Speluitleg – Ordenen in twee teams
Opstelling
De leerlingen zitten in twee exact gelijke rijen tegenover elkaar, met de gezichten naar elkaar toe.
De ene rij is Groep A, de andere rij is Groep B.
De teams spelen tegen elkaar.
De opdracht
Geef een criterium waarop de leerlingen zichzelf moeten ordenen, bijvoorbeeld:
- Lengte
- Schoenmaat
- Aantal broers en/of zussen
- Aantal huisdieren
- Geboorteland (op afstand van hier)
De leerling die het minste heeft (bijvoorbeeld het kleinst, minste broers/zussen, dichtstbijzijnde geboorteland) zit aan jouw kant.
Aan de overkant zit degene met het meeste.
Klaar?
Als een team denkt dat ze goed op volgorde zitten:
- Gaan alle leerlingen stil zijn.
- Doen ze hun handen in de lucht.
- Controle en puntentelling
Het team dat als eerste klaar zit, wordt als eerste gecontroleerd.
Klopt de volgorde? Dan krijgt dat team 1 punt.
Klopt de volgorde niet? Dan wordt het andere team gecontroleerd.
Heeft dat team de volgorde wél goed? Dan krijgen zij 1 punt.
Let op: Dit spel gaat voornamelijk om contact leggen met de leerlingen. Ga de rijen langs en vraag soms even door als daar ruimte en concentratie voor is binnen de klas. Vang het spel aan op: Ik wil jullie leren kennen.