past simple 1

Past simple
8/6/2023
1 / 23
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Past simple
8/6/2023

Slide 1 - Slide

Past Simple
Je gebruikt de Past Simple als iets gebeurd is in de verleden tijd en ook beëindigd is.

Wij noemen de Past Simple de Verleden Tijd.


Slide 2 - Slide

 Regelmatige werkwoorden (rww)

Achter het werkwoord plaats je 'ed'

I walk -> I walked
it rains-> it rained
they beg-> they begged

Slide 3 - Slide

 RWW Spelling
Als een werkwoord eindigt op -e, dan komt er in de past simple alleen een -d achter:
I live - I lived
you move - you moved

In de past simple wordt de laatste medeklinker verdubbeld als er één klinker voor staat:
I drop - I dropped
they plan - they planned

Slide 4 - Slide

 RWW Spelling
Als een werkwoord eindigt op -y, dan komt er in de past simple een -ied achter:
I carry- I carried
you study- you studied

In de past simple komt er een -ed achter als er een klinker voor staat:
I play - I played

Slide 5 - Slide

Past Simple - Onregelmatige werkwoorden

Sommige werkwoorden zijn onregelmatig (OWW) en dat betekent dat ze geen '-ed' krijgen maar hun eigen vorm hebben.

to do -> did      He did my traineeship at Scalda last year.
to make -> made     They made a very nice meal two days ago.
to be -> was / were You were at home this morning.
    



Slide 6 - Slide

Past Simple - OWW

Er zijn geen regels voor de OWW, je moet ze uit je hoofd leren. Je pakt voor de Past Simple de 2e kolom.

go - went - gone
have - had - had

Slide 7 - Slide

Past Simple - Vraag/Ontkenning

Vraagzinnen
Did + hele ww (1e kolom):
Did you walk to school yesterday?

Ontkennende zinnen
Didn't + hele www (1e kolom):
You didn't walk to school yesterday.

Slide 8 - Slide

Past Simple - Signaalwoorden

In de zin staan vaak een tijdsbepaling van verleden tijd.

  • yesterday
  • last week
  • ten minutes ago
  • in 2007
  • this morning

Slide 9 - Slide

Je gebruikt de Past Simple als...
A
iets gebeurd is in de toekomst
B
iets iedere dag gebeurt
C
iets gebeurd is in het verleden en afgerond is
D
iets nog niet gebeurd is

Slide 10 - Quiz


Wat is de Past Simple van walk
A
walked
B
walks
C
walk
D
walker

Slide 11 - Quiz


Wat is de Past Simple van stop
A
stoped
B
stops
C
stop
D
stopped

Slide 12 - Quiz


Wat is de Past Simple van do
A
did
B
does
C
done
D
doed

Slide 13 - Quiz


Wat is de Past Simple van go
A
gone
B
went
C
goed
D
goes

Slide 14 - Quiz


Wat is de Past Simple van have
A
had
B
have
C
has

Slide 15 - Quiz


Wat is de Past Simple 'jij was'
A
you was
B
you ve been
C
you are
D
you were

Slide 16 - Quiz


Wat is de Past Simple van make
A
makes
B
maken
C
maked
D
made

Slide 17 - Quiz

Je kunt de onregelmatige werkwoorden op p.203/4 vinden

Slide 18 - Slide

Noem drie onregelmatige werkwoord

Slide 19 - Mind map

Put the following sentences into the past tense.

  •  She doesn't like football.
  • She didn't like football.
  •  Henry does his homework today.
  • Henry did his homework.
  • Do you go to school?
  • Did you go to school?

Slide 20 - Slide

Repetition
Put these sentences into the past tense.
  • I go to school.
  • I went to school.
  •  She lives in England.
  • She lived in England
  • My school is cool.
  • My school was cool.

Slide 21 - Slide

Stepping stones 
Open your book on page 90. 
54. Maak de grammatica regels compleet
55. Vul de past simple in (regelmatig)
56.  a-e: past simple 
(Je mag zachtjes met je buurman overleggen)

Finished early? 57. Write a letter to your teacher.

Slide 22 - Slide

This person is in (wrongly) jail.
What is the story behind this person?
*werk zachtjes met je groep*
*use the past simple *

Slide 23 - Open question