1) Ik wil bewijzen zien, markeer waar het antwoord staat.
2) Let op: past het antwoord bij de grote lijn.
3) Klopt heel het antwoord.
4) schuin/ dikgdrukte woorden
5) zinnen tussen aanhalingstekens
6) zinnen na een dubbele punt
7) signaalwoorden, zie blz 273