b-/k4.5: grammatica: onderwerp

Hallo allemaal
- Berg je telefoon op in de tas en ga op je plaats zitten
- Ipad en leesboek op tafel
- log alvast in op Lesson Up


timer
0:30
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

Hallo allemaal
- Berg je telefoon op in de tas en ga op je plaats zitten
- Ipad en leesboek op tafel
- log alvast in op Lesson Up


timer
0:30

Slide 1 - Slide

Lezen
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Als het goed is heb je deze in je ebook (leermiddelen Nederlands) gemaakt, zo niet dan leg je de opdrachten in je schrift open op je tafel voor controle.

Basis: blok 4, grammatica, §4.4, opdracht 10, 11, 12, 13
Kader: blok 4, grammatica, §4.4, opdracht 9, 10, 11, 12
timer
3:00
BK

Slide 3 - Slide

2.5: grammatica
korte terugblik
Verdeel de zinnen in zinsdelen en geef aan op welke vragen de zinsdelen antwoord geven. 


Wij wachtten urenlang op de volgende trein.

Mijn moeder mompelt iets tegen mijn vader vanuit de huiskamer.

In het schemerlicht dansten zij op het strand.

Slide 4 - Slide

Lesdoelen 
- Ik kan het onderwerp in een zin benoemen.
- Ik kan de getalproef toepassen
B: keuze
K: §4.5, grammatica, blz. 172

Slide 5 - Slide

Basis beslist
basis mag aan het werk met opdracht 14 en 15 zw of meedoen met de les. Even kiezen en bij de keuze blijven. 
Ben je klaar met opdracht 14 en 15 --> studygo of lezen. 

Slide 6 - Slide

Onderwerp
Het WWG vertelt in een zin wat er gedaan wordt of wat er gebeurt. Het onderwerp (ond) in een zin vertelt wie of wat dat doet. Het ond is een zinsdeel. Het ond en het wwg horen bij elkaar en vormen samen de basiszin. Ze zijn allebei ev of mv.

Slide 7 - Slide

Getalproef
Een zin kan in het enkelvoud (ev) of meervoud (mv) staan. Dit noemen we het getal van een zin. Je verandert de pv van enkelvoud naar meervoud. Het ond verandert mee. 
bv: 
de sporter rent hard (ev). --> rennen --> De sporters rennen hard. (mv)
De sporter is veranderd in sporters en dus is sporter het ond. 
Geldt ook andersom, dus van mv naar ev.
de hond en de kat eten brokjes (mv)--> eet --> de hond eet brokjes (ev)

Slide 8 - Slide

Het onderwerp vinden
Het onderwerp vind je in de zin door de volgende vraag te stellen: wie/ wat + wwg? Het antwoord daarop is het ond. 

dus
Elsa en Robert koken vanavond pasta. 
wwg = koken
ond = wie/ wat koken? = Elsa en Robert

Slide 9 - Slide

Aan het werk
b: aan het werk met opdracht 14 en 15 
k: blok 4, grammatica, §4.5, opdracht 14, 15
toelichting

klaar? woorden oefen op studygo of lezen in je leesboek
niet klaar? dan is dit je huiswerk
in je ebook

Slide 10 - Slide


Afsluiting les 

Ik kan: 
- het onderwerp in een zin vinden. 


Dit kan ik goed
Dit moet ik nog oefenen
Ik kan dit nog niet

Slide 11 - Poll

Huiswerk
b: aan het werk met opdracht 14 en 15 
k: blok 4, grammatica, §4.5, opdracht 14, 15

Slide 12 - Slide