Drama les 4: wie, wat waar
Doel van de les: je leert het gebruik van wie, wat en waar. Je past deze toe in de voorbereiding van activiteiten.
aanwezigheid
studiepunten voor eindopdracht: energizer en activiteit voor de doelgroep kinderen maken
Drama les 4: wie, wat waar
Doel van de les: je leert het gebruik van wie, wat en waar. Je past deze toe in de voorbereiding van activiteiten.
aanwezigheid
studiepunten voor eindopdracht: energizer en activiteit voor de doelgroep kinderen maken
Energizer Doelgroepen
Voor welke doelgroep is de energizer bedoeld?
Wat ging er goed?
Wat zou je een volgende keer anders doen?
De knoop
De studenten staan schouder aan schouder in een kring. zij sluiten hun ogen en steken hun handen vooruit op schouderhoogte. Vervolgens moeten ze allemaal de handen van anderen beetpakken. Als ze dit hebben gedaan mogen de ogen weer open, de handen blijven elkaar vasthouden. Wat ze nu moeten doen is de ‘knoop’ ontwarren, zonder dat ze elkaars handen loslaten.
Improvisatieopdracht: de beginzin en handeling
Twee spelers komen op de vloer. Een van de spelers krijgt een beginzin.
Hij/zij start een improvisatiescene met deze zin. De ander moet proberen hier op in te spelen. De ander krijgt een handeling. Hij moet proberen deze in de scene te verwerken, op een logische manier. Hierbij is het belangrijk dat elkaars ideeën worden geaccepteerd en dat de spelers samenwerken om de scene te laten slagen.
Krantenkoppen en Maffe Nieuwsberichten
Je wordt ingedeeld in groepjes van 4.
In dit groepje kies je voor de opdracht Krantenkoppen of Maffe Nieuwsberichten. Bij de opdracht krantenkoppen krijg je een krantenkop. Dit is je informatie om een scene te maken.
Bij de opdracht Maffe nieuwsberichten kan je kiezen uit drie stapeltjes. Deze vormen samen een zin. Deze zin is je informatie om een scene te maken. Bij beide opdrachten is het van belang dat de wie, wat en waar duideljik worden uitgespeeld.
A
Wie heeft het gedaan?
Op welke plaats?
Met welk voorwerp?
Opdracht eindpresentatie
We maken een eindpresentatie met als doelgroep kinderen.
Je kan kiezen uit de volgende opdrachten:
Poppenkastvoorstelling maken
Clip maken bij een kinderliedje
Vertelkoffer
Hoorspel bij een voorleesboek
Poppenkastvoorstelling maken
De studenten die voor deze opdracht kiezen maken zelf een poppenkastvoorstelling.
Zij schrijven de teksten, bedenken een thema, en oefenen het poppenkastspel. Na een voldoende uitvoering hiervoor krijgen zij een studiepunt
Clip maken bij een kinderliedje
De studenten die voor deze opdracht kiezen zoeken een kinderliedje uit. Zij maken hier een clip bij.
Zij mogen hier een vrije invulling aan geven, maar niet met plaatjes. Wel kunnen zij zelf spelen, knuffels/poppen gebruiken, etc. Voor het tonen van de videoclip krijgen zij een studiepunt
Geleide fantasie/fantasieverhaal/vertelkoffer
De studenten bedenken zelf een fantasieverhaal. Hierin verwerken zij een aantal momenten waarin de kinderen zelf mee kunnen doen met het verhaal. Bijvoorbeeld een toverspreuk doen, roodkapje spelen, de schat zoeken. De studenten krijgen een studiepunt voor en uitvoeren van het verhaal.
Hoorspel bij een voorleesboek
De studenten kiezen een voorleesboek die geschikt is voor de doelgroep. Zij lezen deze voor, waarbij je de plaatjes van het boek goed ziet. Daarnaast zoeken ze geluiden die passen bij het boek en die zij hier bij opnemen.