Aarde: Hoofdstuk 2: afbraak en opbouw van het landschap

WELKOM!
Planning start 2.1
Aan de slag 

Telefoon heb je deze les weer nodig! 
1 / 39
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

WELKOM!
Planning start 2.1
Aan de slag 

Telefoon heb je deze les weer nodig! 

Slide 1 - Slide

Hoofdstuk 2: Afbraak en opbouw van het landschap

Hoofdstuk 1: Endogene krachten; krachten die van binnenuit op de aardkorst inwerken;


Hoofdstuk 2: Exogene krachten.....

Slide 2 - Slide

Wat zijn exogene krachten?

Slide 3 - Open question

Wat is geen voorbeeld van een exogene krachten?
A
Sedimentatie
B
Erosie
C
Convectiestromen
D
Verwering

Slide 4 - Quiz

Drie belangrijke exogene processen
  • Verwering: afbraak of uiteenvallen van gesteente onder invloed van het weer en planten;
  • Erosie: transport van verweerd materiaal met als gevolg een uitschurende werking van met puin beladen ijs, water (oceanen en rivieren) en wind;
  • Sedimentatie: afzetting van verweerd en geerodeerd materiaal.

Slide 5 - Slide

Systeem aarde

De aarde is een systeem dat bestaat uit verschillende sferen; atmosfeer, lithosfeer, hydrosfeer en biosfeer.


Deze sferen zijn dynamisch en worden aangestuurd door de zon. De sferen onderling beinvloeden elkaar op veel verschillende manieren. Binnen de sferen is er sprake van een kringloop.

Slide 6 - Slide

Noem voor elke sfeer een voorbeeld:
Atmosfeer, lithosfeer, hydrosfeer en biosfeer

Slide 7 - Open question



Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Welke exogene processen heb je gezien? Leg dit proces ook uit

Slide 10 - Open question

Stollingsgesteente



Afkoeling van magma:

- Graniet; op continenten

- Basalt: oceanische korst

Slide 11 - Slide

Sedimentgesteente
Door afzetting (sedimentatie) van geeordeerd materiaal. Transport via lucht, water of ijs. Duidelijk herkenbaar is de gelaagdheid van gesteente.

Slide 12 - Slide

Metamorfe gesteente
Gesteente dat onder invloed van druk en temperatuur gevormd is uit een stollings- en/of sedimentgesteente. Metamorf gesteente heeft een gedaanteverwisseling ondergaan.

Slide 13 - Slide

Kringloop van het water
Grote en kleine kringloop van het water

Slide 14 - Slide

Beschrijf de kleine kringloop van het water

Slide 15 - Open question

Terugblik les:
Benoem hetgeen wat je het makkelijkst vond en het moeilijkst

Slide 16 - Open question

Verwering

Verwering = het uiteenvallen van gesteente onder invloed van weer en planten.

Twee soorten verwering:

- Mechanische of fysische verwering: scheikundige samenstelling van het gesteente verandert niet;

- Chemische verwering: scheikundige samenstelling verandert wel

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Mechanische verwering
  • Vorstverwering;
  • Verwering in de woestijn;
  • Door plantenwortels.

Slide 20 - Slide

Chemische verwering


Kalksteen lost op door (zuur)regenwater.

Slide 21 - Slide

Factoren van invloed op verwering

- Klimaat (zie diagram 2.13);

  • Chemische verwering: 
  • Mechanische:

- Kenmerken moedergesteente;

- Bedekkende bodemlaag;

- Tijd.

Slide 22 - Slide

Paragraaf 2.3.

Opbouw en afbraak door:

- Rivieren (fluviatiele erosie / sedimentatie);

- IJs (glaciale erosie/sedimentatie);

- Zee (mariene erosie / sedimentatie);

- Wind (eolische erosie / sedimentatie).

Slide 23 - Slide

Algemeen
  • Hoe zwaarder het deeltje des te moeilijker is transport;
  • Hoe zwaarder het deeltje des te eerder zal het gesedimenteerd worden.

Slide 24 - Slide

Rivieren

Twee belangrijke begrippen:

Stroomgebied: Het hele gebied dat afwatert op een bepaalde rivier


Waterscheiding: grens tussen stroomgebieden

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Lopen van een rivier

- Bovenloop: erosie

- Middenloop: transport

- benedenloop: sedimentatie

Waardoor ontstaat dit verschil? Door verschillen in stroomsnelheid dus door verschillen in __________.

Slide 27 - Slide

Bovenloop

- Steile hellingen

- Rivier kan zich makkelijk insnijden (afhankelijk van stroomsnelheid en hoeveelheid verweerd materiaal).

- Uitschuring van V-dal.

- Steke stroming dus grote stukken gesteente worden meegesleurd (rolt over de bodem) en lichtere materiaal zweeft in het water (suspensie).

- Groot verval: groot verschil in hoogte tussen twee plaatsen

Slide 28 - Slide

Benedenloop

- Stroomsnelheid daalt door lagere verval;

- Rivier gaat meanderen: (fig. 2.15) met erosie in buitenbocht en sedimentatie in de binnenbocht.

- Ontstaan van een puinwaaier.

- Aangekomen bij de kust ontstaat een delta.

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

IJs

Twee soorten gletsjers:

- Alpiene of dalgletsjers;

- Gletsjers aan de randen van een ijskap


Bij het bewegen van het ijs zit er op, onder en in het ijs veel (en soms groot) verweringsmateriaal = morene. Tijdens het bewegen ontstaat er een U-dal.

Morene worden o.a. afgezet bij het einde van een gletsjer = eindmorene

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Zee

Er  bestaan verschillende soorten kusten waarbij sprake is van sedimentatie of erosie; dit is afhankelijk:

- Getijde: groot verschil tussen eb en vloed;

- Wind;

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Wind
Snelheid van groot belang; hoe hoger de snelheid des te zwaarder het deeltje en des te langer de afstand.

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Welk deeltje is het lichtst?
A
Zand
B
Klei
C
Grind
D
Rots

Slide 38 - Quiz

Wat is de juiste volgorde?
A
Verwering - sedimentatie - erosie
B
Erosie - verwering - sedimentatie
C
Verwering - erosie - sedimentatie
D
Sedimentatie - verwering - erosie

Slide 39 - Quiz