VPRO 2 - Hoofdstuk 13 Cliënten met dementie

VPRO - Specifieke Doelgroepen
Nienke Grobbe
1 / 15
next
Slide 1: Slide
VPROMBOStudiejaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

VPRO - Specifieke Doelgroepen
Nienke Grobbe

Slide 1 - Slide

Lesagenda
- Terugblik week 3 (hoofdstuk 12)
- Theorie hoofdstuk 13
- Uitleg examenopdracht 'in je kracht'
- Zelfstandig werken


29 februari: excursie naar Utrecht Underground

Slide 2 - Slide

Planning
Vrijdag 15 december: H13
Donderdag 21 december: vervalt ivm kerstafsluiting team
Vrijdag 22 december: H14

Na de kerstvakantie
Verder met dak- en thuislozen + gedetineerden

Vrijdag 19 januari: inleveren 'in je kracht'

Slide 3 - Slide

Noem een voorbeeld van kwetsbaarheid bij ouderen

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Slide

Soorten en oorzaken van dementie

Er zijn ruim vijftig hersenziekten die kunnen bijdragen aan het krijgen van dementie. De meest voorkomende vormen zijn:



  • Ziekte van Alzheimer
  • Vasculaire dementie (ontstaat door bloedvatschade: beroerte )
  • Frontotemporale dementie (jonge leeftijd. veranderingen in gedrag/ taal/ motoriek)
  • Lewy Body dementie (hallucinatie, combinatie met Parkinson) 



Slide 6 - Slide

De fasen van dementie
1. Beginnende dementie (bedreigde ik)
 Begin dementieproces, thuiswonend met eventueel hulp. Cliënten voelen zich bedreigd in bestaan. Is vergeetachtig maar functioneert goed. Leeft in het hier en nu.

2. Matig ernstige dementie (verdwaalde ik)
Cliënt kan het nog enigszins verborgen houden maar is moeizaam. Ontstaan problemen op verschillende levensgebieden. De complexe taken worden een uitdaging. Leeft in het hier en nu.

3. Ernstige dementie (verborgen ik)
Cliënt is afhankelijk van anderen, herkent mensen niet meer en weet niet meer welke dag het is.
Cliënt leeft vaker in het verleden dan in het heden.

4. Ernstige dementie (verzonken ik)
Cliënt leeft volledig in het verleden. Het vermogen te bewegen, denken neemt steeds meer af. 



Slide 7 - Slide

Waar!
Niet waar!
1 op de 5 mensen krijgt dementie

Slide 8 - Drag question

Waar!
Niet waar!
Vrouwen hebben meer kans op dementie

Slide 9 - Drag question

Diagnose dementie
Dementie wordt gesteld bij één van onderstaande zaken: 

  • Geheugenstoornis; verminderd vermogen om nieuwe informatie te leren of zich eerder geleerde informatie te herinneren.
  • Cognitieve stoornissen: 
    - Afasie: Bij afasie heeft de cliënt moeite om woorden te vinden
    - Apraxie: Bij apraxie is iemand niet in staat om alledaagse handelingen uit te voeren, terwijl hij zich wel kan bewegen en op zich wel begrijpt wat de bedoeling is
    - Agnosie: Bij agnosie herkent iemand niet wat iets is of waar het voor dient
    - Stoornis in uitvoerende functies, dat wil zeggen problemen bij plannen maken, organiseren, logische gevolgtrekkingen maken.

Slide 10 - Slide

Dementie
We gaan zo een filmpje bekijken over dementie. Dit filmpje laat verschijnselen zijn maar ook de verschillende stadia van dementie.

 

Schrijf op wat je herkent aan:
- Afasie
- Apraxie
- Agnosie


Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Gedragingen/ Symptomen bij dementie 
Persevereren: herhalen steeds dezelfde vragen of opmerkingen, vertellen hetzelfde verhaal.​


Confabuleren: het kan gebeuren dat een cliënt met dementie de draad van zijn verhaal kwijtraakt. De cliënt kan dan het verhaal of zijn antwoorden aanvullen met verzinsels om zo te verhullen dat hij het niet meer weet.

Verzamelzucht: de cliënt verzamelt allerlei voorwerpen en bewaart deze vaak op een voor hem veilige plek. Om zo de controle over zijn omgeving te houden. ​

Achterdocht: vaak kan hij in zijn geheugen niet vasthouden waar hij is of wat iemand hem vertelt. Dit geeft een groot gevoel van onveiligheid en wantrouwen naar de omgeving

Decorumverlies: de cliënt raakt zijn normen en waarden kwijt. Voorbeeld manier van kleden en eten en het bepaalt zijn omgangsvormen.



Slide 13 - Slide

Verborgen ik 
Verzonken ik
Verdwaalde ik
Bedreigde ik
Voortdurend moeite met oriëntatie, weet niet meer welke dag het is, herkent familie niet meer.
De cliënt kan niet meer lopen, spreekt nauwelijks en ligt continu op bed
Vergeetachtig, spullen niet meer kunnen vinden, moeilijker om nieuwe dingen te leren. 
Meer vergeetachtigheid zowel op werk als thuis. Dementerende kan dit echter nog goed verbergen door bijvoorbeeld een grapje te maken over dat hij iets is vergeten is.
Stadium 1
Stadium 2
Stadium 3
Stadium 4

Slide 14 - Drag question

Aan de slag! 
1. Digitale leeromgeving H13
2. Als bovenstaande klaar is mag je aan de slag met VPRE


Slide 15 - Slide