6.5 en 6.6: Aanpassing dieren en bij planten

1 / 42
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 4

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

6.5

Slide 2 - Slide

6.6 

Slide 3 - Slide

Wat gaan we doen?
Terugblik vorige lessen
Expertgroepen (zelf aan de slag)
Opdrachten maken en oefenen toets

Slide 4 - Slide

Terugblik

Slide 5 - Slide

Glucose
Koolstofdioxide
Water
Zuurstof
Energie uit licht

Slide 6 - Drag question

Wat is een populatie?
A
Een groep individuen van verschillende families
B
Een groep individuen van dezelfde familie
C
Een groep individuen van dezelfde soort
D
Een groep individuen van verschillende soorten

Slide 7 - Quiz

Welke van de volgende is een voorbeeld van een abiotische factor?
A
Schimmels
B
Planten
C
Dieren
D
Luchtvochtigheid

Slide 8 - Quiz

Wat zijn biotische factoren in een ecosysteem?
A
Dode organismen in een ecosysteem
B
Levende organismen in een ecosysteem
C
Geologische factoren in een ecosysteem
D
Klimaat in een ecosysteem

Slide 9 - Quiz

Lesdoelen
Je kunt uitleggen hoe dieren zijn aangepast aan hun leefomgeving.

Een ijsbeer is met zijn dikke witte vacht goed aangepast aan de koude Noordpool. Ook andere dieren hebben aanpassingen zodat ze kunnen overleven in hun ecosysteem. De meeste aanpassingen zijn erfelijk.

Slide 10 - Slide

Leerdoelen
  1. Je kunt beschrijven hoe planten zijn aangepast aan de biotoop waarin ze leven
  2. Je kunt voorbeelden van aanpassingen noemen bij:
  • planten die in een droog milieu leven
  • planten die in een vochtig milieu leven
  • water- en oeverplanten
  • zon- en schaduwplanten

Slide 11 - Slide

Expertgroepen
1. Blz 98/99 waterdieren - landzoogdieren
2. Blz. 100/101 vogels
3. blz. 106/107 droge omgeving
4. blz. 108/109 vochtige omgeving- licht

Maak 2 powerpoint dia's over je onderwerp met foto
timer
15:00

Slide 12 - Slide

leerlingen met zelfde nummer bij elkaar

leg om de beurt uit en vul je dia's aan
timer
10:00

Slide 13 - Slide

Rondpraat op tijd
Om de beurt vertel je 2 minuten over je onderwerp.

Als je luistert maak je aantekeningen en bedenk je hierbij een vraag.

Slide 14 - Slide

Genummerde koppen
1. Ik vraag een leerling zijn beste vraag te stellen aan de klas.
2. Iedereen noteert stil voor zichzelf het antwoord.
3. Op mijn teken ga je staan.
4. Als team overleg je over het juiste antwoord.
5. Ik vraag de nummers..... namens het team antwoord te geven.

Slide 15 - Slide

Opdrachten maken

  • BS 6.5: opdrachten 1, 2, 3, 5, 6
  • BS 6.6: opdrachten 1, 2, 4, 5

Voorbereiden toets:
Afsluiting

Slide 16 - Slide

Aanpassingen
Alle organismen hebben aanpassingen aan hun leefomgeving en hun leefwijze.

Zoals ademhaling, beweging, voeding, verdediging en voortplanting.


Vissen aangepast voor water (kieuwen)
Vogel voor vliegen (vleugels)

Slide 17 - Slide

Aanpassingen bij waterdieren
Gestroomlijnd
Schutkleur
Huid

Slide 18 - Slide

gestroomlijnd

Slide 19 - Slide

Zoolgangers, teengangers en topgangers

Slide 20 - Slide

Zoolganger            Teenganger           Topganger

Slide 21 - Slide

Zoolganger
Beer

Slide 22 - Slide

Kat
teenganger

Slide 23 - Slide

Zebra
Topganger

Slide 24 - Slide

zoolganger - teenganger - topganger

Slide 25 - Slide

Aanpassingen aan temperatuur:
- Kou: isolatie, dikke vetlaag, veren, dikke vacht kleinere oren en poten
- Warmte: dunne vacht, grotere oren en poten


Slide 26 - Slide

Vogels
De poten en snavels van vogels zijn aangepast aan hun leefwijze en voedsel

Slide 27 - Slide

Aanpassingen poten van vogels
  • Zangvogels, 3 tenen naar voren, 1 naar achter.
  • Roofvogels, scherpe klauwen
  • Loopvogels, geen teen naar achter
  • Watervogels, zwemvliezen
  • Steltlopers, lange poten

Slide 28 - Slide

Snavels




  • kegelsnavel → zaden
  • pincetsnavel → insecten
  • haaksnavel → vlees
  • priemsnavel → bodemdiertjes
  • zeefsnavel → zeven uit water

Slide 29 - Slide

En nu...
Werken aan paragraaf 6.5 
opdracht 1 t/m 7
Opgave 4 hoeft niet





Slide 30 - Slide

Een beer is een.........
A
Topganger/hoefganger
B
Zoolganger
C
Teenganger

Slide 31 - Quiz



Hiernaast zie je een poolvos.
Wat is GEEN aanpassing aan de omgeving van de poolvos?
Bio leerdoel 42
A
kleur vacht valt niet op in de omgeving
B
hij kan heel erg goed sluipen
C
zachte vacht zorgt voor warmte
D
kleine oren daardoor minder verlies van warmte

Slide 32 - Quiz

Camouflage van een dier is een aanpassing aan de leefomgeving
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quiz

Welke aanpassing hoort niet bij die dolfijnen?
A
Kieuwen
B
Sterke staartvin
C
Sterke botten
D
Gestroomlijnd

Slide 34 - Quiz

3. Welke aanpassingen heeft een vis om in het water te leven?
A
Het lichaam is klein
B
De vis heeft longen
C
Het lichaam is gestroomlijnd

Slide 35 - Quiz

Dit is een
A
Teenganger
B
topganger
C
zoolganger

Slide 36 - Quiz

Droge omgeving
  • Weinig huidmondjes
  • Huidmondjes aan de onderkant van het blad
  • Dikke waslaag op bladeren
  • Behaarde bladeren
  • Kleine dikke bladeren
  • Opslag in stengel
  • Sterk ontwikkeld wortelstelsel

Slide 37 - Slide

Vochtig milieu
  • Veel huidmondjes
  • Oppervlakkig gelegen huidmondjes
  • Grote dunne bladeren
  • Dunne waslaag
  • Geen beharing
  • Zwakker ontwikkeld wortelstelsel

Slide 38 - Slide

Water en oeverplanten
  • Drijvende bladeren --> huidmondjes aan de bovenkant
  • Wortelstelsel is zwak ontwikkeld
  • Luchtkanalen in de stengel

Slide 39 - Slide

Hoeveelheid licht
Zonplanten:
  • Groeien best bij veel licht
Schaduwplanten:
  • Groeien best bij weinig licht
Voorjaarsbloeiers:
  • Schaduwplanten die vroeg in het voorjaar bloeien

Slide 40 - Slide

Klimplanten
  • Hechtwortels
  • Ranken
  • Nemen soms stoffen op uit hun gastheer

Slide 41 - Slide

Rozetvormende planten

  • Wortelrozet: een kring van bladeren die vlak boven de wortel aan de plant vast zit.
  • Kan goed onder de sneeuw overleven.

Slide 42 - Slide