oefenen met sommen H2 KM2

SNELHEID
Lesdoelen:
  1. toerental
  2. Snelheid uitrekenen met toerental
  3. snelheid uitrekenen met afstand en tijd
  4. Omrekenen km/uur naar m/s en omgekeerd
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

SNELHEID
Lesdoelen:
  1. toerental
  2. Snelheid uitrekenen met toerental
  3. snelheid uitrekenen met afstand en tijd
  4. Omrekenen km/uur naar m/s en omgekeerd

Slide 1 - Slide

Snelheid met toerental
snelheid(m/s)= toerental (omw per s) X omtrek wiel (m)

Slide 2 - Slide

Snelheid met afstand en tijd
afstand= s (spatium)
snelheid=v (velocitas)
tijd= t
v= s/t

Slide 3 - Slide

snelheid berekenen
Een fietser telt in 1 seconde dat zijn wiel 5 keer rond draait. Hij meet later de ontrek van zijn wiel. De omtrek is 0,9m. Bereken zijn snelheid.

Slide 4 - Slide

uitwerking
toerental = 5 omw/s                             ( 1 punt)
omtrek = 0,9 m                                         ( 1 punt)
senlheid = ?
snelheid = toerental x omtrek           (1 punt)
snelheid = 5 x 0,9                                     (1 punt)
snelheid = 4,5 m/s                                   ( 1 punt; - 1 punt zonder eenheid)

Slide 5 - Slide

snelheid berekenen
Ik wandel iedere ochtend naar school. De afstand van mijn huis naar school is 2480 m. Ik doe hier 5,6 minuten over.
Wat is mijn snelheid in m/s en km/h?

Slide 6 - Slide

uitwerking
gegeven: s= 2480 m
t=5,6 min= 5,6 x 60= 336 s

gevraagd: v? v=s/t
oplossing: v= 2480 / 336 = 7,4 m/s
m/s naar km/h= X3,6
7,4 X 3,6 = 26,6 km/h

Slide 7 - Slide

Een klein kindje fiets op zijn driewieler. De omtrek van de wielen zijn 0,5 m. Het wiel draait 2 x per seconde. Bereken hoe snel het kindje fietst.

Slide 8 - Open question

Een klein kindje fietst met een snelheid van 1 m/s. Reken deze snelheid om in km/u.

Slide 9 - Open question

Joris loop 5 kilometer van Goor naar Diepenheim. Hij doet daar 0,75 u over. Bereken zijn gemiddelde snelheid.

Slide 10 - Open question

Een fiets heeft een bandomtrek van 125 cm. In 1 minuut draait de band 180 keer rond. Bereken de snelheid.

Slide 11 - Open question

Op de snelweg is er soms trajectcontrole. De snelheid van een auto wordt over een langer stuk gemeten. Door de gemiddelde snelheid te berekenen kijkt het systeem of er een bekeuring uitgeschreven moet worden. Er wordt gemeten over 15 kilometer. De maximale snelheid is op dat stuk 100 km/u. Een automobilist doet 8 minuten over dat stuk. Krijgt hij een bekeuring?

Slide 12 - Open question

Een fietser heeft een snelheid van 5 m/s. De omtrek van zijn wielen is 1,2 m. Hoe vaak draaien de wielen in 1 seconde?

Slide 13 - Open question

Een wiel heeft een omtrek van 1,9 m. Het toerental van de wielen is 15 omwentelingen per seconde. Bereken de snelheid.

Slide 14 - Open question

Een fietser fietst op zijn fiets gedurende 2 u een afstand van 44 kilometer. Wat is de gemiddelde snelheid?

Slide 15 - Open question