les 9 - 6V - P1

1 / 24
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 24 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

  • Oefenbrief 2 versie 2 inleveren (Classroom)
  • Optie tot inleveren oefenbrief 3 (zie Classroom) In dat geval heb je je 1e brief in Chat GPT gezet, gevraagd om de fouten te markeren en feedback. Op basis daarvan verbeter je je brief. Dan mag je beide versies inleveren in classroom
Semana 9
19 - 23 oct

Slide 2 - Slide

¡A trabajar!
Nog even extra oefenen met lijd.vw en meew.vw. Dit gebruik je ook in je brief!

Slide 3 - Slide

Toetsweek 1: EDT schrijfvaardigheid (formele brief)
Woordenboek(en) worden aangeleverd.



Slide 4 - Slide

¡A trabajar!
Paso Adelante (PA) Boek


Slide 5 - Slide

Carta formal (concordantie)
~ In het Spaans past het bijvoeglijk naamwoord (guapo, nuevo, azul)/ bezittelijk voornaamwoord (mi, su, nuestro) en het lidwoord (un, una, el, la) zich aan het geslacht (m/v) en getal (enkelvoud/meervoud) van het zelfstandig naamwoord.

           *Tengo dos faldas nuevas.
           *Nuestros compañeros son simpáticos.
           *Tengo una semana ocupada.

Slide 6 - Slide

Carta formal (vaste formules)
~Het werkwoord IR wordt (bijna) altijd gevolgd door ‘a’ (naar).
               *Vamos a la fiesta.
               *Voy al colegio. (a + el = al)
 
~Vervoersmiddelen gaan met ‘en’. Behalve ‘te voet gaan’.
               *Voy en tren Vamos en avión a Barcelona.
               *¿Vas en bicicleta? Voy al colegio a pie.

~Leeftijd gaat met ‘hebben’= TENER
                *Ik ben 17 jaar. Tengo 17 años.

Slide 7 - Slide

Carta formal (vaste formules)
~Kloktijden en dagdelen
    *Om 3 uur heb ik aardrijkskunde: A las 3 tengo geografía.
    *Om 3 uur ‘s middags heb ik aardrijkskunde A las 3 de la tarde tengo            geografía.
    *’s Middags heb ik aardrijkskunde. Por la tarde tengo geografía.

~Tijden
   *Ik ben beschikbaar van ..... tot..... : Estoy disponible desde el 13 de julio hasta el 13 de septiembre.
   *Ik ben beschikbaar van ..... tot..... : Estoy disponible del 13 de julio al 13 de septiembre.

~Poder = kunnen (komt het je uit)
   *¿Puede usted esta tarde a las cuatro? / *Podría darme información sobre……

~Saber = weten of kunnen (een vaardigheid)
   *¿Sabes hablar inglés? ¿Sabes nadar?/Sé hablar español con fluidez. (Yo sé)

Slide 8 - Slide

Hoe zeg ik...?
1. Ik wil een klacht indienen over …
Quiero presentar una reclamación / una queja sobre…

2. Ik wil graag solliciteren naar de functie van …  
Querría solicitar al puesto de ....

3. Ik beschik over een goede kennis van het Engels en het Spaans. 
Dispongo de un buen conocimiento del inglés y el español.

4. Ik wil mijn Spaans verbeteren.    
Quiero mejorar mi español.

Slide 9 - Slide

Hoe zeg ik...?
5. Ik ben niet tevreden over…     
No estoy satisfecho/-a sobre…
 
6. Wat zijn de kosten van de cursus en waar verblijf ik....? 
¿Cuánto cuesta el curso y dónde seré alojado ...? 

7.  Ik kan goed met opschieten met ...  
Me llevo bien con ... 

8. Heeft men veel ervaring nodig voor deze functie? 
¿Se necesita mucha experiencia para este empleo?

Slide 10 - Slide

Hoe zeg ik...?
9. De kamer voldeed niet aan mijn verwachtingen. 
La habitación no cumplió con mis expectativas.

10. Ik ben bereid om u nadere informatie te geven 
Estoy dispuesto/-a a darle más información.

11. VWO = enseñanza secundaria preuniversitaria

12. In El País van 12 februari heb ik een advertentie gelezen waarin...
En El País del 12 de febrero he leído un anuncio en el cual...

Slide 11 - Slide

Hoe zeg ik...?
13. Uiteraard ben ik bereid om nadere informatie te verschaffen.
Obviamente estoy a su disposición de otorgarle(s) información adicional.

14. Ik voeg mijn Curriculum Vitae bij deze brief. 
Le añado a esta carta mi curriculum vitae. 

15. Ik kijk uit naar uw antwoord / Ik verblijf in afwachting van uw antwoord.
Quedo a la espera de su respuesta.


Slide 12 - Slide

Let op:
1) Opletten bij vertaling (lees NL uitdrukkingen):
Bijvoorbeeld:
 
  • Zingen spreekt mij aan
  • Ik zit op de computer
  • 'Vraag om welke periode het gaat'


2) Aan wie schrijf je de brief?!?!?
Permítame presentarme.....


