LES 7 LUCHTWEGEN GEZOND-HOOIKOORTS

1 / 116
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 116 slides, with interactive quizzes, text slides and 17 videos.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
Les 7 – Gezonde luchtwegen & hooikoorts

Mini-advies: Schrijf 2 tips om je longen gezond te houden.

Analyse: Waarom denk je dat sommige mensen hooikoorts krijgen en anderen niet?

Data-idee: Welke dingen zou je kunnen meten om de gezondheid van je longen bij te houden?
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 1 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1 deel 2

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

2017
1.5 Gezonde luchtwegen
Lesdoel:
Je kunt uitleggen wat je zelf kunt doen om je luchtwegen gezond te houden
Je kunt beschrijven wat hooikoorts is
Leg op tafel:
schrift, boek, etui
Chromebook/laptop in je tas

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

LESDOEL 

  1. Je kunt de verschillen noemen tussen ingeademde en uitgeademde lucht
  2. Je kunt beschrijven hoe een inademing en een uitademing tot stand komt
timer
0:30

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

zoek individueel in stilte uit
  1. Hoe houd je je longen gezond?
  2. Wat is smog?
  3. Wat houd in als je hooikoorts hebt? 

timer
5:00

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

overleg in tweetallen
  1. Hoe houd je je longen gezond?
  2. Wat is smog?
  3. Wat houd in als je hooikoorts hebt? 

timer
1:30

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Deel de info met de klas op aanvraag door de docent

  1. Hoe houd je je longen gezond?
  2. Wat is smog?
  3. Wat houd in als je hooikoorts hebt? 

timer
1:30

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

zoek individueel in stilte uit
  1. Hoe houd je je longen gezond?
  2. Wat is smog?
  3. Wat houd in als je hooikoorts hebt? 

timer
6:00

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

overleg in tweetallen
  1. Hoe houd je je longen gezond?
  2. Wat is smog?
  3. Wat houd in als je hooikoorts hebt? 

timer
1:30

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Deel de info met de klas op aanvraag door de docent

  1. Hoe houd je je longen gezond?
  2. Wat is smog?
  3. Wat houd in als je hooikoorts hebt? 

timer
1:30

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Wat is wel goed voor je longen?
  • Ademhalen door de neus
    (niet de mond)
  • Bewegen 
  • Zingen 
  • Muziek maken 
  • Veel ventilatie!!!

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Moeite met ademen

- slechte luchtkwaliteit (smog)
- ziekte  (astma)
- overgevoeligheid voor bepaalde stoffen (allergie)
- zelf toedienen van slechte stoffen (roken)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Smog
  • Luchtvervuiling
  • Uitlaatgassen
  • Fijnstof
  • Windstil 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Slide 21 - Video

This item has no instructions

Herhalen
Lesdoel:
Je kunt uitleggen wat je zelf kunt doen om je luchtwegen gezond te houden
Je kunt beschrijven wat hooikoorts is

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Wat is slecht voor je longen?
A
Zingen.
B
Goed ventileren.
C
Sporten als er veel smog hangt.
D
Een instrument bespelen.

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Hooikoorts is een soort allergie.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Als je niet goed ventileert dan neemt de hoeveelheid... toe en de hoeveelheid ... af.
A
Zuurstof - koolstofdioxide
B
Zuurstof - koolstofmonoxide
C
Koolstofmonoxide - zuurstof
D
Koolstofdioxide - zuurstof

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Van hooikoorts heb je voornamelijk last in de herfst en winter.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

De kans op smog is groter bij..
A
Veel zon
B
Weinig wind
C
Veel wind
D
Weinig zon

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 28 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
aantekeningen maken

Slide 29 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Wat weet je al over de ademhaling van vissen?

