Les 8

1 / 48
next
Slide 1: Slide
NT2Beroepsopleiding

This lesson contains 48 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 150 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 4 - Slide

1. Het restaurant heet "Old Dutch", niet "Oud Dutch"
2.  “vissashimi” > sashimi
3. “waren de beste”. de sfeer ... en de kwaliteit ... waren het beste. 
4. Lidwoord en volgorde: Mijn favoriet restaurant > mijn favoriete restaurant
5. Het mensen >De mensen 
6. Woordvolgorde met "graag". Mijn vriend en ik graag eten alle soorten Aziatisch eten. > eten graag allerlei Aziatisch eten.
7. Onnatuurlijke zinsstructuur. Dit is ook in Korea > dit gerecht bestaat ook in Korea
8. "kunnen hebben" Wat we in Korea kunnen hebben > wat we in Korea kunnen eten. 
9. Werkwoord aan het eind. : dat we goed eten kunnen hebben > dat we goed eten kunnen krijgen. 
10. Spelfouten. verkensvlees → varkensvlees, knooflook saus > knoflooksaus
11. Vocabulaire: het huis speciaal > de specialiteit van het huis



Slide 5 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

In een kledingzaak om een broek te kopen
Normaal maat 40, soms groter.
Een laag model.
In de paskamer.
Twee broeken.
Één broek zit beter dan de andere.
Ja. Binnen 14 dagen, met de bon.
Nee, ook twee t-shirts.
Ze pint.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

NIG hfdst 7 p.108 

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Wat hebben we vandaag geleerd?

Slide 42 - Mind map

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Slide 46 - Slide

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide