week 4 les 1

1 / 37
next
Slide 1: Link
FransMiddelbare schoolvmbo lwoo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Link

  • les devoirs
  • la grammaire - delend lidwoord
  • le vlog - instructie
Le but: à la fin de ce cours:
  • weet ik wat het delend lidwoord is in het Frans en kan ik het toepassen
  • Weet ik wat er van mij verwacht wordt bij het maken van een vlog

Slide 2 - Slide

Overhoren woorden apprendre 4, getallen en ww prendre

Jullie gaan staan - ik noem getallen en vormen ww
Als je betekenis weet - steek je vinger op
Iemand krijgt beurt - goede antwoord - ga zitten
Hoe lang duurt het voordat iedereen zit?

Slide 3 - Slide

La grammaire
Lidwoord
Delend lidwoord

Slide 4 - Slide

Lidwoord

Mannelijk enkelvoud                            le                    un
Vrouwelijk enkelvoud                           la                    une
Woorden met klinker/stomme h     l'                      un/une
Woorden in het meervoud                 les                  des

Slide 5 - Slide

Vertaal: de stokbroden "..... baguettes"
A
les
B
des

Slide 6 - Quiz

Vertaal: een salade (... salade)
A
une
B
un
C
le
D
la

Slide 7 - Quiz

Vertaal "de man" (... homme)

Slide 8 - Open question

DELEND LIDWOORD

Wanneer gebruik je het?

Als de hoeveelheid van iets onbekend is

x vrienden - des amis
x meisjes - des filles

Slide 9 - Slide



Mannelijk enkelvoud
Vrouwelijk enkelvoud
Woorden met klinker/
stomme h
Woorden in het meervoud


du
de la
de l'

des
Delend lidwoord

Slide 10 - Slide

DELEND LIDWOORD

Ik wil brood.
Weet je hoeveel?
Je veux du pain.

Slide 11 - Slide

DELEND LIDWOORD

Ik wil jam.
Weet je hoeveel?

Je veux de la confiture.

Slide 12 - Slide

DELEND LIDWOORD
Ik wil water.
Weet je hoeveel?

Je voudrais ......eau.

Slide 13 - Slide

DELEND LIDWOORD
Ik wil water.
Weet je hoeveel?

Je voudrais de l'eau.

Slide 14 - Slide

DELEND LIDWOORD


Ik wil appels.
Weet je hoeveel?

Je veux....pommes.

Slide 15 - Slide

DELEND LIDWOORD


Ik wil appels.
Weet je hoeveel?

Je veux des pommes.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

DELEND LIDWOORD
Na woorden die wel een hoeveelheid aangeven, gebruik je het woordje  'de'. Behalve bij telwoorden (deux, trois, etc)
Na een ontkenning gebruik je ook het woordje 'de'. Dat zijn dus zinnen met ne....pas.

Slide 18 - Slide

DELEND LIDWOORD

Ik wil een kilo boter.
Weet je de hoeveelheid?

Je veux un kilo de beurre.

Slide 19 - Slide

DELEND LIDWOORD

Ik wil een pot jam.
Weet je de hoeveelheid?

Je veux un pot de confiture.

Slide 20 - Slide

DELEND LIDWOORD
Ik wil een liter water.
Weet je de hoeveelheid?

Je veux un litre d'eau.

Slide 21 - Slide

DELEND LIDWOORD
Ik wil een kilo aardbeien.
Weet je de hoeveelheid?

Je veux un kilo de fraises.

Slide 22 - Slide

DELEND LIDWOORD
Bij telwoorden gebeurt er niets.
Je veux deux pains.
Je veux quatre bananes.

Slide 23 - Slide

DELEND LIDWOORD
Ik wil geen brood.
Met ne....pas?

Je ne veux pas de pain.

Slide 24 - Slide

DELEND LIDWOORD
Ik wil geen jam.
Met ne......pas?

Je ne veux pas de confiture.

Slide 25 - Slide

Je voudrais ......... cérises (kersen).
A
de
B
les
C
des

Slide 26 - Quiz

Je veux 500 grammes ..... bananes.
A
de
B
du
C
des
D
de la

Slide 27 - Quiz

Je ne veux pas ......... pommes.
A
de
B
des
C
les
D
de la

Slide 28 - Quiz

Je voudrais une bouteille ..... coca.
A
du
B
de
C
le

Slide 29 - Quiz

Tu prends ....... eau?
A
de
B
de la
C
de l'
D
des

Slide 30 - Quiz

100 grammes ...... fromage, s.v.p.
A
du
B
de la
C
de l'
D
de

Slide 31 - Quiz

Je ne prends pas .......limonade.
A
de
B
du
C
de la
D
des

Slide 32 - Quiz

Les devoirs
Vrijdag: maken 16c, 16d blz 62, 63

Leren: apprendre 6 en 7

Slide 33 - Slide

Le vlog - week 15/5
De opdracht staat in Classroom

We kijken samen naar de inhoud en beoordeling

Slide 34 - Slide

Apprendre 7 - blz 74
Samen doornemen

Je voudrais....
Je prends....
Comme boisson .....

Vous of tu ?

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Entrées
Plats
le fromage
Desserts
Le plat du jour
Boissons
Une corbeille à pain
une carafe d'eau
les escargots

Slide 37 - Slide