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Verbranding in organismen
Longen =  zuurstof en koolstofdioxide 
darmen = brandstof
bloed = vervoer brandstof en zuurstof

Slide 31 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
0

Slide 32 - Video

This item has no instructions

Het ademhalingsstelsel
Strottenhoofd
Luchtpijp 
bronchiën
luchtpijptakjes
longblaasjes
Middenrif: stevig gespierd vlies

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Via de neusholte
Neusslijmvlies maakt de ingeademde lucht vochtig
Bloedvaatjes in de neusslijmvlies maken de lucht warm
Neusharen houden stofdeeltjes tegen
Reukzintuig in de neus: Waarschuwt voor giftige gassen

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

Luchtpijp
Onderkant van strottenhoofd
Wand: Hoefijzervormige kraakbeenringen

Vertakt zich in 2 bronchiën
--> luchtpijptakjes


Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Longblaasjes
Uiteinde van luchtpijptakjes

Longhaarvaten
- wanden erg dun
- uitwisseling CO2 en O2

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

praktische opdracht
practica 1 : koolstofdioxide gehalte van ingeademde en uitgeademde lucht  en een model van de middenrifademhaling
practica 2:  vitale capaciteit en tracheeën en stigma's  en de kieuwen van een vis

Slide 41 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Waarom is het gezonder om door de neus adem te halen?

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

wordt ver-voerd naar de cellen
daardoor kun je bewegen

ademhalingsstelsel: inademen

ademhalingsstelsel: uitademen

spierstelsel

verteringsstelsel

uitscheidingsstelsel

bloedvatenstelsel

Slide 43 - Drag question

This item has no instructions

Wat sluit de huig af?
A
De keel
B
De neusholte
C
De luchtpijp

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Als je zwemt kun je een snorkel gebruiken om adem te halen. Wat is een nadeel van ademhalen door een snorkel?

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

Gaswisseling
Uitwisseling van gassen
O2 - CO2
Bloed vervoert:
O2 naar de cellen
Wat gebeurt er in de cellen?



Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Gaswisseling
Bloed vervoert:
- CO2 naar longblaasjes

uitademen
- CO2 + water + energie (warmte)



Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Inademen

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Uitademen

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Ademhalingsspieren

Slide 50 - Slide

This item has no instructions

Slide 51 - Video

This item has no instructions

Slide 52 - Video

This item has no instructions

 Je beschrijft hoe je inademt en uitademt.
Hoe werkt dit?
Inademen: borstholte wordt groter
Uitademen: borstholte wordt kleiner

Bij het vergroten en verkleinen van je borstkas werken er spieren, de elasticiteit van weefsels en de zwaartekracht samen

Slide 53 - Slide

This item has no instructions

Ademhaling
  • Ribademhaling of borstademhaling: 
het bewegen van je ribben om te ademen

  • Middenrifademhaling of buikademhaling: 
het bewegen van je middenrif om te ademen

Ze vinden meestal tegelijk plaats

Slide 54 - Slide

This item has no instructions

Inademen
  1. Tussenribspieren en middenrifspieren trekken samen.
  2. Ribben kantelen omhoog en het middenrif wordt plat. 
  3. Borstholte en je longen worden groter. 
  4. Lucht in je longen krijgt meer ruimte, daardoor neemt de luchtdruk in je longen af. 
  5. Lucht stroomt vanzelf naar binnen: je ademt in. 

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

Uitademen

  1. Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen.
  2. Ribben zakken naar beneden. Het middenrif wordt bol.
  3. Borstholte en longen worden kleiner.
  4. Lucht in je longen krijgt minder ruimte, luchtdruk neemt toe.
  5. Lucht stroomt naar buiten: je ademt uit. 

Slide 56 - Slide

This item has no instructions

Zet de stappen van inademen in de goede volgorde
Lucht stroomt je longen in
Je borstholte en longen worden groter
Tussenribspieren en middenrifspieren trekken samen
Luchtdruk in je longen neemt af
Ribben kantelen omhoog en middenrif wordt plat

Slide 57 - Drag question

This item has no instructions

Zet de stappen van uitademen in de goede volgorde
Je borstholte en longen worden kleiner
Lucht stroomt naar buiten
Tussenribspieren en middenrifspieren ontspannen
Luchtdruk in je longen neemt toe
Ribben zakken naar beneden en middenrif wordt bol

Slide 58 - Drag question

This item has no instructions

Hoe komt zuurstof in je bloed en koolstofdioxide uit je bloed
Ademhalingstelsel:
  • neusholte
  • keelholte
  • luchtpijp(kraakbeenringen)
  • bronchiën (luchtpijptakken)
  • longblaasjes
  • middenrif
 

Slide 59 - Slide

This item has no instructions

Hoe komt zuurstof in je bloed?
  • Dit gebeurt in de longblaasjes

Hier gebeuren 2 dingen:
  1. Zuurstof gaat vanuit de lucht in de longblaasjes naar het bloed.
  2. Koolstofdioxide gaat vanuit het bloed naar de lucht in de longblaasjes, daarna adem je dit uit.

