Thema 6 BS 2-2 2Vbeta

BS 2 Voedselrelaties en kringlopen - deel 1
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

BS 2 Voedselrelaties en kringlopen - deel 1

Slide 1 - Slide

Doel BS 2
* Je kunt in een ecosysteem de voedselrelaties aangeven
* Je kunt de kringlopen van water, koolstof en stikstof beschrijven

Slide 2 - Slide

Begrippen BS 2
autotroof
heterotroof
waterkringloop
koolstofkringloop
stikstofkringloop
stikstofzouten




(niet) biologisch afbreekbaar
plastic soup



Slide 3 - Slide

Kringloop
De producenten, consumenten, afvaleters en reducenten vormen een kringloop


Slide 4 - Slide

Autotroof en heterotroof
Organismen die als voedsel geen andere organismen nodig hebben noem je autotroof.
Auto = zelf
Troof = voeden


Slide 5 - Slide

Autotroof en heterotroof
Organismen die als voedsel wel andere organismen nodig hebben noem je heterotroof.
Hetero = ander
Troof = voeden


Slide 6 - Slide

Bamboe is (1) en een panda is (2)
A
(1) autotroof, (2) autotroof
B
(1) autotroof, (2) heterotroof
C
(1) heterotroof, (2) autotroof
D
(1) heterotroof, (2) heterotroof

Slide 7 - Quiz

Producenten
Consumenten
Reducenten
Planten
Afvaleters
Vleeseters
Algen
Heterotroof
Planteneters
Autotroof
Schimmels
Fotosynthese
Bacteriën
Dieren

Slide 8 - Drag question

Kringlopen
Binnen een ecosysteem worden veel stoffen hergebruikt. 
Voor die stoffen kun je daarom een kringloop bepalen.
Welk organisme gebruikt het als eerste, welke daarna, en hoe komt het weer terug bij het eerste organisme?
We gaan de kringloop van water en koolstof behandelen.
Maar je kunt er een een maken voor stikstof, fosfor, zwavel, ijzer, enz. 

Slide 9 - Slide

Uit welke elementen bestaat een mens?
97,85% van het lijf bestaat uit deze elementen
65% Zuurstof – zit in bijna alle stoffen
18% Koolstof – zit in bijna alle stoffen 
10% Waterstof – zit in bijna alle stoffen 
3% Stikstof – eiwitten en DNA 
1,5% Fosfor – DNA, botten en tanden 
0,35% Calcium – botten, tanden en bloed

Slide 10 - Slide

Kringloop van water (H2O)
Alle organismen hebben water nodig voor allerlei levenskenmerken.
In de natuur doorloopt water een kringloop.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Kringloop van koolstof (C)
Koolstof is een van de belangrijkste elementen voor levende organismen.
Glucose (fotosynthese), andere koolhydraten (suikers), vetten en eiwitten zijn voor een groot gedeelte opgebouwd uit koolstof atomen. Waar komen die vandaan? Uit het CO2 dat door planten is omgezet naar glucose door fotosynthese.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Welk processen horen bij pijl 1 en 2??

Slide 15 - Slide

Welk processen horen bij pijl 1 en 2??
A
1 Verbranding 2 Rotting
B
2 Rotting 1 Verbranding
C
1 Verbranding 2 Fotosynthese
D
1 Fotosynthese 2 Verbranding

Slide 16 - Quiz

Kringloop van stikstof (N)
Stikstofzouten zijn mineralen in de bodem. Planten nemen deze stoffen op en maken er eiwitten van (hiervoor hebben ze ook glucose nodig). Dieren eten planten en krijgen de eiwitten ook binnen. Na vertering gebruiken ze de bouwstenen om zelf eiwitten te maken. Reducenten breken dode planten en dieren af en maken nieuwe stikstofzouten.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Als in een bos dood materiaal op de grond valt (bladeren, dode dieren) dan zijn er bacteriën en schimmels die dat materiaal afbreken. Na een tijd zie je die bladeren en dieren niet meer terug.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Afval van planten en dieren is dus afbreekbaar door reducenten (bacteriën en schimmels)
Dit noemen we biologisch afbreekbaar.
Ook alle dingen die we maken van plantaardig en dierlijk materiaal is dus biologisch afbreekbaar:
Een leren jas, een rieten mand, papier, broodkorsten, schillen enz.


Slide 21 - Slide

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Spullen die zijn gemaakt van andere grondstoffen (glas, steen, metaal) zijn niet biologisch afbreekbaar.

Plastic (meestal gemaakt van fossiele brandstoffen) is ook bijna nooit biologisch afbreekbaar.



Slide 22 - Slide

Plastic Soup
Te veel plastic afval.

Vergaat niet en komt voor een groot gedeelte in zee terecht.

Grote plastic eilanden en in het water.

Slide 23 - Slide

Plastic Soup
Dieren eten het per ongeluk op.
Wordt door erosie steeds kleiner: microplastics.
Zijn zo klein dat je het niet meer kunt zien, maar het is er wel!

Slide 24 - Slide

Doel BS 2
* Je kunt in een ecosysteem de voedselrelaties aangeven
* Je kunt de kringlopen van water, koolstof en stikstof beschrijven

Slide 25 - Slide

Begrippen BS 2
autotroof
heterotroof
waterkringloop
koolstofkringloop
stikstofkringloop
stikstofzouten




(niet) biologisch afbreekbaar
plastic soup



Slide 26 - Slide

Huiswerk
Opdracht 1 t/m 9 van BS 2

Slide 27 - Slide