Les 3 - Meten is Weten

 Meten is Weten
Bekijk het filmpje en maak daarna het testje
1 / 47
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 47 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

 Meten is Weten
Bekijk het filmpje en maak daarna het testje

Slide 1 - Slide

Doel van deze les 
In deze les ga le leren:
  • Dat er verschillende meetinstrumenten zijn in de natuurkunde om grootheden te kunnen meten;
  • Dat ieder meetinstrument zijn eigen nauwkeurigheid en meetbereik heeft;
  • Je kunt aangeven wat het aantal cijfers achter de komma is na een  meting. Dit heeft te maken met het meetinstrument (analoog of digitaal) en de nauwkeurigheid: Met een ingewikkeld woord heet dit: de significantie
  • Je weet waar de meter vandaan komt;

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

Slide 7 - Video

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Meetinstrument
Grootheid
Eenheid
liniaal
temperatuur
decibel
tijd
meter per seconde
maatbeker
vierkante centimeter
hoek
graden celcius
thermometer
geluidssterkte
decibelmeter
stopwatch
seconden
afstand
centimeter
snelheid
lasergun
volume
deciliter
geodriehoek
graden
oppervlak
liniaal

Slide 10 - Drag question

Meetinstrument<div><div>(W<span>aarmee je meet)</span></div></div>
Grootheid<div>(Wat je meet)</div>
Eenheid<div>(Waarin je meet)</div>
Afstand
Meter
Liniaal

Slide 11 - Drag question

Welk meetinstrument hoort bij welke grootheid?
<b>temperatuur</b>
<b>volume</b>
<b>massa</b>
<b>lengte</b>

Slide 12 - Drag question

Schaaldeel
Meetbereik
Dit zijn de minimale en maximale waarden die je kunt meten
Dit is de waarde tussen twee streepjes op je meetinstrument

Slide 13 - Drag question

Je gaat een cake bakken en moet 125g boter afpassen, welk meetinstrument gebruik je?
A
A
B
B

Slide 14 - Quiz

Je gaat een cake bakken en moet 125g boter afpassen, welk meetinstrument gebruik je?
A
A
B
B

Slide 15 - Quiz

Meter en seconde zijn allebei
A
tijd
B
meetinstrument
C
grootheden
D
eenheden

Slide 16 - Quiz

Je kunt de luchtdruk meten.
Welk meetinstrument gebruik je daarvoor?
A
barometer
B
centimeter
C
thermometer
D
hygrometer

Slide 17 - Quiz

Waarom gebruik je meetinstrumenten?
A
Omdat het preciezer is
B
Omdat je lui bent
C
Omdat het veiliger is
D
Omdat je lichaam niet te vertrouwen is

Slide 18 - Quiz

Hoe noemen we een meetinstrument om de temperatuur te meten?
A
weegschaal
B
thermometer
C
snelheidsmeter
D
voltmeter

Slide 19 - Quiz

Om de lengte van het klaslokaal te meten is een geschikt meetinstrument:
A
micrometer
B
geodriehoek
C
schuifmaat
D
rolmaat

Slide 20 - Quiz

Wat voor meetinstrument is dit?
A
Digitaal
B
Analoog
C
Geen van beide
D
Allebei

Slide 21 - Quiz

Wat voor meetinstrument is dit?
A
om de massa te meten
B
om het gewicht te meten
C
om het volume te meten
D
om de temperatuur te meten

Slide 22 - Quiz

De lengte is 12 meter hierin is de meter ….

A
De grootheid
B
Het meetinstrument
C
Het maatgetal
D
De eenheid

Slide 23 - Quiz

Lengte, tijd massa en temperatuur zijn…

A
grootheden
B
meetinstrumenten
C
zintuigen
D
eenheden

Slide 24 - Quiz

Wat is een meetinstrument
A
gum
B
potlood
C
liniaal
D
schaar

Slide 25 - Quiz

Met welk meetinstrument kun je de massa meten?
A
meetlint
B
kilogram
C
balans
D
gewicht

Slide 26 - Quiz

Met welk meetinstrument meet je de snelheid waarmee een auto rijdt
A
liniaal
B
weegschaal
C
thermometer
D
kilometerteller

Slide 27 - Quiz

Wat voor meetinstrument gebruik je om te meten hoeveel vloeistof je hebt?
A
Maatbeker
B
Weegschaal
C
Thermometer
D
Dichtheidsmeter

