Praatkaarten | Vernieuwd

 Praatkaarten

Vernieuwd

1 / 8
next
Slide 1: Slide
New lesson editorTaalBurgerschap+1BasisschoolGroep 6-8

This lesson contains 8 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Introduction

Opmerkingen of uitspraken kunnen pijn doen. Roddelen lijkt onschuldig maar kan schadelijk zijn en kan leiden tot vooroordelen en discriminatie. Met deze praatkaarten kun je hierover in de klas een dialoog laten ontstaan. In deze werkvorm werken leerlingen eerst individueel, daarna in groepjes en ten slotte klassikaal. In groepjes rangschikken zij de beledigende en/of discriminerende situaties die op de kaarten te zien zijn. Dat leidt uiteindelijk tot een gesprek over lastige onderwerpen. Je kunt de les uitvoeren als er een veilige sfeer in de klas aanwezig is.

Instructions

Leerdoelen
De leerling:
  • is in staat om argumenten te formuleren en die te delen met de groep;
  • leert actief te luisteren naar de mening van een ander en die mening te beoordelen en waarderen;
  • beseft dat je van mening kunt en mag veranderen;
  • leert zich in te leven in een ander.

Voorbereiding
  • Lees de docentenhandleiding bij deze digiles goed door en bekijk de 8 slides van deze les.
  • Voor elke leerling print je een werkblad.
  • Voor elk groepje print je vijf praatkaarten dubbelzijdig (eventueel lamineren voor hergebruik).

Instructions

Worksheets

Items in this lesson

 Praatkaarten

Vernieuwd

Introductieslide

Vertel de leerlingen dat ze in deze les aan de slag gaan met verschillende praatkaarten rondom vooroordelen en discriminatie. 

Opmerkingen of uitspraken kunnen pijn doen. Misschien heb je dat zelf ook weleens meegemaakt. In deze les bespreken we een paar uitspraken die niet fijn zijn om te horen. Dat doen we aan de hand van praatkaarten.

Wat vind jij? Je bedenkt zelf argumenten en mag die delen met anderen.

Daarnaast hoor je de argumenten van je klasgenoten. Wat vinden zij?

Introductie


This item has no instructions

We leren in deze les...

  • argumenten te bedenken en die te delen met onze groep.

  • actief te luisteren naar het argument van een ander.

  • ons in te leven in een ander.

  • dat je van mening kunt en mag veranderen.

Aan de slag met de eerste praatkaart!

Leerdoelen


Vertel de leerlingen wat ze in deze les gaan leren. Laat een leerling de doelen op het bord voorlezen.

Rick

David

Sanne

Orlando

Rebecca

Daisy

Het klimrek


Bekijk samen de tekening. Wat zien jullie? Er gaat hier wat mis, maar wat? Lees het voorleesverhaal die je kunt vinden in de handleiding. 


Stel na het voorleesverhaal de vragen uit de handleiding.


Ga op zoek naar vergelijkbare situaties uit de klas of de omgeving van de leerlingen. Wijs nooit iemand aan – het is beter als leerlingen er zelf mee komen.


Tips

• Schuif niemand naar voren als representant van een groep.

• Benadruk dat het bij deze les niet om goed of fout gaat.

• Train het empathisch vermogen van de leerlingen.

Hoe zou het voelen als jij…?

• Beïnvloed de sociale norm en maak samen met de leerlingen afspraken over deze onderwerpen.

• Leeft een onderwerp in de klas? Kom er dan op een later moment op terug. Kijk op onze website voor meer werkvormen en tips voor leerkrachten.

Argumenten opschrijven


Ga aan de slag met het werkblad.


  1. Bekijk de praatkaart.

  2. Kleur de meter in.

  3. Schrijf je mening op.


Deel de werkbladen uit. 

Leerlingen bekijken vijf verschillende situaties. Op elke kaart gaat er iets mis.


De leerlingen kleuren bij elke situatie een meter in. Hoe erger ze de situatie vinden, hoe meer ze inkleuren. Na het inkleuren van de meter schrijven de leerlingen hun mening onder de situaties, gevolgd door een of meerdere

argumenten. Deze argumenten hebben ze in het volgende onderdeel nodig.

erg

minder erg

Kaarten rangschikken


Bepaal met je groepje welke kaart waar komt.


Elk groepje krijgt de vijf praatkaarten uitgedeeld, die ze met elkaar gaan rangschikken. Welke kaart vinden ze het ergst? En welke het minst erg?

Onze meningen delen


Nabespreking
Leg de gerangschikte kaarten van de groepjes naast elkaar of hang ze naast elkaar op. Wat zijn de verschillen? Welke

kaarten worden het vaakst bovenaan geplaatst? En welke staan vooral onderaan? Laat de leerlingen zelf hun keuzes toelichten. 

Wat doe jij?

Ik ook niet!
Maar wat kan
je doen?

Ik vond veel
uitspraken niet kunnen. Jij?

  • Wat zouden we kunnen doen of verbeteren als klas?

  • Hoe kunnen we elkaar daarmee helpen?

Afsluiting
Stel de volgende vragen:

• Wat zouden we kunnen doen of verbeteren als klas?

• Hoe kunnen we elkaar daarmee helpen?

• Benadruk dat roddelen onschuldig lijkt, maar schadelijk kan zijn en dat het belangrijk is om hier over te blijven praten in de klas.