This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Items in this lesson
Toets Havo/vwo 4 Hindoeïsme
Toets : Verkenning van het Hindoeïsme
Slide 1 - Slide
De toets bestaat uit
10 waar of niet waar vragen
10 invulvragen
10 meerkeuzevragen
5 open vragen
4 tekst vragen
3 inzicht vragen
Slide 2 - Slide
10 Waar of niet waar vragen
Slide 3 - Slide
Waar of niet waar?
De lotusbloem is voor de hindoe het symbool van de natuur.
Boeddha is een avatar van Shiva.
Puja is een ander woord voor godenverering.
De oudste godsdienst van India is het Vedisme.
Ghandi noemde de kastelozen “Harijans”.
Slide 4 - Drag question
Waar of niet waar.
Waar of niet waar?
Het Hindoeïsme is voortgekomen uit het Boeddhisme.
Het geloof van Hindoes is lineair (dus geboren worden en overlijden) en niet cyclisch (dus geloven in meerdere levens).
Het karma is de optel som van je goede en slechte daden.
Sarasvati is de vrouw van Brahma.
Het kastenstelsel is door de Ariërs geïntroduceerd in India.
Slide 5 - Drag question
10 Invulvragen
Slide 6 - Slide
Zolang een mens nog niet uit de kringloop van
geboorten bevrijd is, moet zijn
steeds weer terugkeren in een ander lichaam.
De hindoe noemt dit .
Het vorige aardse leven is van invloed op het volgende aardse leven.
Alle goede daden en slechte daden in iemands leven
bepalen zijn .
Dit is het ‘eindsaldo’ van zijn leven.
Is dit saldo dan komt deze mens
in een hogere terug.
positief
lot
kringloop
atman
brahman
reïncarnatie
karma
kaste
moksja
dier
Slide 7 - Drag question
Is dit saldo negatief, dan komt deze mens in een slechter leven terug. Als iemand heel slecht geleefd heeft, kan het ook zijn dat de ziel als een wordt wedergeboren.
Of een hindoe dus rijk of arm is, gezond of gehandicapt, bedelaar of edelman, hij zal zijn moeten aanvaarden zoals het is, want het is het gevolg van zijn vorige leven.
Er is maar één manier om verlost te worden van de
van wedergeboorten en dat is om alles los te laten in zijn leven.
De hindoe noemt die verlossing de .
De ziel keert dan voor eeuwig terug in het .
positief
lot
kringloop
atman
brahman
reïncarnatie
karma
kaste
moksja
dier
Slide 8 - Drag question
10 Meerkeuze vragen
Slide 9 - Slide
Bij Divali hoort niet
A
de overwinning van het licht op het duister.
B
het verhaal van Raam en Sita.
C
het aansteken van vreugdevuren.
D
het geven van cadeautjes.
Slide 10 - Quiz
Welke zin is juist?
A
De goden kun je zien als personificaties van de Brahaman.
B
De goden in het hindoeïsme zijn natuurkrachten.
C
Sjiva is de hoofdgod van het hindoeïsme.
D
Vishnu is de olifantengod.
Slide 11 - Quiz
Sanskar betekent
A
aanbidding
B
ritueel
C
puja
D
rituele reiniging
Slide 12 - Quiz
In het dagelijks leven van een hindoe speelt de dharma (wet) een grote rol. Met dharma bedoelt de hindoe ..
A
De wet die door de overheid opgelegd wordt.
B
De eeuwige wet van het natuurlijke evenwicht.
C
De vrijheid van de mens om op een eigen manier de regels van de kaste in te vullen.
D
Het regelmatig bidden en wassen.
Slide 13 - Quiz
In het kastensysteem kent men vier kasten. Wat is de juiste volgorde van deze kasten van de hoogste kaste naar de laagste kaste.
A
Sjoedra’s, Vaisja’s, Brahmanen en Ksatria’s
B
Vaisja’s, Brahmanen, shudra's en Ksatria’s
C
Brahmanen, Ksatria’s, Vaisja’s en Sjoedra’s
D
Brahmanen, Vaisja’s, Ksatria’s en Sjoedra’s
Slide 14 - Quiz
Het doel van elke hindoe is
A
Reïncarnatie
B
Moksja
C
Mediteren
D
Puja
Slide 15 - Quiz
Wie is Kalkin?
A
De achtste avatar van Vishnu, van Krishna.
B
De laatste avatar van Vishnu die nog moet komen.
C
Een avatar van Boeddha.
D
De 7e avatar van Vishnu; de man-leeuw
Slide 16 - Quiz
Wat is puja doen?
A
Dagelijkse goden verering
B
mediteren
C
Een ander woord voor Zandeyana
D
bidden
Slide 17 - Quiz
Wat is een belangrijk symbool is het Hindoeïsme?
A
Een paal met een slang.
B
Een wiel met acht spaken.
C
Het Swastika teken.
D
Het hakenkruis.
Slide 18 - Quiz
Hindoes noemen het nieuwjaarsfeest dat zij in maart vieren:
A
Divali
B
Dharma
C
Veda
D
Holi
Slide 19 - Quiz
5 Open vragen
Slide 20 - Slide
Noem drie kernbegrippen die kenmerkend zijn voor het kastensysteem.
Slide 21 - Open question
De mythe van de oermens maakt duidelijk dat er verschillende kasten zijn. Waarom is het niet toevallig dat deze mythe te vinden is in de Brahmaanse geschriften?
Slide 22 - Open question
Leg duidelijk uit waarom voor een hindoe alle levende wezens aan elkaar gelijk zijn.
Slide 23 - Open question
Leg duidelijk uit wat een atman is.
Slide 24 - Open question
Beschrijf de vier fasen in het leven van een sadhoe.
Slide 25 - Open question
4 Tekst vragen
Slide 26 - Slide
Bepaal uit weke geschrift het citaat komt. Leg uit waarom je dit denkt.
Je kunt kiezen uit: Veda’s, Oepanisjads, Bhagavadgita en Ramajana.
Slide 27 - Open question
.
Bepaal uit weke geschrift het citaat komt. Leg uit waarom je dit denkt.
Je kunt kiezen uit: Veda’s, Oepanisjads, Bhagavadgita en Ramajana.
Slide 28 - Open question
Bepaal uit weke geschrift het citaat komt.
Bepaal uit weke geschrift het citaat komt. Leg uit waarom je dit denkt.
Je kunt kiezen uit: Veda’s, Oepanisjads, Bhagavadgita en Ramajana.
Slide 29 - Open question
Bepaal uit weke geschrift het citaat komt. Leg uit waarom je dit denkt.
Bepaal uit weke geschrift het citaat komt. Leg uit waarom je dit denkt.
Je kunt kiezen uit: Veda’s, Oepanisjads, Bhagavadgita en Ramajana.
Slide 30 - Open question
3 Inzicht vragen
Slide 31 - Slide
Leg het grote verschil uit tussen het verkrijgen van verlossing in het hindoeïsme en het christendom.
Slide 32 - Open question
Hoe heet de 10e avatar in het Hindoeïsme en geef een beschrijving van deze persoon. Leg hierbij de link met het Bijbelboek Openbaringen.
Slide 33 - Open question
In het christendom is er ook sprake van de Drie-eenheid. Benoem deze.
Leg duidelijk het verschil uit tussen de Drie-eenheid in het Christendom en de Drie-eenheid in het Hindoeïsme.