NaSk - herhaling deel 1

Herhaling NaSk lessen
STOFFEN
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Herhaling NaSk lessen
STOFFEN

Slide 1 - Slide

Wat is scheikunde?

Het bestuderen van stoffen
Het maken van (nieuwe) stoffen

Slide 2 - Slide

Stoffen
Alles bestaat uit stoffen.
Voorbeelden van stoffen zijn:
  • ijzer
  • hout
  • plastic
  • water
  • lucht

Slide 3 - Slide

Mengsels en zuivere stoffen
Mengsels bestaan uit meerdere zuivere stoffen.
Bijvoorbeeld:
  • Zeewater is een mengsel van water en zout.
  • Zout is een zuivere stof.
De zuivere stoffen uit mengsels kun je scheiden. (Denk maar aan het proefje met de viltstift-kleuren)

Slide 4 - Slide

Stofeigenschappen
Iedere zuivere stof heeft specifieke eigenschappen, waar je de stof aan kunt herkennen. Je noemt die stofeigenschappen.
Voorbeelden van stofeigenschappen zijn:
  • De smaak
  • De dichtheid
  • De oplosbaarheid
  • Het smeltpunt
  • De elektrische geleidbaarheid

Slide 5 - Slide

Zuivere stof
Mengsel
Thee
Lucht
Suiker
Chips
IJzer
Zout

Slide 6 - Drag question

Wat is geen stofeigenschap
A
De dichtheid
B
De kleur
C
De vorm
D
Het kookpunt

Slide 7 - Quiz

Suiker
Koper
Koffie
Witte kleur
Zwarte kleur
Smaakt zoet
Smaakt bitter
Glanst
Geleidt elektriciteit

Slide 8 - Drag question

Meten
Een grootheid is iets wat je kunt meten.

Het resultaat van de meting is
een getal met een eenheid.

De eenheid geeft aan wat het getal
betekent.
Grootheid
Symbool
Eenheid
Lengte
l
m
Massa
m
kg
Volume
V
L, m3
Tijd
t
s, h
Tempera-tuur
T
oC, K
Snelheid
v
m/s

Slide 9 - Slide

Voorvoegsels voor eenheden
Voorvoegsel
symbool
waarde
kilo
k
1000
hecto
h
100
deca
da
10
deci
d
0,1
centi
c
0,01
milli
m
0,001

Slide 10 - Slide

Sleep de eenheiden en symbolen naar de juiste grootheden
Massa
Volume
Snelheid
kg
m
V
m3
L
v
m/s

Slide 11 - Drag question

1000
100
10
0,1
0,01
0,001
kilo
k
hecto
h
deca
da
deci
d
centi
c
milli
m

Slide 12 - Drag question

Dichtheid
De dichtheid van een stof is de massa van 1 cm3 van de stof.


Voorbeeld: een voorwerp van aluminium heeft een volume van 200 cm3 en een massa van 540 g.
De dichtheid van aluminium is:  m/V = 540/200 = 2,7 g/cm3
ρ=Vm

Slide 13 - Slide

25 cm3 van een stof weegt 224 gram.
Welke stof is het?
A
Alcohol 0,8 g/cm3
B
Aluminium 2,7 g/cm3
C
Koper 8,96 g/cm3
D
Water 1 g/cm3

Slide 14 - Quiz

700 ml van een stof weegt 560 gram.
Welke stof is het?
A
Alcohol 0,8 g/cm3
B
Aluminium 2,7 g/cm3
C
Koper 8,96 g/cm3
D
Water 1 kg/L

Slide 15 - Quiz

Herhaling Bouwstenen

Slide 16 - Slide

Waar
Niet waar
Moleculen bewegen sneller als het kouder wordt.
Er bestaan miljoenen verschillende atomen.
Stoffen kunnen in 3 verschillende fasen voorkomen.
Moleculen bestaan uit meerdere atomen.

Slide 17 - Drag question

Water
Koolstofdioxide
CO2
H2O
Hier in de klas is het een vloeistof.
Hier in de klas is het een gas.

Slide 18 - Drag question

Sleep de faseovergangen op de juiste plek.
stollen
verdampen
smelten
condenseren

Slide 19 - Drag question

Leg uit wat je ziet als water gaat koken

Slide 20 - Open question

Condenseren
Rijpen

Slide 21 - Drag question

De temperatuur neemt dan
De snelheid van de moleculen neemt
De ruimte tussen de moleculen neemt
De aantrekking tussen de moleculen neemt
Een stof gaat van vaste naar vloeibare naar de gas fase:
Toe
Toe
Toe
Af
Af
Af

Slide 22 - Drag question

Klaar!

Slide 23 - Slide