Straling gebruiken en beschermen tegen straling

Straling gebruiken en beschermen tegen straling
1 / 47
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Straling gebruiken en beschermen tegen straling

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

  • Herhalen
  • Verschillende soorten straling
  • Straling gebruiken
  • Bescherming tegen staling
  • Afsluiten

Slide 2 - Slide

Herhalen

Slide 3 - Slide

Wanneer ontstaat radioactieve straling?

Slide 4 - Open question

Radioactiviteit van atomen

Slide 5 - Slide

Stabiele kernen en instabiele kernen
Een klein atoom valt niet snel uit elkaar en heeft een stabiele kern.
Een groot atoom valt sneller uit elkaar en heeft een instabiele kern.

Het uit elkaar vallen van een kern heet radioactief verval.
Bij het uit elkaar vallen van de kern komt ioniserende straling vrij.
Ioniserende straling kan moleculen kapot maken.

Slide 6 - Slide

Activiteit
De activiteit van een radioactieve stof meet je met een geigerteller.

De activiteit (hoeveel atomen vervallen) meet je in becquerel (Bq).

Slide 7 - Slide

Halveringstijd of halfwaardetijd
De halveringstijd geeft aan hoe lang het duurt voor de helft van de stof is vervallen.

De halveringstijd verschilt per stof:

Slide 8 - Slide

Wat is radioactiviteit?
A
Het proces waarbij een atoomkern vervalt en straling uitzendt
B
De eigenschap van een atoomkern om straling op te nemen
C
Het proces waarbij een atoomkern samensmelt met een andere atoomkern
D
De eigenschap van een atoomkern om stabiel te zijn

Slide 9 - Quiz

Radioactiviteit met je met een
A
becquerel meter
B
radio activiteit meter
C
geigerteller

Slide 10 - Quiz

De radioactiviteit van een stof (Becquerel) geeft aan
A
hoeveel straling je ontvangt
B
hoeveel atoomkernen er vervallen

Slide 11 - Quiz


De halveringstijd van deze stof is ...
A
5 uur
B
10 uur
C
20 uur
D
60 uur

Slide 12 - Quiz

IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van 3 dagen. Hoeveel radioactiviteit is er na 6 dagen nog?
A
De helft
B
Een kwart
C
Een achtste
D
Niet meer

Slide 13 - Quiz

Verschillende soorten radioactieve straling

Slide 14 - Slide

Verschillende soorten radioactieve straling en hun doordringend vermogen (dracht)
ABCDEFG
komt niet ver
komt wel ver

Slide 15 - Slide

Het doordringend vermogen geeft aan
A
hoe makkelijk een straling ergens doorheen kan
B
hoeveel straling er is
C
wat straling is
D
hoelang het duurt om straling te verminderen

Slide 16 - Quiz

Welke straling word gestopt door papier?
A
Bètastraling
B
Gammastraling
C
Alfastraling
D
Epsilonstraling

Slide 17 - Quiz

Het doordringend vermogen verschilt per soort straling.

In welke regel staat de straling in de goede volgorde van een klein naar een groot doordringend vermogen?

A
bèta-gamma-alfa
B
gamma-bèta-alfa
C
alfa-bèta-gamma
D
gamma-alfa-bèta

Slide 18 - Quiz

Welke soort straling passeert een velletje papier bijna ongehinderd, maar wordt door een dik boek wel geabsorbeerd?
A
Bètastraling
B
Gammastraling
C
Alfastraling

Slide 19 - Quiz

Voedselbestraling wordt gebruikt om eten langer houdbaar te maken. Door voedsel met een bepaalde hoeveelheid straling te beschieten, worden bacteriën, schimmels, insecten en vele andere parasieten in het voedsel gedood. Welke straling wordt hier het meest waarschijnlijk voor gebruikt?
A
Alfastraling
B
Bètastraling
C
Gammastraling

Slide 20 - Quiz

Straling gebruiken

Slide 21 - Slide

Hoe wordt straling gebruikt?

