Freud: psychoanalyse

Hoofdstuk 2 – Psychodynamische theorieën

  • Belangrijkste uitgangspunten:

  • Ons gedrag wordt bepaald door onbewuste, irrationele drijfveren.

  • Gedrag heeft vaak dieperliggende motieven, waar we ons niet altijd bewust van zijn.

  • Ervaringen in onze kinderjaren spelen een belangrijke rol voor onze persoonlijkheid op latere leeftijd.


1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGedragswetenschappenSecundair onderwijs

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 2 – Psychodynamische theorieën

  • Belangrijkste uitgangspunten:

  • Ons gedrag wordt bepaald door onbewuste, irrationele drijfveren.

  • Gedrag heeft vaak dieperliggende motieven, waar we ons niet altijd bewust van zijn.

  • Ervaringen in onze kinderjaren spelen een belangrijke rol voor onze persoonlijkheid op latere leeftijd.



Freud
a. mens als driftwezen
b. drie zones psychisme
c. De psychoanalyse als duiding van de vermomde driftuitingen


.

Driften of triebe

  • Levensdrift (eros)

  • Doodsdrift (thanatos)

Infantiele seksualiteit (5 fasen)

  • 1. 0-2 jaar: ORALE FASE

    • * mond (melk)

      • Ersatzbevrediging

    • ! Moeder

  • 2. 2-4 jaar: ANALE FASE

    • *ontlastingsorgaan: zindelijkheidstraining

    • ! Begin autonomie

  • 3. 4-6 jaar: FALLISCHE FASE

    • *geslachtsorganen: lust + verschil jongen/meisje

    • ! Overwinnen Oedipuscomplex/Elektracomplex

Infantiele seksualiteit (5 fasen)

  • 4. 6 – 11 jaar: LATENTE FASE

    • * overgangsfase

      • Van seksuele belangstelling  tederheid, lieflijkheid

    • ! Ontdekking buitenwereld + ontwikkeling geweten (über-ich)

  • 5. 12 – 16 jaar: GENITALE FASE

    • * seksuele ontwikkeling


  • !!!: goede doorstroom in alle fasen

    • Geen goede doorstroom: psychoseksuele problemen op latere leeftijd


Freud
a. mens als driftwezen
b. drie zones psychisme
c. De psychoanalyse als duiding van de vermomde driftuitingen


Deze PPT is niet genoeg om te leren. Het geeft enkel de hoofdzaken aan. 


Dit deel is enkel uit op driftbevrediging.

A

Es

B

Ich

C

Über-Ich

D


Dit deel is ons bewustzijn, ons verstand.

A

Es

B

Ich

C

Über-Ich

D


Dit deel kan je vergelijken met het 'engeltje op je schouder'.

A

Es

B

Über-Ich

C

Ich

Het Ich en het Über-Ich zijn de censureren/filteren de driften die vanuit het Es komen.

A

Waar

B

Niet waar




Freud
a. mens als driftwezen
b. drie zones psychisme
c. De psychoanalyse als duiding van de vermomde driftuitingen


Psychoanalyse

Het ES wil driftbevrediging

--> Daarom moet het ES het Ich en über-ich (de censoren) kunnen misleiden a.d.h.v. afleidingstechnieken.


Psychoanalyse = methode die de afleidingstechnieken (8) van het Es gaat proberen te achterhalen en deze boodschappen gaat proberen te begrijpen.

8 afleidingstechnieken van het ES

  • 1. Dromen: Freuds droominterpretatie

  • 2. Fehlleistungen

  • 3. Sublimatie

  • 4. Projectie

  • 5. Introjectie

  • 6. Lichaamsexpressie en tics

  • 7. Neurotische stoornissen

  • 8. Fixatie en regressie

1) DROMEN: FREUDS DROOMINTERPRETATIES

  • Droommotief = Verdrongen seksuele verlangens uit de kindertijd


  • Eenvoudige droombeelden = kinderdromen

    • Vlot

    • Begrijpelijk


  • Belangrijke droombeelden

    • Duister

    • Moeilijk te begrijpen

--> Dubbele inhoud (volgende slide)

