Workshop medicatie les 4 Psychofarmaca

1 / 33
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 33 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

leerdoelen
Na deze les kan de student:
  1. uitleggen wat psychofarmaca zijn en waarom deze medicatie wordt voorgeschreven;
  2. verschillende groepen psychische medicatie herkennen en benoemen;
  3. uitleggen wat de werking, bijwerkingen en aandachtspunten zijn van veelgebruikte medicatie;
  4. beschrijven wat de rol van de begeleider is bij medicatiegebruik;
  5. uitleggen waarom goede observatie en rapportage belangrijk zijn;
  6. benoemen wanneer overleg met arts, verpleegkundige of gedragsdeskundige nodig is;
  7. rekening houden met wet- en regelgeving rondom medicatie, dwang en veiligheid.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

 stemmingsstabilisatoren
Antidepressiva

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Slide

Kalmerings- en slaapmiddelen (benzodiazepinen)

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Anxiolytica zijn medicijnen die angstgevoelens en spanning verminderen. Ze worden voorgeschreven bij angststoornissen of acute panieksituaties. Vanwege aanzienlijke bijwerkingen en een risico op verslaving gebeurt dit meestal kortdurend

Slide 17 - Slide

Open 
https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/ 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Link

Anti-epileptica worden voorgeschreven aan patiënten met epilepsie, maar ook aan patiënten met zenuwpijn. Zij verminderen de prikkelbaarheid van het centrale zenuwstelsel, waardoor ze ook pijnklachten verminderen. U hoeft dus geen epilepsie te hebben om deze medicatie als pijnstiller te gebruiken.

Slide 20 - Slide

rol van de begeleider
De begeleider ondersteunt de cliënt bij veilig en verantwoord medicatiegebruik, binnen de afspraken van het zorgplan en de regels van de organisatie.

Ondersteunen bij het innemen van medicatie. Dit betekent bijvoorbeeld dat je de cliënt helpt herinneren aan het juiste tijdstip, meekijkt of de medicatie volgens afspraak wordt ingenomen of begeleiding biedt als iemand moeite heeft met structuur.

Slide 21 - Slide

Je let bijvoorbeeld op veranderingen in:
  • gedrag;
  • stemming;
  • slaap;
  • eetlust;
  • alertheid;
  • concentratie;
  • onrust of agressie;
  • sufheid of verwardheid;
  • lichamelijke klachten; 
  • vallen of duizeligheid.

Slide 22 - Slide

Observeren en signaleren

Een van de belangrijkste taken van de begeleider is observeren. Jij ziet vaak als eerste dat er iets verandert bij een cliënt.


Voorbeelden:

Een cliënt gebruikt nieuwe slaapmedicatie en is overdag erg suf.
Een cliënt met antidepressiva lijkt de laatste dagen somberder en trekt zich terug.
Een oudere cliënt gebruikt kalmeringsmiddelen en valt vaker.
Een cliënt met antipsychotica heeft last van stijve spieren of trillen.
Een cliënt met ADHD-medicatie eet minder en slaapt slechter.

Slide 23 - Slide

Rapporteren
Rapporteren betekent dat je duidelijk opschrijft wat je ziet, hoort en merkt. Het is belangrijk dat je feitelijk rapporteert.

Niet goed:
“Mevrouw reageert raar door haar medicatie.”
Beter:
“Mevrouw was vandaag tussen 10.00 en 12.00 uur erg suf. Ze viel twee keer bijna in slaap tijdens de activiteit. Dit is sinds de start van de nieuwe medicatie op maandag vaker zichtbaar.”

Slide 24 - Slide

Wanneer overleg je?
Je overlegt met een collega, verpleegkundige, arts of gedragsdeskundige wanneer:

  • een cliënt medicatie weigert;
  • je bijwerkingen ziet;
  • een cliënt suf, verward of angstig wordt;
  • gedrag plotseling verandert;
  • een cliënt valt of bijna valt;
  • een cliënt aangeeft te willen stoppen;
  • medicatie vergeten is;
  • je twijfelt of iets veilig is.

