Wiederholungsquiz Schritt 1-4

Wiederholungsquiz Schritt 1-4

  • Je krijgt 10 minuten de tijd om de stof voor de tussenweek te bestuderen.

  • In de 10 minuten krijg je ook 1 A4 per groep om een spiekbriefje te maken.

  • Na de 10 minuten krijg je een quiz en beantwoord je in je groep de vragen.

  • Je gebruikt 1 laptop per groep.

  • Een groep bestaat uit maximaal 4 personen.

10

m

00

s

1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Wiederholungsquiz Schritt 1-4

  • Je krijgt 10 minuten de tijd om de stof voor de tussenweek te bestuderen.

  • In de 10 minuten krijg je ook 1 A4 per groep om een spiekbriefje te maken.

  • Na de 10 minuten krijg je een quiz en beantwoord je in je groep de vragen.

  • Je gebruikt 1 laptop per groep.

  • Een groep bestaat uit maximaal 4 personen.

10

m

00

s

Wat is de juiste spelling van 'geel' in het Duits?

A

gelp

B

gelb

C

gel

D

geld

Zet de getallen in de juiste volgorde.

1

zehn

2

siebzehn

3

zwanzig

4

fünfzehn

5

neun

6

sechs

Wat is de vertaling van 'du hast'?

A

ik heb

B

hij is

C

jij bent

D

jij hebt

Schrijf 'de ouders' in het Duits op. Let op! Het lidwoord (der/die/das) moet erbij.

Vertaal de onderstaande woorden. Let op eventuele hoofdletters en op lidwoorden.

rood rot

zwart schwarz

vijf fünf

twaalf zwölf

de broer der Bruder

de dochter die Tochter

rot
schwarz
fünf
zwölf
der Bruder
die Tochter

Sleep het zelfstandig naamwoord naar het juiste lidwoord.

der

die

Mann

Großmutter

Familie

Onkel

Schrijf de vertaling van het rode woord op?

Meine Schwester ist verheiratet.

Welke woorden in de onderstaande zin moeten met hoofdletter geschreven worden in het Duits?


ich bin erik und ich wohne in someren.

A

Ich - Erik - Someren

B

Ich - Bin - Wohnen

C

Bin - Erik - Someren

D

Ich - Erik

Vertaal de onderstaande zin naar het Duits:

Hoe oud ben je?

Vertaal de onderstaande zin naar het Duits:

Wie is dat?