3DOFDUF relaties en seksuele oriëntatie

Relaties en seksuele orïëntatie
1 / 19
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijsHBOvmbo bLeerroute VBLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 150 min

Items in this lesson

Relaties en seksuele orïëntatie

Slide 1 - Slide

Brainstorm
  • Waaraan denken jullie bij het woord ‘relaties’?
  • Wat komt er bij jullie op als jullie het woord ‘seksualiteit’ horen?

 

Slide 2 - Slide

De outcast: doel
Bewust worden van meerderheids- en minderheidsposities in de samenleving.

Slide 3 - Slide

De outcast: afspraken
  • Tijdens het opkleven van de etiketten moet je je ogen volledig gesloten houden. 
  • Niemand mag praten tijdens het spel.
  • Je mag enkel non-verbale communicatie gebruiken!

Slide 4 - Slide

De outcast: instructie
  • Wandel door het lokaal en vorm een groepje  van alle stippen.
  • Vorm nu een groepje die bestaat uit de kleur blauw.
  • Vorm nu een groepje van alle driehoeken.
  • Vorm nu een groep die bestaat uit de kleur rood.



Slide 5 - Slide

De outcast: bespreking

Outcast = een persoon die door een bepaalde groep bewust sociaal wordt geïsoleerd of die zichzelf bewust van de groep distantieert --> een “verschoppeling”, “verstotene”, of buitenstaander. 


Slide 6 - Slide

Relatievormen

Slide 7 - Mind map

Discriminatie
Discriminatie is het ongelijk behandelen van mensen op grond van kenmerken die er niet toe doen, zoals bijvoorbeeld afkomst, huidskleur, sekse en seksuele voorkeur. Ook beperking,  chronische ziekte en leeftijd worden in de wet als discriminatiegronden beschouwd. 

Slide 8 - Slide

Racisme
Racisme is het idee dat bepaalde mensen op grond van hun huidskleur, afkomst, religie of cultuur minder waard zijn dan anderen. Discriminatie en racisme hangen met elkaar samen, racistische denkbeelden kunnen discriminerend handelen tot gevolg hebben. 

Slide 9 - Slide

Taboe
  • De klas wordt in groepen verdeeld.
  •  Elke groep krijgt een taboe-kaart.
  •  Om de beurt probeert een leerling van een groep het woord duidelijk te maken zonder de andere twee of drie woorden uit te spreken. 
  • De andere groepen moeten het woord raden. (Zoals het TV-programma ‘Zeg eens euh’.)

Slide 10 - Slide

comfort-stretch-paniek

Slide 11 - Slide

Comfort-zone

Je voelt je op je gemak bij deze situatie. Mocht deze situatie zich voordoen, zou je er niet zwaar aan tillen.





Slide 12 - Slide

Stretch-zone
In deze zone sta je wel open voor de situatie, hoewel je niet helemaal op je gemak voelt. Deze situatie is een uitdaging en je ziet het wel zitten om een stap verder te zetten.





Slide 13 - Slide

Paniek-zone

Je voelt je helemaal niet goed bij deze situatie.  




Slide 14 - Slide


  • Je beste vriend(in) vertelt dat hij/zij holebi is.
  •  Jouw beste vriend wil een relatie beginnen met iemand die 7 jaar ouder is.
  • Een holebi komt na het sporten naast jou onder de douche staan.
  • Je moeder of vader vertelt dat hij/zij holebi is.
  • Tijdens het wachten op de bus, zie je een homokoppel hand in hand passeren.
  • Bij een toneelstuk op school moet je een holebi-personage vertolken.











Slide 15 - Slide

  •   Je wordt verliefd op iemand van een andere cultuur.
  • Je vriend(in) die holebi is, vraagt of jij mee wil gaan naar een holebifuif.
  • Je krijgt gevoelens voor iemand van hetzelfde geslacht.
  • Voor een weddingschap moet je iemand van hetzelfde geslacht een tongzoen geven.  

Slide 16 - Slide

Wat vind je van?
  • Jullie verdelen je in een binnenste en een buitenste cirkel met het gezicht naar elkaar toe. 
  • Op een teken van de leerkracht zetten de twee kringen zich in tegenovergestelde richting in beweging.
  • Als de cirkels halt houden bespreken jullie de stelling.

Slide 17 - Slide

  • De knapste mannen zijn homo.
  • Holebi-jongerengroepen, holebi-cafés, holebi-tijdschriften ... zorgen ervoor dat holebi’s nog meer afgescheiden worden van hetero’s.
  • Iedereen wordt biseksueel geboren.
  • De beeldvorming rond homoseksualiteit in de media is nauwelijks verbeterd over de jaren heen.
  • Holebi-koppels zijn niet bekwaam om kinderen op te voeden.












Slide 18 - Slide

  • Als je fantasieën hebt rond vrijen met iemand van hetzelfde geslacht, ben je al homo.
  • Homo en lesbo word je pas na je 18e verjaardag.
  • Het is goed dat het homohuwelijk bestaat.
  • Bij een homo-koppel is er altijd iemand het ‘meisje’ en de andere de ‘jongen’.
  •  Homoseksualiteit is een trend.
  • Homoseksualiteit is erfelijk.
  • Homomannen zijn goed in het huishouden.
  • Homoseksualiteit komt meer voor in Westerse landen dan in andere landen.
»  Relaties tussen mensen uit verschillende culturen kunnen niet standhouden.  

Slide 19 - Slide