  1. Onderzoek met een tracer
  2.  Bestraling van kanker 
  3. Röntgenfoto
  4. Kerncentrale

Slide 22 - Slide

Onderzoek met een tracer   (PET-scan)

Slide 23 - Slide

Onderzoek met een tracer


Tracer --> 
gammastraling


Slide 24 - Slide

Bestraling
Uitwendige bestraling:
Ioniserende straling wordt van buiten het 
lichaam op de tumor gestraald.

Inwendige bestraling:
Radioactieve stof wordt binnengebracht, 
in het lichaam gaat deze de tumor 
bestralen.

Slide 25 - Slide

Bestraling
Uitwendige bestraling --> 
gammastraling

Inwendige bestraling -->
alfastraling

Slide 26 - Slide

Bij medisch onderzoek worden radioactieve merkstoffen gebruikt om afbeeldingen van het lichaam te maken. Zo’n radioactieve merkstof noem je ook wel een...

Slide 27 - Open question

Welke straling zendt een tracer uit?
A
Alfastraling
B
Bètastraling
C
Gammastraling

Slide 28 - Quiz

Waarom zijn alfa- en bètastraling niet geschikt als tracer?

Slide 29 - Open question

Waar wordt in het ziekenhuis bestraling vooral bij gebruikt?
A
Bestrijding van kankergezwellen
B
Bestrijding van virusinfecties
C
Tegengaan van maagklachten
D
Verhelpen van spierpijn

Slide 30 - Quiz

Bestraling en besmetting

Slide 31 - Slide

Bestraling en besmetting
Bestraling
Je bent blootgesteld aan straling, maar de bron is ergens anders.
Besmetting
De bron van de straling zit in of op je lijf.

Slide 32 - Slide

Bij welke vorm van bestraling wordt je radioactief besmet?
A
Bestraling van buitenaf
B
Bestraling van binnnenuit

Slide 33 - Quiz

In de buurt van Tsjernobyl lopen
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 34 - Quiz

Achtergrondstraling
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 35 - Quiz

Groenten eten verbouwd in de buurt van Tsjernobyl
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 36 - Quiz

Er wordt een tracer ingespoten om een interne bloeding op te sporen.
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 37 - Quiz

Een tumor in de borstholte wordt van buitenaf bestraald.
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 38 - Quiz

Een tumor in de schildklier wordt van binnenuit bestraald.
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 39 - Quiz

Beschermen tegen straling

Slide 40 - Slide

Bescherming tegen bestraling
  1. De tijd van bestraling zo kort mogelijk maken
  2. De afstand tot de bron zo groot mogelijk maken
  3. Afschermingsmateriaal gebruiken (bijvoorbeeld lood)

Slide 41 - Slide

Bescherming tegen besmetting
  1. Werk op de juiste plek.
  2. Jas en schoenhoezen.
  3. Niet morsen.
  4. Was altijd je handen als je klaar bent.
  5. Controleer regelmatig of de werkruimtes niet radioactief besmet zijn.



Slide 42 - Slide

Wat als het toch mis gaat
  1. Kleding uittrekken en douchen.
  2. Kleding opbergen
  3. Besmette ruimtes schoonmaken



Slide 43 - Slide

Voor de bescherming tegen straling wordt afschermingsmateriaal gebruikt. Welk materiaal wordt veel gebruikt als afschermingsmateriaal?
A
Aluminium
B
Plastic
C
Lood
D
Zilver

Slide 44 - Quiz

Bij vervoer van bepaalde radioactieve stoffen worden de radioactieve stoffen vervoerd in containers met dikke stalen wanden. Voor welke soort straling is de dikke stalen wand als bescherming noodzakelijk?
A
Alfa
B
beta
C
gamma

Slide 45 - Quiz

Wat is geen manier om jezelf te beschermen tegen straling?
A
Een mondkapje dragen
B
De blootstellingstijd beperken
C
De afstand vergroten
D
De bron afschermen

Slide 46 - Quiz

Waartegen bescherm je jezelf als je een mond masker op doet?
A
Bestraling
B
Besmetting

Slide 47 - Quiz