  • Deze uitwisseling noemen we gaswisseling!

Slide 60 - Slide

This item has no instructions

maken opdrachten
maak in tweetallen de volgende opdrachten uit het boek biologie voor jou:  blz 25   tm 28 opdracht 1-2-3-4-5-6- 8-9 -10
blz 33  tm 36  opdracht 1 tm 9
lever de gemaakte opdrachten in via team 
Checklist:
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 61 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


lezen-Actualiteit 

Opdracht:
  • maak een korte samenvatting van het gelezen artikel

Slide 62 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Gaswisseling
De uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide verloopt snel door: 
  • veel longblaasjes dus groot oppervlak om uit te wisselen (70-90m2)
  • wand van longblaasjes heel dun dus zuurstof en koolstofdioxide kunnen er makkelijk doorheen
  • ook de vele haarvaten rond longblaasjes hebben dunne wand en bloed er doorheen wordt steeds ververst
  • door je ademhaling ververs je steeds de lucht in je longen, dus steeds nieuwe zuurstof en je raakt de koolstofdioxide kwijt

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 65 - Video

This item has no instructions

Sleep de namen naar de juiste plaats 
Longblaasje
Luchtpijp
Keelholte
Bronchiën 
Neusholte

Slide 66 - Drag question

This item has no instructions

Je legt uit waarom het beter is om door je neus te ademen
  1. Je neus keurt de lucht met het reukzintuig
  2. Je neusharen houden stof tegen 
  3. Je neus maakt de lucht vochtig (door water uit slijm) en warm (door bloedvaatjes). 

Slide 67 - Slide

This item has no instructions

Waarom dus door je neus ademen?

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

Slijmvlies
  • Aan binnenkant luchtpijp en bronchiën

Twee soorten cellen:
1. Slijmcellen: maken slijm
2. Trilhaarcellen: bewegen heen en weer en duwen slijm met daarin stof en ziektever-wekkers naar je keel. Dit hoest je uit of slik je door.

Dus zo krijg je schone, warme en vochtige lucht in je longblaasjes en beschadigen ze niet

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Wat gebeurt er in je longen als je slijmvlies niet werkt?
A
Je kunt niet meer goed hoesten...
B
Er komt steeds meer rotzooi in je longen...
C
Je kunt geen ziektekiemen naar buiten werken...
D
Je longen raken verstopt...

Slide 70 - Quiz

This item has no instructions

Je legt uit hoe je ademhaling geregeld wordt
  1. Via koolstofdioxidezintuigcellen in bloedvaten (aorta)
  2. Impulsen naar ademcentrum in hersenen
  3. Hersenen sturen signalen naar tussenribspieren en middenrifspieren die daardoor samentrekken

Slide 71 - Slide

This item has no instructions

De luchtpijp vertakt zich in
A
bronchiën
B
longblaasjes
C
luchtpijpvaten
D
luchtpijptakjes

Slide 72 - Quiz

This item has no instructions

Waarom kan er snel gaswisseling plaatsvinden in de longen?

A
de wand van de luchtpijp is erg dun
B
er zit een laagje slijm in de longblaasjes
C
Het oppervlak van de longblaasjes is groot
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 73 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt beter ademhalen door je neus omdat
A
de lucht dan wordt verwarmd
B
je gewaarschuwd wordt voor gevaarlijke stoffen
C
de lucht vochtig gemaakt wordt
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 74 - Quiz

This item has no instructions

het ademhalingsstelsel



gaswisseling


Slide 75 - Slide

This item has no instructions

Gaswisseling

Slide 76 - Slide

This item has no instructions

Slide 77 - Video

This item has no instructions

Slide 78 - Video

This item has no instructions

Slide 79 - Video

This item has no instructions

Slide 80 - Video

This item has no instructions

Slide 81 - Video

This item has no instructions

Slide 82 - Video

This item has no instructions

           Terugkijken op de leerdoelen                 


R: Je benoemt bouw en functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering.
R: Je benoemt de functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering
T1 en T2: Je benoemt dat gezondheid en ziektes beïnvloed worden door de combinatie van voeding, leefstijl, leefomgeving (o.a stress, schadelijke stoffen en straling), infecties, erfelijke aanleg en leeftijd.

