BAG - Periode 11 - Theorie Dwarslaesie & verlamming - LJ3 (les 2)


Bewegingsagogie


Dwarslaesie &
Verlamming

 Michelle Palings || M.palings@curio.nl

1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWelzijnMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson


Bewegingsagogie


Dwarslaesie &
Verlamming

 Michelle Palings || M.palings@curio.nl




Inhoudsopgave

Les 1: Amputatie & Prothesen

Les 2:    Dwarslaesie & Verlamming

Les 3 & 4: Neurologische aandoeningen

Les 5:    Reumatische Aandoeningen

Les 6:    Auditieve - & Visuele aandoeningen

          


Toetsing: Di 31-3-2026 14:15 - 15:15

Wie o Wie

Vraag 1: Wat weet jij al over Dwarslaesie?

Wie o Wie

Vraag 2: Als we het hebben over dwarslaesie
kan er gesproken worden over 2 categorieën?


Incomplete Dwarslaesie


Kenmerken: Gedeeltelijke verlamming
en/of verlies van gevoel.
Herstel: Gedeeltelijk herstel is mogelijk.

Gevoel/Motoriek: Er is nog sprake van enig gevoel of enige beweging onder het niveau van het letsel.

Variatie: Bij een motorisch incomplete
laesie kan iemand vaak nog (ondersteund) lopen.



Complete Dwarslaesie


Kenmerken: Volledige verlamming en/of

verlies van gevoel onder niveau van het letsel.
Herstel: Geen herstel van beschadigde
zenuwbanen mogelijk.

Gevoel/Motoriek: Geen afhankelijk van locatie




Oorzaken en Revalidatie


Traumatisch: Verkeersongeluk, val of sportongeval.

Niet-traumatisch: Ziekte, tumor, bloeding of ontsteking.
Revalidatie: Bij beide vormen is gespecialiseerde revalidatie noodzakelijk, waarbij bij incompleet de prognose voor (gedeeltelijk) herstel gunstiger is. In de eerste fase kan een 'spinale shock' tijdelijk zorgen voor meer uitval dan de uiteindelijke, blijvende schade.



  • Gevoelsuitval


  • Bewegingsuitval


  • Vegetatieve uitval

      organen

Verlammingsverschijnselen (spasme of slap)

Achterkant- tast, druk, bewegingsgevoel en houdingsgevoel

Zijkant – pijn en temperatuur

Tetraplegie (hoge dwarslaesie)

  • Halswervel letsel

  • Treft alle 4 ledematen

Paraplegie (lage dwarslaesie)

  • Verlamming van benen en romp

  • Armen en handen blijven functioneel

  • T1-T5

  • Tetraplegie (quadriplegie): Ontstaat door letsel in de nek (cervicale ruggenmerg, C1-C8). Dit leidt tot geheel of gedeeltelijk verlies van gevoel en motoriek in armen, benen, romp en bekkenorganen.

  • Paraplegie: Ontstaat door letsel in de borst-, lenden- of heiligbeenwervels (thoracaal, lumbaal of sacraal). Hierbij zijn alleen de benen en de onderste lichaamshelft verlamd of verzwakt.

  • Revalidatie: De revalidatieduur voor tetraplegie is vaak langer (tot 15 maanden) dan voor paraplegie (tot 9 maanden), afhankelijk van de functionele progressie.

  • Gevolgen: Hoe hoger het letsel, hoe groter de beperkingen.
    Bij tetraplegie kan ook de ademhaling en controle over de romp ernstig zijn aangetast.

Belangrijkste verschillen en kenmerken:

* Zowel tetra- als paraplegie kunnen compleet (geen gevoel/motoriek meer onder laesie) of incompleet zijn.

Wie o Wie

Vraag 3: Wat is er volgens jou aan de hand met de jongen uit de video?

Hoe zit het met Hemiplegie & wat is het verschil?

Wie o Wie

Vraag 4: Als we het hebben over verlamming,
waar denk je dan aan?

En hoe zit het hiermee, wie heeft ervaring?

  • Monoplegie: Verlamming van één enkel ledemaat (één arm of één been).

  • Hemiplegie: Verlamming van één kant van het lichaam (arm en been aan dezelfde kant). Dit wordt vaak veroorzaakt door een hersenbeschadiging zoals een beroerte.

  • Paraplegie: Verlamming van het onderlichaam, inclusief beide benen en vaak de romp, meestal veroorzaakt door ruggenmergletsel.

  • Quadriplegie (Tetraplegie): Verlamming van alle vier de ledematen (armen en benen) en vaak de romp. Dit ontstaat door letsel aan de nek/hoge ruggenmerg.

  • Diaplegie (Diplegie): Verlamming of zwakte die symmetrisch is, vaak beide benen (spastische diaplegie) of soms beide armen, wat vaak voorkomt
    bij cerebrale parese.

Verlamming

  • Plegie vs. Parese: 'Plegie' staat voor volledige verlamming, terwijl 'parese' staat voor gedeeltelijke verlamming of spierzwakte.

  • Oorzaken: Deze aandoeningen kunnen ontstaan door beroertes, traumatisch hersenletsel, dwarslaesies (ruggenmergletsel) of neurologische aandoeningen zoals cerebrale parese.

  • Diaplegie/Diplegie: Wordt soms verward met paraplegie, maar diaplegie (vaak bij kinderen) verwijst meer naar de symmetrische aard van de verlamming (bijv. beide benen sterk aangedaan).

  • Quadriplegie/Tetraplegie: Tetraplegie wordt tegenwoordig vaak gebruikt voor verlamming vanaf de nek.

Belangrijke verschillen en details

Revalidatie:

Hemiplegie (Halfzijdige verlamming)

  • Één zijde van het lichaam is aangedaan (arm/been/soms gezicht)

  • Gevolg van hersenletsel; zoals CVA, beroerte

  • Schade in de rechter hersenhelft, veroorzaakt verlamming aan linkerzijde

  • Intensieve revalidatie kort na hersenschade , biedt mogelijkheden voor gedeeltelijk herstel

Verlamming

Wie o Wie

Vraag 5: Hoe kan een verlamming ontstaan NA een auto-ongeluk?

Wie o Wie

Vraag 6: Wat is belang van Sport en Bewegen?

Diplegie bij kinderen is een vorm van hersenverlamming (cerebrale parese) waarbij symmetrische lichaamsdelen, meestal beide benen, aangedaan zijn door spasticiteit.

--> Komt terug in les 3.


Diplegie bij kinderen:

Check - out:

Hoe zit jij er nu bij??