formatief 2.1+2.2 Atoombinding en vdWaals+H-brug

Hoeveel bindingen maken atomen uit groep 15?

A

15

B

4

C

1

D

3

1 / 17
next
Slide 1: Quiz
New lesson editorScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoeveel bindingen maken atomen uit groep 15?

A

15

B

4

C

1

D

3

Hoeveel elektronen hebben atomen uit groep 16 in buitenste schil?

A

16

B

2

C

6

D

8

Welke binding is polair?

A

H-H

B

C-H

C

Na-Cl

D

O-H

Welke binding is ionogeen?

A

H-H

B

C-H

C

Na-Cl

D

O-H

Welke binding(en) is of zijn apolair?

A

H-H

B

C-H

C

Na-Cl

D

O-H

Apolaire = covalente binding

polaire binding

ionbinding

KF

N-H

O-H

C-H

NaCl

C-O

C=O

C-Cl

Wat is de juiste naam van deze stof?

A

stikstofzuurstof

B

di-stikstoftetra-zuurstof

C

tertrastikstofdi-oxide

D

distikstoftetraoxide

Wat is de juiste naam van deze stof?

A

difosforpentachloride

B

di-fosfor-pentachloor

C

pentachloordifosfor

D

difosforchloride

Wat is de juiste formule van broom en chloor?

A

br2 en cl2

B

2Br en 2Cl

C

Br2 en Cl2

D

Br en Cl

welke van deze stof(fen) lost/lossen op in water?

A

geen van de drie

B

alleen stof 1

C

stof 2+3

D

allemaal

Een stof die oplost in water noemen we polair/hydrofiel

A

ja, hydrofiel betekent dat de stof van water zal 'houden' en water is polair dus de stof ook

B

nee, hydrofiel betekent dat de stof van water 'bang is' en water is polair dus de stof is dan apolair

C

nee, een stof die in water oplost is juist hydrofoob en apolair

D


Alle moleculen die een -OH-groep of -NH-groep hebben lossen op in water

A

ja, want een OH of NH groep kan een H-brug maken en zal dan dus in water oplossen

B

nee, want die groepen zorgen er voor dat de vdWaals krachten groter zijn en het dus juist niet in water op zal lossen

C

Nee, een OH of NH groep kan een H-brug maken en zal dan dus niet in water oplossen

D

dat is afhankelijk van het aantal CH2-groepen in het molecuul. Elke OH kan ongeveer 4 tot 5 CH2-groepen en elke NH-groep ongeveer 3-4 CH2 groepen in water op laten lossen

Heeft dit molecuul een dipool?

A

Ja, er is een netto dipool want de ladingen heffen elkaar niet op.

B

Nee, er is een netto dipool want de ladingen heffen elkaar niet op.

C

Ja, er is geen netto want de ladingen heffen elkaar op dipool.

D

Nee, er is geen netto dipool want de ladingen heffen elkaar op.

Heeft waterstofchloride een dipool (en is het dus een dipoolmolecuul) ?

A

Ja

B

Nee

C


D


Polaire molecuul

Apolair molecuul

Waterstof (H2)

Methaan (CH4)

Methanol (CH3OH)

Waterstofchloride

(H-Cl)

Koolstofdioxide (O=C=O)

Water

(HOH)

ammoniak

H-N-H

     |

    H

wateroplosbaar molecuul

niet wateroplosbaar molecuul

Waterstof (H2)

Methaan (CH4)

Methanol (CH3OH)

Waterstofchloride

(H-Cl)

Koolstofdioxide (O=C=O)

Water

(HOH)

ammoniak

H-N-H

     |

    H

Als een molecuul een -OH of -NH groep bevat of een dipoolmolecuul is ontstaat er een extra interactie tussen deze moleculen onderling en met watermoleculen. Wat zal er met het kookpunt van de moleculen gebeuren: zal dit hoger/gelijk/lager zijn dan moleculen met een zelfde molmassa maar zonder deze extra interactie