Starttaal VERVOLG - A - thema 3 - WOORDENSCHAT 1 - les 1

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
thema 3 
onderweg
les 1
woordenschat
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 21 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
thema 3 
onderweg
les 1
woordenschat

Slide 1 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1

Slide 2 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
Start!
In deze Start! denk je na over het thema onderweg.
Je leest klassikaal een bericht van iemand die onderweg is en voert een gesprek over het thema.
Tot slot maak je een poster over onderweg zijn.

Slide 3 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
opdracht 1
blz 174

Slide 4 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
opdracht 1
blz 174
Het meisje gaat met de tram naar school. 
    Hoe gaan jullie naar school?

Het meisje reist vaak alleen en soms met een vriendin.
    Hoe is dat bij jullie?

Als het meisje alleen reist luistert zij vaak muziek.
    Wat doen jullie als je onderweg bent?

Het meisje lijkt het welleuk te vinden als zij onderweg is.
    Vindt jij dat ook? Waarom wel of waarom niet?


Slide 5 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
opdracht 1
blz 174
bespreek met je buurman/vrouw de bovenstaande vragen. 
Is jullie gesprek klaar? 
Dan ga je verder met opdracht 2.

Slide 6 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
 opdracht 2
blz 174 + 175
Bekijk de onderwegposter op blz 175 
en vul de poster voor jezelf in.

Bespreek samen met je 
buurman/vrouw elkaars poster.

maak opdracht 2c.

Slide 7 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1




doel van de les
woordenschat
blz 176
ik ken de betekenis van de themawoorden over onderweg.

Slide 8 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de accommodatie
Een verblijfplek die je tegen betaling tijdelijk kunt gebruiken, zoals een hotel, stacaravan of zaaltje.
Ik zoek voor onze zomervakantie in Italië een accommodatie met twee slaapkamers en een keuken.

Slide 9 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de bewegwijzering
de verkeersborden
Als je op de snelweg rijdt, kun je op de bewegwijzering zien waar je de weg af moet voor jouw bestemming.

Slide 10 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de bezienswaardigheid
dat wat ergens de moeite waard 
is om te bekijken.
Welke bezienswaardigheid moet ik echt 
gaan bekijken in Barcelona?

Slide 11 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de infrastructuur
alle verbindingen die door mensen
gebruikt worden om zichzelf of 
spullen te verplaatsen, zoals wegen,
spoorlijnen, kanalen, vliegvelden, 
havens en treinstations
Nederland heeft een goede infrastructuur,
waardoor het makkelijk is om van de ene
plek naar de andere te reizen.

Slide 12 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
navigeren
Het bepalen en volgen van een route 
naar de plek waar je naartoe wilt.
Ik zoek op hoe ik moet navigeren naar het station, 
want ik ken de weg niet in deze stad.

Slide 13 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de omleiding
Een route die je kunt volgen om op je bestemming te komen als er een is afgesloten.
Deze weg is opengebroken, waardoor het verkeer een omleiding moet volgen.

Slide 14 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de passagier
Iemand die meereist in bijvoorbeeld een auto, bus, trein,  vliegtuig of schip.
In mijn auto heb ik vier plekken voor een passagier.

Slide 15 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
de toerist
Iemand die een dag of langer op reis is voor zijn plezier.
De toerist uit spanje vraagt de weg naar het Rijksmuseum in Amsterdam.

Slide 16 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
het transport
Het vervoeren van goederen van de ene naar de andere plek.
Het transport van aardappelen van de boer naar de fabriek gebeurt per vrachtwagen.

Slide 17 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
het visum
Een officiële toestemming om bepaalde landen in te reizen of om er te verblijven.
Bij de grens werd gekeken of ik een visum in mijn paspoort had.

Slide 18 - Slide

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
 opdracht 1
blz 178
Bekijk het fragment over de themawoorden.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Link

Starttaal VERVOLG deel A - thema 1 woordenschat les 1
maken
opdracht 1b, blz 178 + 179

opdracht 2, blz 180 & 181



laten zien aan docent

daarna oefenen in Studiemeter

Slide 21 - Slide