idee van pictogrammen: eenvoudig, snel, duidelijk.

Welke kleur helpt vaak bij een nooduitgang?

A

Geel

B

Blauw

C

Groen

D

Zwart

Sluit aan op slides 13 en 14: groen wijst op veilige richting of hulp.

Maak de veiligheidstekst af

Bij een nooduitgang zie je vaak een rennend poppetje en een pijl. Samen betekent dit: ga snel deze kant op.

poppetje
pijl
kant op
fiets
deur
terug
stop

Gebaseerd op slide 14. 'kant op' is hier één vaste uitdrukking uit de les.

Iconen op telefoon en computer

Ook digitale iconen geven informatie zonder veel tekst.


Ze helpen je om snel te zien:

  • wat je kunt doen

  • waar iets staat

  • welke functie een knop heeft

Maak de stap van openbare ruimte naar digitaal zichtbaar: dezelfde leesvaardigheid werkt op schermen.

Bekende digitale iconen

  • vergrootglas = zoeken

  • prullenbak = verwijderen

  • huisje = home of start

  • tandwiel = instellingen

  • envelop = mail of bericht

Vraag eventueel mondeling waar leerlingen deze iconen al gezien hebben, zonder er een activiteit van te maken op de slide.

Eén icoon, één functie

Een goed icoon is:

  • kort en duidelijk

  • snel te herkennen

  • vaak op veel apps hetzelfde


Daardoor hoef je niet steeds nieuwe tekst te lezen.

Noem dat er soms kleine verschillen zijn tussen apps, maar dat de basis vaak herkenbaar blijft.

Kleine symbolen, veel informatie

Boven in je scherm zie je vaak kleine symbolen:

  • batterij

  • wifi

  • geluid

  • bericht


Zij geven in één oogopslag informatie.

Leg eventueel uit wat 'in één oogopslag' betekent: heel snel zien.

Soms kan een symbool lastig zijn

Niet elk symbool is direct duidelijk.


Let dan op:

  • de plek waar je het ziet

  • de kleur

  • andere symbolen eromheen

  • wat je daar waarschijnlijk moet doen

Belangrijk voor transfer: context helpt bij betekenis. Dit voorkomt dat leerlingen denken dat elk pictogram altijd maar één vaste betekenis heeft.

Stap 1: kijk goed

Lees een symbool rustig in delen:

  • wat zie ik precies?

  • welke kleur heeft het?

  • welke vorm heeft het?

  • zie ik een pijl, streep of rand?

Dit is een strategie-slide. Leg uit dat langzaam kijken juist helpt om sneller goed te begrijpen.

Stap 2: denk aan de plek

De plek geeft extra informatie.


Een symbool in een station betekent vaak iets anders dan een symbool op een telefoon.


De context helpt je kiezen uit mogelijke betekenissen.

Gebruik concrete contextwoorden: school, straat, app, ziekenhuis, winkel.

Stap 3: verbind alles

kleur + vorm + plaatje + plek


Samen begrijp je beter wat een symbool betekent.


Zo haal je informatie uit niet-talige signalen.

Dit is de kernzin van de les. Verbind hier alle eerdere voorbeelden terug aan één leesstrategie.

Niet-talige signalen helpen lezen

Je hoeft niet altijd veel tekst te lezen.


Beelden, kleuren en symbolen geven ook informatie.


Dat helpt je in het verkeer, in gebouwen en op schermen.

Koppel terug aan het lesdoel en aan zelfstandigheid in het dagelijks leven.

Welk icoon past bij instellingen?

A

Envelop

B

Tandwiel

C

Huisje

D

Vergrootglas

Toetst herkenning van digitale iconen uit slide 17.

Vul de strategie in

Als een symbool lastig is, kijk je naar de plek. Daarna let je op kleur, vorm en plaatje. Zo gebruik je de context om de betekenis te kiezen.

plek
vorm
context
batterij
verbod
alarm
mail

Verbindt slides 20-24: context en strategie zijn de kern.

Wat is één ding dat jij hebt geleerd?

Bespreek antwoorden als: verkeersborden, nooduitgang, telefoonicoon, kleur, vorm, context, snel begrijpen zonder woorden.

Wat hielp jou het meest bij begrijpen?

Mogelijke antwoorden: kleur, vorm, plaatje, voorbeelden, stappenplan, afbeeldingen, herkenbare iconen. Geen fout antwoord.

Woordenlijst

pictogram - eenvoudig beeld met een duidelijke betekenis

symbool - teken of beeld dat iets voorstelt

verkeersbord - bord op straat met een regel, waarschuwing of informatie

nooduitgang - uitgang die je gebruikt bij gevaar

icoon - klein digitaal symbool op een scherm

verbod - iets mag niet

waarschuwing - teken dat je moet opletten

This item has no instructions

Woordenlijst

gebod - iets dat je moet doen

context - de plek of situatie waarin je iets ziet

informatie - wat je te weten komt

niet-talig - zonder woorden of zonder taal

EHBO - eerste hulp bij ongelukken

instellingen - menu waar je iets kunt aanpassen

verzamelplaats - plek waar mensen samenkomen bij nood

This item has no instructions