1. DROMEN: FREUDS DROOMINTERPRETATIES


Belangrijke droombeelden: dubbele inhoud


  • Manifeste inhoud: feitelijke droom + herinnering droom

    • openlijke inhoud is vermomde uiting van de ware, diepe boodschap



  • Latente inhoud: ware wens/angst

    • Boodschap is té brutaal om door censuur van het ich en über-ich te geraken

Droomarbeid

= verzachting

van dromen

1. DROMEN: FREUDS DROOMINTERPRETATIES

  • DROOMARBEID : 4 vermommingstechnieken

    • Verdichting: een gebeurtenis wordt herleid tot 1 gegeven of detail

    • Verschuiving: echte wens/angst wordt vervangen door een gelijkaardig object

      • Ook: omkering in het tegendeel

    • Dramatisering: omvorming van gedachten in visuele voorstellingen

    • Seksuele symbolisatie: mildere dromen over seksuele of agressieve beelden

2. FEHLLEISTUNGEN

  • = kleine foutjes toe te schrijven aan toeval/verstrooidheid

    • Versprekingen

    • Verschrijvingen

    • Foutieve handelingen stellen


  • Werkelijkheid: onbewuste spanningen of verlangens

3. SUBLIMATIE

  • = omzetten van seksuele/agressieve energie --> sociaal aanvaardbare dingen

    • Verdedigen van mooi klinkende idealen/ideeën

    • Verrichten van ongevaarlijke activiteiten

    • Kunstcreaties en de zin voor het esthetische

    • Uitvoeren van nuttig en sociaal geapprecieerd werk

4. PROJECTIE

  • = onbewust je verlangens/gevoelens/gedachten/gebreken toeschrijven op een ander persoon/object


  • Projectieve tests : doordringen in iemands onbewuste

    • Rorschach


Tom zit met zijn vriendin in een restaurant en zegt per ongeluk: “Ik hou van je, mama.”

Dit is een voorbeeld van een...

A

Sublimatie

B

Fehlleistung

C

Projectie

D

Answer D

Joris voelt vaak woede en agressie, maar in plaats van ruzie te maken, begint hij met kickboksen en wordt hij een professionele vechter.

Dit is een voorbeeld van een...

A

Sublimatie

B

Fehlleistung

C

Projectie

D

Answer D

Sarah voelt zich onzeker over haar uiterlijk, maar in plaats van dit toe te geven, noemt ze andere mensen ‘ijdel’ en ‘obsessief met hun looks’.

Dit is een voorbeeld van een...

A

Sublimatie

B

Fehlleistung

C

Projectie

D

Answer D

Emma voelt zich vaak boos en gefrustreerd, vooral na ruzies op haar werk. In plaats van haar woede af te reageren op collega’s of familie, begint ze met schilderen. Ze maakt expressieve, krachtige schilderijen waarin ze haar emoties omzet in kunst.


Dit is een voorbeeld van een...

A

Sublimatie

B

Fehlleistung

C

Projectie

D

Answer D

5. INTROJECTIE

  • = onbewust in je eigen gedrag/overtuigingen, kenmerken van iemand anders overnemen

    • Zowel + als -

6. LICHAAMSEXPRESSIES EN TICS

  • Expressies: om uiting te geven aan onbewuste angsten/wensen

  • Tics: herhaalde, overbodige lichaamsuitdrukkingen

7. NEUROTISCHE STOORNISSEN

  • = stoornissen/neurosen die tot uiting komen nadat verdrongen wensen/angsten uit de kinderjaren uit het onbewuste niveau naar boven komen door een nieuw opgelopen trauma


  • BEHANDELING: methode van de vrije associatie
    !!!: openstaan voor bewustwording, aanvaarding en verwerking 

    • 1) volledige toestand in rust

    • 2) vrije loop van gedachten

    • 3) losse gedachten  associatie

    • 4) interpretatie door therapeut

    • 5) aanvaarden: erkennen van het probleem

 Weerstand van het ES (te pijnlijke bewustwording)

8. FIXATIE + REGRESSIE

  • Fixatie = blijven steken in kinderlijke wijze van handelen, denken en voelen door verdrongen of niet verwerkte wensen en angsten
    --> karakterleer: oraal, anaal, fallisch en genitaal


  • Regressie = terugvallen in een vroeger stadium van de psychische evolutie --> hervallen in kinderlijk gedrag

= manier om om te gaan met stress en angst!