1. Het restaurant heet "Old Dutch", niet "Oud Dutch"
2. “vissashimi” > sashimi
3. “waren de beste”. de sfeer ... en de kwaliteit ... waren het beste.
4. Lidwoord en volgorde: Mijn favoriet restaurant > mijn favoriete restaurant
5. Het mensen >De mensen
6. Woordvolgorde met "graag". Mijn vriend en ik graag eten alle soorten Aziatisch eten. > eten graag allerlei Aziatisch eten.
7. Onnatuurlijke zinsstructuur. Dit is ook in Korea > dit gerecht bestaat ook in Korea
8. "kunnen hebben" Wat we in Korea kunnen hebben > wat we in Korea kunnen eten.
9. Werkwoord aan het eind. : dat we goed eten kunnen hebben > dat we goed eten kunnen krijgen.
10. Spelfouten. verkensvlees → varkensvlees, knooflook saus > knoflooksaus
11. Vocabulaire: het huis speciaal > de specialiteit van het huis