Organen, weefsels en cellen

Vorige les:




  • Levenscyclus & Levensloop


  • Organisatieniveau's & emergente eigenschappen

1 / 20
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieWOStudiejaar 4

This lesson contains 20 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Vorige les:




  • Levenscyclus & Levensloop


  • Organisatieniveau's & emergente eigenschappen

  1. Op welk organisatieniveau ontstaat de emergente eigenschap 'lopen' bij mensen? Leg je antwoord uit.

  1. Toen in 2018 het laatste mannetje van de noordelijke witte neushoorn stierf, waren er alleen nog twee vrouwelijke dieren van deze soort over. Waarom hoeft dit nog niet het einde van de levenscyclus van de noordelijke witte neushoorn te zijn?

1.2 Organen, weefsels en cellen

Wij gaan:


  • Orgaanstelsels, organen, weefsels en cellen leren herkennen en beschrijven, inclusief hun kenmerken en functies.


  • Onderzoeken hoe cellen, weefsels, organen en orgaanstelsels samenwerken en welke gezamenlijke functies hieruit ontstaan.


  • De verbanden vinden tussen vorm en functie.





Het menselijk lichaam

  • Welke orgaanstelsels zijn er?



  • Welke emergente eigenschappen ontstaan in de verschillende orgaanstelsels?


Weefsels

  • Er komen verschillende typen weefsels voor in je lichaam (zie Binas 80B).


  • Wat is een weefsel? (Basisstof 1)

Dekweefsel

  • Bedekt en bekleedt lichaamsoppervlakken en beschermt deze.


  • Tight junctions → verbindingen tussen aangrenzende cellen die de ruimte tussen de cellen afsluiten → barrière.


  • Vorm en opbouw zijn aangepast aan de functie:

    • Trilharen → verplaatsen slijm

    • Microvilli → vergroten opnameoppervlak

    • Slijmbekercellen → produceren slijm

2

minute

00

second

Zenuwweefsel

  • Zenuwcellen vormen een netwerk van cellichamen en uitlopers → informatie ontvangen, verwerken en doorgeven.


  • Snijwond in je hand → pijnsignaal bereikt je hersenen binnen enkele tienden van een seconde (~0,2 s).



Spierweefsel

  • Spierweefsel bestaat uit langgerekte spiercellen die naast elkaar liggen en zich gezamelijk kunnen samentrekken.


  • Maakt beweging mogelijk in samenwerking met het skelet.

  1. Welke organen horen bij het ademhalingsstelsel?


  1. In afbeelding 8 zijn enkele organen in de borstholte genoemd. Welke twee organen in de borstholte behoren tot meerdere orgaanstelsels?


  1. Welke drie organen passeren het middenrif tussen borstholte en buikholte. Gebruik afbeelding 8 en 9.


  1. Leg uit de dat de cellen in afbeelding 11 deel uitmaken van een weefsel.


  1. Traanvocht wordt onder andere gemaakt door kliertjes in het slijmvlies van het oog. Wat is de functie van traanvocht?

Tussencelstof

  • Bij veel weefsels liggen de cellen niet direct tegen elkaar aan, er bevindt zich tussencelstof.


  • De soort tussenstof hangt samen met de functie van het weefsel!


  • In beenweefsel zit bijvoorbeeld meer kalkzouten (geven stevigheid) en in kraakbeenweefsel meer collageen (geven elasticiteit).

Door miljoenen jaren aan evolutie zijn de vorm en functie van biologische structuren vaak nauw met elkaar verbonden!


Kijk om je heen.
Vraag je bij biologische structuren af:


  • Waarom ziet dit eruit zoals het eruitziet?

  • Welke functie heeft deze vorm?

  • Hoe is deze vorm aangepast aan zijn omgeving?



-> Opdrachten 27 t/m 42 -> Huiswerk

Om te onthouden