Schoonmaken vso4

Schoonmaakkennis testen
1 / 13
next
Slide 1: Slide
HuishoudingVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slide.

Items in this lesson

Schoonmaakkennis testen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat is microvezel schoonmaken?
A
Een sopje met veel schoonmaakmiddel
B
Klamvochtige doek geen sopje
C
Een sopje en een werkdoek

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

De werkvolgorde bij het schoonmaken is?
A
Van schoon naar vuil
B
Van vuil naar schoon

Slide 3 - Quiz

Docent: 
Jullie mogen de vraag beantwoorden
Wat is de juiste volgorde van schoonmaken?
A
Van boven naar beneden, van schoon naar vies
B
Van vies naar schoon, van boven naar beneden
C
Van vies naar droog, van boven naar beneden

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de juiste volgorde van de kamer schoonmaken?
A
plafond-kledingkast- bureau- vloer
B
vloer- bureau-kledingkast- plafond
C
vloer-kledingkast-bureau- plafond
D
bureau - kledingskast- plafond - vloer

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebruik je bij nat schoonmaken?
A
bezem, plumeau. spons, werkdoek
B
bezem, kruimeldief
C
dweil, mop, schrobber, spons
D
bezem, dweil, plumeau, spons

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Waarom moet je altijd de gootsteen nog schoonmaken?
A
Er blijven vaak etensresten achter
B
Dat doe je helemaal niet
C
Dan kan je daarna de afwas daarin bewaren

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is schoonmaken belangrijk?
A
Voor de visite.
B
Omdat het van mijn ouders moet.
C
Voor de veiligheid en de gezondheid.

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort bij een dagelijkse schoonmaak?
A
Ramen zemen
B
Tafel schoonmaken
C
Vloer dweilen

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Schoonmaken doe je met
A
heet water
B
handwarm water
C
koud water
D
lauw water

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een gouden schoonmaakregel?
A
Je werkt vanuit het midden naar de zijkant
B
Je werkt van vies naar schoon
C
Je werkt van boven naar beneden
D
Je werkt van onder naar boven

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Eerst nat schoonmaken of droog schoonmaken
A
Nat
B
Droog
C
Maakt niet uit

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een gouden schoonmaakregel?
A
Werk van binnen naar buiten
B
Werk van buiten naar binnen
C
Werk in je eigen volgorde

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions