Hoofdstuk 2 paragraf 2

Hoofdstuk 2 paragraaf 2

dat je weet waar paragraaf 2 over gaat

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolPraktijkonderwijsvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 5 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 2 paragraaf 2

dat je weet waar paragraaf 2 over gaat

inleiding

  1. jullie gaan een stuk tekst lezen uit het boek blz. 31,32

  2. een paar vragen maken


waar denk je aan bij farao`s

Welke rivier was belangrijk voor Egypte?

A

Yangtze

B

Nijl

C

Amazone

D

Donau

Wat was de functie van een farao?

A

Heerser

B

Boer

C

Handelaar

D

Religieus leider

Hoe werd Egypte een staat?

A

Door het veroveren van andere landen

B

Door de eenwording van verschillende clans

C

Door opkomst van farao's

D

Door invloed van de Nijl

Wat was de belangrijkste taak van een farao?

A

Religieuze leiderschap

B

Bouwen van piramides

C

Het besturen van het land

D

Vissen in de Nijl

Waarvoor dienden de piramides?

A

Als graf voor farao's

B

Als tempels voor goden

C

Als marktplaatsen

D

Als woonhuizen

Wie was de bekendste farao van Egypte?

A

Ramses II

B

Toetanchamon

C

Nefertiti

D

Cleopatra

Wat bouwden de Egyptenaren in het oude Egypte?

A

Torens

B

Kastelen

C

Piramides

D

Tempels

wat weet je nu over Egypte

einde

nu weet je waar paragraaf 2 over gaat