Campus 1 Les 28 Het gezegde in een zin onderzoeken

Heel even herhalen..
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Heel even herhalen..

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Hoe herken je een persoonsvorm (PV) in een zin?

Slide 3 - Open question

Wat is de PV in deze zin.
De ijsbeer is het grootste landdier.

Slide 4 - Open question

Wat is de PV in deze zin.
Meestal leeft deze jager alleen.

Slide 5 - Open question

Wat is de PV in deze zin.
Hij schrikt mensen en dieren af.

Slide 6 - Open question

Slide 7 - Slide

Wat is een onderwerp?

Slide 8 - Open question

Wat is het onderwerp in deze zin.
De ijsbeer is het grootste landdier.

Slide 9 - Open question

Wat is het onderwerp in deze zin.
Meestal leeft deze jager alleen.

Slide 10 - Open question

Wat is het onderwerp in deze zin.
Hij schrikt mensen en dieren af.

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Wat DOET de ijsbeer?
Antwoord met één woord uit de tekst!

Slide 14 - Mind map

Wat IS de ijsbeer?
Kies één antwoord uit de tekst.

Slide 15 - Mind map

Het gezegde in een zin.
Werkwoordelijk gezegde (WWG) 
(wat ik doe)
of 
Naamwoordelijk gezegde (NWG)?
(hoe, wie of wat ik ben)

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Wat is een gezegde?

Slide 18 - Open question

Wat is een naamwoordelijk gezegde?
Vul aan: Dat zijn woorden die zeggen hoe, wie of wat het onderwerp...... of .....

Slide 19 - Open question

Wat is een werkwoordelijk gezegde
Vul aan: Dat zijn woorden die zeggen wat het onderwerp ..........

Slide 20 - Open question

NWG of WWG?
De tentoonstelling toont bedreigde dieren.
A
WWG
B
NWG

Slide 21 - Quiz

NWG of WWG?
Ze zijn levensecht en groot.
A
WWG
B
NWG

Slide 22 - Quiz

NWG of WWG?
Op 25 locaties kan je de dieren gaan ontdekken.
A
WWG
B
NWG

Slide 23 - Quiz

NWG of WWG?
De expositie is een primeur!
A
WWG
B
NWG

Slide 24 - Quiz

NWG of WWG?
De dieren bestaan uit legoblokjes.
A
WWG
B
NWG

Slide 25 - Quiz

NWG of WWG?
Zal de expositie volgend jaar even aantrekkelijk zijn?
A
WWG
B
NWG

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Slide

LWB p 256!

Neem de groene kader naast je en beantwoord dan de volgende opdracht.

Slide 28 - Slide

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

Mensen krijgen zelden een sneeuwluipaard te zien.
A
PV + VD
B
PV
C
PV + INF
D
PV = te-INF

Slide 29 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

De sneeuwluipaarden hebben lang de toppen van de Himalya gedomineerd.
A
PV + VD
B
PV
C
PV + INF
D
PV = te-INF

Slide 30 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

Maar vandaag is de katachtigen aan het verdwijnen.
A
PV + VD
B
PV
C
PV + aan het +INF
D
PV + te-INF

Slide 31 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

In sommige gebieden sterven ze volledig uit.
A
PV + VD
B
PV + adPV
C
PV + INF
D
PV

Slide 32 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Landbouw en de aanleg van wegen zouden hen genadeloos weggejaagd hebben.
A
PV + VD
B
PV
C
PV + VD +INF
D
PV + INF

Slide 33 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

Landbouw en de aanleg van wegen zouden hen genadeloos weggejaagd hebben.
A
PV + VD
B
PV
C
PV + VD +INF
D
PV + INF

Slide 34 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

Wanneer zal die stroperij eindelijk eens gestopt kunnen worden.
A
PV + VD+ INF + INF
B
PV + VD
C
PV + VD +INF
D
PV + INF

Slide 35 - Quiz

Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?

Wanneer zal die stroperij eindelijk eens gestopt kunnen worden.
A
PV INF + INF
B
PV + VD
C
PV + VD +INF
D
PV + INF

Slide 36 - Quiz

LWB p 258
Neem de groene kader naast je en beantwoord dan de volgende opdracht.

Slide 37 - Slide

Waaruit bestaat het naamwoordelijk gezegde?

Dat blijkt geen goed idee te zijn.
A
PV + naamw. deel +te-INF
B
PV + naamw.deel +VD
C
PV + naamw.deel + VD +INF
D
PV + naamw. deel + INF

Slide 38 - Quiz

Waaruit bestaat het naamwoordelijk gezegde?

Deze les is erg belangrijk geweest.
A
PV+ naamw deel + te-INF
B
PV+ naamw deel + VD
C
PV + naamw deel+ VD +INF
D
PV + naamw deel+ INF

Slide 39 - Quiz

Slide 40 - Video