§7.2 Temperatuur en Deeltjesmodel

H 7 Materie
§2 Temperatuur en het deeltjesmodel
1 / 22
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

H 7 Materie
§2 Temperatuur en het deeltjesmodel

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Aan het einde van de les kun je in eigen woorden beschrijven wat een gasdruk is 
  • Aan het einde van de les kun je in eigen woorden beschrijven wat het absolute nulpunt is 
  • Aan het einde van de les kunnen rekenen met temperatuurschalen Kelvin / Celcius
 

Slide 2 - Slide

Gasdruk
Als je een gas opsluit in een afgesloten ruimte (bv. band), bewegen de moleculen kriskras de hele ruimte door.
Voortdurend botsen er enorme aantallen moleculen tegen de wanden van de ruimte.
Al die botsingen bij elkaar zorgen samen voor een constante druk op de wanden.

Slide 3 - Slide

Gasdruk

Slide 4 - Slide

Al die botsingen bij elkaar zorgen samen voor een constante druk op de wanden.

Bij een autoband drukt het gas tegen de binnenkant van de band en zorgt zo voor voldoende stevigheid.
Hoe meer gasmoleculen je in een ruimte perst, hoe hoger de druk wordt.

Slide 5 - Slide

Gasdruk en temperatuur
Als de temperatuur van een gas stijgt, gaan de moleculen steeds sneller bewegen. De moleculen botsen daardoor vaker en met grotere snelheid tegen de wanden.
Verband tussen temperatuur en gasdruk

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Het absolute nulpunt.
Hoe lager de temperatuur, hoe lager de (gemiddelde) snelheid van de moleculen.

De temperatuur waarbij de moleculen niet meer bewegen, noem je het absolute nulpunt.

Bij een temperatuur van -273 °C  is de laagst mogelijke temperatuur bereikt.

Slide 8 - Slide

De druk die de gas uitoefent, ontstaat doordat moleculen tegen een wand botsen. Als de tempratuur afneemt, gaan de moleculen langzamer bewegen. Daardoor botsen ze minder hard tegen de wand. De druk neemt dus af als de temperatuur afneemt. Bij -273 °C is de gas druk dan ook 0 KPa
De druk die de gas uitoefent, ontstaat doordat moleculen tegen een wand botsen. Als de tempratuur afneemt, gaan de moleculen langzamer bewegen. Daardoor botsen ze minder hard tegen de wand. De druk neemt dus af als de temperatuur afneemt. Bij -273 °C is de gas druk dan ook 0 KPa

Slide 9 - Slide

Kelvinschaal
0 Kelvin = -273  °C

Slide 10 - Slide

De kelvinschaal
Voorbeeld:
Het kookpunt van de ethanol is 351 K. 
Hoeveel graden °C is dat?
Het kookpunt van alcohol is: 351-273=78 °C

Slide 11 - Slide

Als de temperatuur 100 graden Celsius is, wat is dan de temperatuur in Kelvin?

Slide 12 - Open question

Het kookpunt van kwik is 630 Kelvin. Hoeveel graden Celsius is dit?

Slide 13 - Open question

In een autoband is een hoge gasdruk.
Wat veroorzaakt die gasdruk in de autoband?
A
De moleculen botsen met enorme aantallen tegen de wand.
B
De moleculen botsen steeds meer tegen elkaar aan.
C
De moleculen liggen zo dicht op elkaar, dat er geen plaats meer is voor nieuwe moleculen.
D
De moleculen stoten elkaar af en duwen daardoor tegen de wand aan.

Slide 14 - Quiz

De temperatuur kan niet lager worden dan het absolute nulpunt.
Het absolute nulpunt ligt bij:
A
-89 °C
B
-189 °C
C
-273 °C
D
-373 °C

Slide 15 - Quiz

Je hebt de kelvinschaal en de schaal van Celsius om de temperatuur te meten.
De graden in de kelvinschaal zijn:

A
kleiner dan de graden in de schaal van Celsius.
B
even groot als de graden in de schaal van Celsius.
C
groter dan de graden in de schaal van Celsius.

Slide 16 - Quiz

Noem 2 manieren om de gasdruk te verhogen?

Slide 17 - Open question

In eigen woorden:
wat is gasdruk?

Slide 18 - Open question

In eigen woorden:
Wat is het absolute nulpunt?

Slide 19 - Open question

In eigen woorden:
Hoe reken je om van Kelvin naar Celcius of andersom?

Slide 20 - Open question

Vragen over de les?

Slide 21 - Slide

Opdrachten
Maken:
 H 7 - §2 
opdracht 15 t/m 22 blz.  79 - 81 werkboek deel B

Slide 22 - Slide