Slide 83 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
    Begrippen uit deze les
  1. Verteringsstelsel
  2. Bloedvatenstelsel
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel
  5. Functionele verbanden
  6. longblaasjes
  7. koolstofdioxide
  8. zuurstof
  9. gaswisseling

Slide 84 - Slide

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les
  1. Verteringsstelsel
  2. Bloedvatenstelsel 
  3. Ademhalingsstelsel
  4. Uitscheidingsstelsel


Functionele verbanden

Slide 85 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Geef de reactievergelijking van fotosynthese

................+................+...............--> ...................+..................

Slide 86 - Open question

This item has no instructions

Geef de reactievergelijking van verbranding
.............. + ........... --> .......... + ........... + ..............

Slide 87 - Open question

This item has no instructions

Sleep de groep naar de bijbehorende manier van ademhaling.
Kieuwen
Longen
Huid en longen
Vogel
Amfibie
Reptiel
Zoogdieren
Vissen

Slide 88 - Drag question

This item has no instructions

Welk onderdeel hoort waar?
Slokdarm
Stigma's
Kieuwboog
Kieuwplaatje
Tracheeën
Kieuwdeksel

Slide 89 - Drag question

This item has no instructions

In de afbeelding zie je een schematische tekening van de longen van een vogel na inademing.
Wat is een belangrijk verschil in ademhalen tussen vogels en zoogdieren?
A
Vogels hebben ook gaswisseling in de luchtzakken.
B
Vogels hebben gaswisseling bij zowel een inademing als een uitademing.
C
De longen van vogels zijn relatief groter dan van zoogdieren

Slide 90 - Quiz

This item has no instructions

Programma
  • Leerdoelen
  • Video 'Waarom is roken slecht?' --> 1.5 min.
  • Uitleg 1.7 --> Roken en blowen
  • Video de effecten van roken --> 2 min.
  • Video snus --> 2 min.
  • Opdrachten maken
  • Afsluiting --> leerdoelen checken

Slide 91 - Slide

This item has no instructions

Verbranding en ademhaling
1.1 Stofwisseling
1.2 Verbranding koudbloedig en warmbloedig
1.3 Het ademhalingsstelsel
1.4 Ademhalen
1.5 Gezonde luchtwegen
1.6 Ademhaling bij dieren
1.7 Roken en blowen
1.8 Koudbloedig en warmbloedig

Slide 92 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen 1.7
  • Je kent de mogelijke gevolgen van verslaving aan roken en blowen.

Slide 93 - Slide

This item has no instructions

Slide 94 - Video

This item has no instructions

Stoffen in sigaretten
De belangrijkste stoffen in sigaretten zijn:
  • Nicotine: dit is de verslavende stof

  • Teer: blijft als bruinzwarte laag in je luchtwegen plakken.

  • Koolstofmono-oxide (koolmonoxide): Neemt de plaats in van zuurstof in de rode bloedcellen.

Slide 95 - Slide

This item has no instructions

Slide 96 - Slide

This item has no instructions

Slide 97 - Slide

This item has no instructions

Slide 98 - Video

This item has no instructions

Slide 99 - Video

This item has no instructions

Roken = verslavend
Geestelijk afhankelijk: behoefte aan nicotine
Gewenning: steeds meer nicotine nodig voor prettig gevoel
Lichamelijk afhankelijk: ontwenningsverschijnselen bij niet roken

--> moeilijk om te stoppen

Slide 100 - Slide

This item has no instructions

Cannabis
  • Hasj en wiet
  • THC = werkzame stof (dit zorgt voor psychoactief effect)
  • CBD, beïnvloed werking THC 
  • Effecten THC --> stoned, high
  • Lange termijn --> verslaving, slapeloosheid, somberheid en concentratieproblemen, kans op psychische stoornis.
Bij het roken van 1 joint komt er tot 5x meer teer in de longen , dan bij het roken van een sigaret.