Slide 13 - Slide

Beantwoord de onderstaande 2 vragen:


1. Hoe vind ik het lijdend voorwerp in de zin? 


2. Hoe vind ik het meewerkend voorwerp in de zin?
Lijdend + meewerkend vwp als pers.vnw

Slide 14 - Slide

Beantwoord de onderstaande 2 vragen:


1. Hoe vind ik het lijdend voorwerp in de zin? 
Het lijdend voorwerp = wie / wat + onderwerp + gezegde.

2. Hoe vind ik het meewerkend voorwerp in de zin?
Zet 'Aan wie' of 'Voor wie' voor het onderwerp, het gezegde en het eventuele lijdend voorwerp.
Lijdend + meewerkend vwp

Slide 15 - Slide

me
te
lo/la
nos
os 
los/las

Lijd.vw als pers.vnw           Meew.vw als pers.vnw
me
te
le (se)
nos
os 
les (se)

BELANGRIJK:
1. Plek = VÓÓR het 1e vervoegde ww
2. Eerst meew.vw (als die er is), daarna lijd.vw
3. Een dubbele 'l' kan niet (bijv: le+lo), dan gebruik je 'se'.

Slide 16 - Slide

Lijd.vw
me
te
lo/la
nos
os 
los/las

Meew.vw
me
te
le (se)
nos
os 
les (se)

Wederkerende ww
me llamo
te   llamas
se   llama
nos llamamos
os   llamáis
se   llaman

Gustar
me
te
le      +gusta(n)
nos
os 
les

Hoe weet je nu of je te maken hebt met een wederk.ww of een lijdvw/meew.vw?
Persoonlijke vnw

Slide 17 - Slide

Stap 1:  Zoek het lijd.vw (én/of het meew.vw). 
 
Stap 2:  Vervang het lijd.vw (én/of het meew.vw) door het persoonlijke vnm.

Stap 3:  Zet het persoonlijke vnw nu vóór het 1e vervoegde werkwoord 
             (of vastplakken achter een heel werkwoord/gebiedende wijs/gerundio).
Stappenplan

Slide 18 - Slide

Lijd.vw (ejercicio)
Vervang het lijd.vw door het persoonlijk voornaamwoord
  1. ¿Tienes los papeles?                       ……………………………….
  2. ¿Recomienda usted la paella?        ………………………………
  3. ¿Compras el vestido rojo?              ………………………………..
  4. ¿Lees las novelas de Montalbán?    ………………………………

Vervang het lijd.vw door het pers.vnw en zet dit op de juiste plaats
  1. Nunca veo a usted por aquí.            ……………………………………. 
  2. Miriam está arreglando el coche.        …………………………………….
  3. ¡Busca las llaves ahora!                        …………………………………….
  4. Vamos a comprar esa nevera grande. …………………………………….

Slide 19 - Slide

Lijd.vw (respuestas)
Vervang het lijd.vw door het persoonlijk voornaamwoord
  1. ¿Tienes los papeles?                      ¿Los tienes?
  2. ¿Recomienda usted la paella?       ¿La recomienda?
  3. ¿Compras el vestido rojo?             ¿Lo compras?
  4. ¿Lees las novelas de Montalbán?  ¿Las lees?

Vervang het lijd.vw door het pers.vnw en zet dit op de juiste plaats
  1. Nunca veo a usted por aquí.             Nunca lo/la veo.
  2. Miriam está arreglando el coche.      Miriam lo está arreglando. /Miriam está arreglandolo
  3. ¡Busca las llaves ahora!                       ¡Las busca ahora! / ¡Buscalas ahora!
  4. Vamos a comprar esa nevera grande. La vamos a comprar. /  Vamos a comprarla.

Slide 20 - Slide

Lijd.vw+Meew.vw (ejercicio)
Vervang het meew.vw door het persoonlijk voornaamwoord
  1. ¿Has comprado los zapatos a los niños?                    Sí,…………………………………..
  2. ¿Has devuelto el coche a tu abuelo?                          Sí,…………………………………..
  3. ¿Anna ha dicho a tí la verdad?                                   Sí,…………………………………..
  4. ¿Habéis pedido la dirección a la compañera nueva? Sí,…………………………………..

Vervang nu het meew.vw én het lijd.vw. door de juiste pers.vnw
  1. ¿Has comprado los zapatos a los niños?                   Sí,…………………………………..
  2. ¿Has devuelto el coche a tu abuelo?                          Sí,…………………………………..
  3. ¿Anna ha dicho a tí la verdad?                                   Sí,…………………………………..
  4. ¿Habéis pedido la dirección a la compañera nueva? Sí,…………………………………..



Slide 21 - Slide

Lijd.vw (ejercicio)
Vervang het lijd.vw door het persoonlijk voornaamwoord en geef op een juiste manier antwoord op de vraag:

  1. ¿Tienes los papeles?                      Sí, ……………………………….
  2. ¿Recomienda usted la paella?       No, ………………………………
  3. ¿Compras el vestido rojo?             Sí, ………………………………..
  4. ¿Lees las novelas de Montalbán?  No, ………………………………

Slide 22 - Slide

Lijd.vw (respuestas)
Vervang het lijd.vw door het persoonlijk voornaamwoord en geef op een juiste manier antwoord op de vraag:

  1. ¿Tienes los papeles?                      Sí, los tengo.
  2. ¿Recomienda usted la paella?       No, no la recomiendo.
  3. ¿Compras el vestido rojo?             Sí, lo compro.
  4. ¿Lees las novelas de Montalbán?  No, no las leo.


Slide 23 - Slide

  • 2 delen (voca & gram), beiden moeten voldoende zijn
  • Na afloop zie je direct je resultaat??
  • De docent past alleen dingen aan als er kans is op voldoende met aanpassingen

KLAAR: 
  1. Brief afmaken + inleveren
  2. Foute zinnen verbeteren (classroom)
Handelingsdeel

Slide 24 - Slide