Slide 28 - Quiz

Met welk meetinstrument kun je bronnen van radioactiviteit opsporen?
A
Geigermeter
B
Geigerteller
C
Becquerelmeter
D
Becquerelteller

Slide 29 - Quiz

Welke krachtmeter
heeft het grootste
meetbereik?
1
2
3
A
1
B
2
C
3

Slide 30 - Quiz

Welk meetbereik is nauwkeuriger?
A
t/m 5 A
B
t/m 0,5 A

Slide 31 - Quiz

Wat is het meetbereik van de thermometer uit de afbeelding?
A
20 graden
B
30 graden
C
50 graden
D
80 graden

Slide 32 - Quiz

Hoe groot is het meetbereik van een koortsthermometer ongeveer?
A
30-50 graden Celsius
B
0-100 graden Celsius
C
36-42 graden Celsius
D
37-39 graden Celsius

Slide 33 - Quiz

De spanningsmeter is ingesteld op een meetbereik van......
A
3 V
B
15 V
C
30 V

Slide 34 - Quiz

Wat is het 'meetbereik' van deze liniaal?
A
1 t/m 9 cm
B
0 t/m 9 cm
C
0 t/m 10 cm
D
1 t/m 10 cm

Slide 35 - Quiz

Op hoeveel decimalen
nauwkeurig kan deze
weegschaal
meten?
A
2
B
3
C
4
D
Dat kan je niet zeggen

Slide 36 - Quiz

Sytske heeft met een veerunster bepaald dat de zwaartekracht op een gewicht 4,0 N is. Met welke veerunster heeft Sytske de zwaartekracht van 4,0 N zo nauwkeurig mogelijk bepaald?
A
geel
B
roze
C
blauw
D
groen

Slide 37 - Quiz

Wat is nauwkeuriger, je zintuigen of meet-apparatuur
A
zintuigen
B
meet-apparatuur
C
het hangt ervan af wat je wilt meten
D
ze zijn allebei even nauwkeurig

Slide 38 - Quiz

Een koortsthermometer is minder nauwkeurig dan een buitenthermometer.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 39 - Quiz

Welke weegschaal is het
nauwkeurigst?
A
Links
B
Rechts
C
Even nauwkeurig
D
Dat kun je niet zeggen

Slide 40 - Quiz

Welke thermometer kan je het meest nauwkeurig aflezen?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 41 - Quiz

Verbind het meetinstrument met de bijbehorende grootheid.
massa
tijdsduur
Volume
afstand
Rolmaat
Weeg-schaal
maat-cilinder
Stop-watch

Slide 42 - Drag question

Voor welke grootheid worden de volgende meetinstrumenten gebruikt?
computer op fietsstuur 
geodriehoek 
horloge
kilometerteller in auto
liniaal 
rolcentimeter
stopwatch 
zandloper 
Afstand
Afstand
Afstand
Snelheid
Snelheid
Tijd
Tijd
Tijd

Slide 43 - Drag question

Wat meet ik met deze meetinstrumenten?
Massa
Temperatuur
Volume
Tijd
Graden
Afstand
Liniaal
Weegschaal
Maatbeker
Stopwatch
Geodriehoek
Thermometer

Slide 44 - Drag question

Je ziet hier vier afbeeldingen van meetinstrumenten (A t/m D).

Hoe heten deze instrumenten?
Met welk instrument wordt welk kenmerk van het weer gemeten?

Sleep het juiste woord naar het juiste meetinstrument. 
(je moet alle woorden gebruiken)

Temperatuur
Windsnelheid
Barometer
regenmeter
thermometer
hoeveelheid regen
windmeter
Luchtdruk

Slide 45 - Drag question

Einde van les 3
Je hebt in deze les geleerd:
  • Dat er verschillende meetinstrumenten zijn in de natuurkunde om grootheden te kunnen meten;
  • Dat ieder meetinstrument zijn eigen nauwkeurigheid en meetbereik heeft;
  • Je kunt aangeven wat het aantal cijfers achter de komma is na een moet meting. Dit heeft te maken met het meetinstrument (analoog of digitaal) en de nauwkeurigheid: Met een ingewikkeld woord heet dit: de significantie
  • Je weet waar de meter vandaan komt;

Slide 46 - Slide

Ik beheers de leerdoelen die hiervoor zijn genoemd!
😒🙁😐🙂😃

Slide 47 - Poll