Slide 101 - Slide

CBD, beïnvloed werking THC (wordt ook medicinaal gebruikt)
Is vapen schadelijk voor je gezondheid? 
,
Zoek in tweetallen op internet naar informatie over  
vapen en geef in je schrift antwoord op deze vraag en leg je antwoord uit.  

Je hebt hiervoor 5 minuten de tijd. 
timer
5:00

Slide 102 - Slide

This item has no instructions

Shishapennen en e-sigaretten
Schadelijke stoffen:
nicotine, metalen en stikstofverbindingen

Gevolgen:
schade aan de luchtwegen, hartkloppingen en een verhoogde kans op kanker

Slide 103 - Slide

This item has no instructions

Snus
  • Meer nicotine --> meer dopamine
  • Via bloedvaatjes in de bovenlip komt de nicotine in het bloed terecht.
  • Risico's: verhoging van bloeddruk, schade aan de vaatwanden, mond- en keelkanker. 
Nicotine stimuleert de afgifte van adrenaline en prikkelt het zenuwstelsel
- Verhoogde hartslag/super alert
- Groot verslavingsrisico.
Sigaret ~0,8mg nicotine - Snus 3-25mg nicotine


Slide 104 - Slide

Dopamine komt dus ook vrij wanneer je nicotine binnenkrijgt. Hoe meer nicotine, hoe meer dopamine. En hoe meer dopamine, hoe sneller je er verslaafd aan raakt. Maar het zorgt er ook voor dat je je zonder de nicotine slechter gaat voelen.
In een sigaret zit ongeveer 0,8mg nicotine, maar snus wordt verkocht tot wel 25mg per zakje. Daarvan neem je ongeveer 60% op, maar dat is nog steeds veel meer dan je uit een sigaret binnen zou krijgen.
Daarnaast wordt snus verkocht in verschillende lekkere smaakjes en is er online makkelijk aan te komen. Officieel zit er te veel nicotine in snus en mag het niet verkocht worden, maar het is erg moeilijk te monitoren waardoor het toch te krijgen is.

Slide 105 - Video

This item has no instructions

Leerdoelen 1.7
  • Je kent de mogelijke gevolgen van verslaving aan roken en blowen.

Slide 106 - Slide

This item has no instructions

Door welke stof in rook worden de longen van rokers zwart?
A
Tabak
B
Nicotine
C
Smog
D
Teer

Slide 107 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de verslavende stof in sigaretten?
A
Nicotine
B
Teer
C
Koolmonoxide

Slide 108 - Quiz

This item has no instructions

Wat is niet waar over teer?
A
Zorgt voor rokershoest
B
Kankerverwekkend
C
Maakt de longen zwart
D
Heeft psychisch effect

Slide 109 - Quiz

This item has no instructions

Passief roken of meeroken is
A
Om de beurt een trekje van de sigaret nemen
B
Tegelijk een sigaret opsteken
C
Als niet-roker rook inademen
D
Roken terwijl je niet wil

Slide 110 - Quiz

This item has no instructions

wat heb je geleerd?

Slide 111 - Open question

This item has no instructions

Aan de slag
Maak in tweetallen de volgende opdrachten uit het boek biologie voor jou: blz 9 tm 12 opdracht 1-2-3-4-5-6- 8-9
blz 17 tm 20 opdracht 1 tm 10
lever de gemaakte opdrachten in via team 
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 112 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
lezen-actualiteit 


Opdracht:
  • maak een korte samenvatting van het gelezen artikel

Slide 113 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

Terugkijken 
op de leerdoelen
R: Je benoemt bouw en functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering.
R: Je benoemt de functie van organen betrokken bij bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering

T1 en T2: Je benoemt dat gezondheid en ziektes beïnvloed worden door de combinatie van voeding, leefstijl, leefomgeving (o.a stress, schadelijke stoffen en straling), infecties, erfelijke aanleg en leeftijd.

Slide 114 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 115 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 116 - Slide

This item has no instructions