T3 Kap. 3 naamvallen 1-4 + pers vnw 3e

1 / 25
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welke naamvallen ken je?

Slide 2 - Mind map

Lernziel

Am Ende der Stunde kannst du:

- je kan zeggen welke naamvallen er zijn

- je kan zeggen wat een naamval bepaalt

-je kan de naamvallen juist toepassen in een zin


Slide 3 - Slide

Welke Duitse lidwoorden ken je?

Slide 4 - Mind map

het lidwoord -de-

der- voor mannelijke zaken- der Mann

die- voor vrouwelijke zaken- die Hausfrau

das- voor onzijdige zaken- das Fenster

die- voor meervoud zaken - die Autos


-Deze lidwoorden veranderen naar hun functie in de zin!

-Functies: onderwerp of een lijdend vw

Slide 5 - Slide

het lidwoord -ein-

Dit lidwoord verandert ook:

Voor mannelijke zaken      -ein Mann

Voor vrouwelijke zaken      -eine Frau

Voor onzijdige zaken                  -ein Mädchen

Voor zaken in het meervoud   -keine Autos

Ook dit verandert naar de functie in de zin!!

(zie schema)

Slide 6 - Slide

Ein... Hund (m) hat gebissen
A
ein
B
einen
C
eine

Slide 7 - Quiz

D.... Katze (v) hat gekratzt.
A
der
B
die
C
den

Slide 8 - Quiz

D... Katze hat d... Baby (o) gekratzt.
A
das, der
B
die, der
C
die, das
D
das, das

Slide 9 - Quiz

Mein.. Großeltern waren zu Hause
A
mein
B
meine
C
meinen
D
meiner

Slide 10 - Quiz

Sein... Mutter hat d... Sohn gerufen
A
sein, die
B
seine, der
C
seine, das
D
seine, den

Slide 11 - Quiz

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Sein... Mutter hat d... Sohn gerufen
A
sein, die
B
seine, der
C
seine, das
D
seine, den

Slide 14 - Quiz

Ich möchte mit dir d... Film (m) sehen.
A
die
B
das
C
der
D
den

Slide 15 - Quiz

Die Lehrerin ist sehr nett.

Die Lehrerin =
A
onderwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
weet ik niet

Slide 16 - Quiz

Der Junge leest ein Buch.

Der Junge =
A
onderwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
weet ik niet

Slide 17 - Quiz

Der Junge leest ein Buch.

ein Buch =
A
onderwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
weet ik niet

Slide 18 - Quiz

Die Jugendlichen wollen mehr Taschengeld.
Die Jugendlichen =
A
onderwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
weet ik niet

Slide 19 - Quiz

Ich suche meinen Hund.

meinen Hund =
A
onderwerp
B
meewerkend voorwerp
C
lijdend voorwerp
D
weet ik niet

Slide 20 - Quiz

D... Mann hat d... Mann geschlagen
A
der- der
B
der- den
C
die- der
D
das-der

Slide 21 - Quiz

E.... Frau hat d..... Junge gesehen!
A
ein- der
B
Eine- die
C
eine- den

Slide 22 - Quiz

D... Junge hat d... Kinder (mv) gesucht.
A
der- den
B
der- das
C
die- der
D
der- die

Slide 23 - Quiz

E.. Junge hat d... Mädchen geküsst!
A
ein- das
B
eine- das
C
ein- der
D
eine- das

Slide 24 - Quiz

Slide 25 - Video