Slide 25 - Slide

Eigen regie van de cliënt
Een cliënt heeft zoveel mogelijk recht op eigen regie. Dat betekent dat de cliënt betrokken wordt bij het eigen medicatiegebruik, voor zover dat mogelijk is.
Als begeleider kun je:
  • uitleg geven op een begrijpelijke manier;
  • vragen hoe de cliënt zich voelt bij de medicatie;
  • de cliënt stimuleren om vragen te stellen aan de arts;
  • keuzes en wensen van de cliënt serieus nemen;
  • letten op weerstand of angst rondom medicatie.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Video

WZD
De Wet zorg en dwang (Wzd) gaat uit van het principe ‘Nee, tenzij’. De zorg voor mensen met dementie en mensen met een verstandelijke beperking vindt zoveelmogelijk op vrijwillige basis plaats.
Als het toch nodig is om onvrijwillige zorg in te zetten, stelt de wet voorwaarden die zorgvuldige inzet mogelijk maken.

Wat is gedrag beïnvloedende of sederende medicatie volgens de Wzd?
‘medicatie die van invloed is op het gedrag of de bewegingsvrijheid van de cliënt, vanwege de psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, of vanwege een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie hiervan’.

Slide 29 - Slide

Stappenplan bij gedrag beïnvloedende of sederende medicatie
Vindt de zorgverantwoordelijke het noodzakelijk om gedrag beïnvloedende of sederende medicatie in het zorgplan op te nemen? 

Dan zijn de volgende vragen van belang:
Is de cliënt wilsbekwaam of niet?
Bij wilsonbekwaamheid: wat vindt de vertegenwoordiger van de medicatie?
Wordt de medicatie conform een professionele richtlijn toegediend?

Wilbekwame cliënt
De wilsbekwame cliënt stemt in met de medicatie. De medicatie kan in het zorgplan  opgenomen worden zonder het stappenplan te volgen.
De wilsbekwame cliënt stemt niet in met de medicatie. De medicatie kan dan in het zorgplan worden opgenomen als dat nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Het stappenplan moet worden gevolgd.

Slide 30 - Slide

Wilbekwame cliënt

De wilsbekwame cliënt stemt in met de medicatie. De medicatie kan in het zorgplan opgenomen worden zonder het stappenplan te volgen.

De wilsbekwame cliënt stemt niet in met de medicatie. De medicatie kan dan in het zorgplan worden opgenomen als dat nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Het stappenplan moet worden gevolgd.
Wilsonbekwame cliënt
De vertegenwoordiger van de wilsonbekwame cliënt stemt in met de medicatie. De cliënt verzet zich daar tegen. De medicatie kan dan in het zorgplan als dat nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Het stappenplan volgen. 

De vertegenwoordiger van de wilsonbekwame cliënt stemt in met de medicatie. De cliënt verzet zich daar niet tegen. Wordt de medicatie conform een professionele richtlijn toegediend? Dan medicatie in het zorgplan zonder het stappenplan te volgen. Zo niet, dan kan de medicatie alleen in het zorgplan  als dat nodig is om ernstig nadeel te voorkomen, en dan moet stappenplan gevolgd worden.

De vertegenwoordiger van de wilsonbekwame cliënt stemt niet in met de medicatie. De medicatie kan in het zorgplan worden opgenomen als dat nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Het stappenplan moet worden gevolgd.

Slide 31 - Slide

Vragen
Na deze les kan de student:
uitleggen wat psychofarmaca zijn en waarom deze medicatie wordt voorgeschreven;
verschillende groepen psychische medicatie herkennen en benoemen;
uitleggen wat de werking, bijwerkingen en aandachtspunten zijn van veelgebruikte medicatie;
beschrijven wat de rol van de begeleider is bij medicatiegebruik;
uitleggen waarom goede observatie en rapportage belangrijk zijn;
benoemen wanneer overleg met arts, verpleegkundige of gedragsdeskundige nodig is;
rekening houden met wet- en regelgeving rondom medicatie, dwang en veiligheid.

Slide 32 - Slide

Huiswerk
Volledig maken van het werkblad en koppelen aan de praktijk.
Tip bewijslast:
https://free-learning.nl/modules/zorg-en-dwang/start.html 

Slide 33 - Slide